De valpartij vóór de Cipressa bepaalde dit jaar de koers van Milano–Sanremo. Ze woog ook zwaar op de wedstrijd van vele favorieten, iets waar Sporza-commentatoren José De Cauwer en Karl Vannieuwkerke op terugkwamen na het eerste monument van het seizoen.
“Ze gingen al een heel eind voor de Cipressa tegen de grond. Eigenlijk was het abnormaal dat ze daar crashten. Normaal is het dichter bij de voet, niet in zo’n flauwe bocht naar links,” stelde De Cauwer bij
Sporza. De spanning en de felle strijd om positie leidden daartoe, een scenario dat niet onverwacht was – al verraste de kwaliteit van de renners die tegen de grond gingen wel.
Pogacars terugkeer, eerst gedragen door UAE en vervolgens gelanceerd door Brandon McNulty en Isaac Del Toro op de Cipressa, was voor de Belg om van te smullen: “Daar, op dat moment, als laatste opdraaien op de Cipressa aan die snelheid, iedereen oprapen en toch de beste klimtijd neerzetten. Dat is waanzin. Je denkt zo vaak ‘dit kan niet’ dat je het stilaan toch begint te geloven.”
Vannieuwkerke was evenzeer verbluft door wat de wereldkampioen in real time liet zien: “Persoonlijk dacht ik: ‘dit kan niet’. Maar had je gezegd dat Van Aert nog derde zou worden? Dan had ik ook geantwoord: ‘geen sprake van’.”
“Wout van Aert is zeker oké. Dat was voor ons een zeer bemoedigend beeld. Toch tart dit alle wielerwetten. Op 32 kilometer van de finish
maakt hij een zware val en hij mag van geluk spreken dat er geen blijvende gevolgen zijn. Om dan nog 45 minuten op adrenaline te vliegen, is gek.”
“Wie weet had hij het solo kunnen afmaken als hij niet gevallen was. Dat vermogen om een volledig peloton te passeren, moet je niet onderschatten.”
Hoe belangrijk is Roubaix?
Als Pogacar dit in Sanremo kan, met als resultaat dat hij Mathieu van der Poel lost en klopt, rijst de vraag of er het voorbije jaar een kloof is gegroeid die in zijn voordeel kan spelen op Paris–Roubaix.
“Maar Pogacars carrière is veel groter dan wel of niet alle vijf Monumenten winnen. Waarover hebben we het? Dat betekent niets, het is maar een getal,” pareert De Cauwer al, waarmee hij aangeeft dat in een loopbaan met zoveel succes een zege in Roubaix de impact niet drastisch zou vergroten.
Grote signalen van Wout van Aert
Beiden waren zeer verrast hoe
Wout van Aert zich terugvocht in de koers, daarna nog aanviel en het peloton af hield om ook het podium te halen. Hij zorgde zo voor de enige Belgische aanwezigheid op het mannenpodium (bij de vrouwen zette Lotte Kopecky de nationale vlag op het hoogste schavot).
“Stel dat Pogacar wegrijdt met Mathieu van der Poel en Van Aert sluit aan, ik denk dat het voor die laatste dan nog altijd moeilijk werd. Maar dat Pidcock op die manier kon volgen, toonde ook dat Pogacar veel energie in de achtervolging moest steken. Dus stel dat Wout de val had ontlopen, ik had graag gezien hoe dat was uitgedraaid,” mijmert Vannieuwkerke. “Ik vond hem echt sterk.”
Hoewel Sanremo een doel was, blijven de kasseimonumenten Van Aerts grote dromen, en hij trotseerde alle tegenslag om op het podium te eindigen. “Die prestatie gaat hem ongelooflijk deugd doen. Een podium in Milano–Sanremo moet hem moed geven,” besloot De Cauwer.