Jonathan Vaughters vindt een alom overheersende Tadej Pogačar niet per se goed voor de wielersport, maar denkt precies te weten wat de kansen voor kleinere ploegen kan vergroten. De ploegmanager van
EF Education-EasyPost pleit voor de invoering van een salariscap-achtig financieel systeem.
Met Pogačar naast Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Jonas Vingegaard als renners die grote rondes en monumenten domineren, weet Vaughters als geen ander hoe het is om als kleine vis in een grote vijver te strijden.
Zijn visie is een salariscap-systeem te creëren dat het bedrag beperkt dat wielerteams aan lonen mogen uitgeven. In de praktijk zou een renner met de salarisvraag van Pogačar dat bedrag nog steeds kunnen verdienen, maar dan zou de ploeg niet de middelen hebben om veel andere grootverdieners rond die kopman te zetten – alsof je de Sloveen bij een lagerbudgetploeg zoals Cofidis ziet rijden.
“Ik weet niet of Pogačars dominantie per se goed is voor de sport, maar het is interessant om te zien hoe dat zou kunnen uitpakken,” zei Vaughters in Team EF Coaching’s
The Cycling Performance Podcast.Vaughters pleit voor salariscap
Hij voegde toe: “Pogačar kan nog steeds zijn 10 miljoen euro per jaar verdienen, maar de rest van de ploeg zal het met het minimum moeten doen. Alsof Pogačar voor Cofidis zou rijden.”
Vaughters ziet als voordeel voor fans vooral meer onvoorspelbaarheid. Ploegen met de grootste sterren zouden theoretisch zwakkere ploegmaats om zich heen hebben, waardoor het lastiger wordt om koersen te controleren – met als gevolg meer onvoorspelbare en spannende situaties.
Vaughters zei: “Dan krijgen we een interessante koers en word ik weer benieuwd wie er wint. Nu rijdt de sterkste renner voor de sterkste ploeg. Dat wordt te voorspelbaar. Je wilt een sport die niet zo is, waarin je tot het allerlaatste moment niet weet wie er gaat winnen. Dat is wat de fans willen.”
“In de Strade Bianche weet je elk jaar waar Pogačar gaat aanvallen,” zegt Vaughters. “Stel nu dat zijn ploeg niets kan controleren en hij na zijn aanval eerst een kopgroep van veertig man moet terughalen; dán wordt het weer echt interessant.”