Wout van Aert heeft eindelijk
Parijs-Roubaix veroverd, en hij deed het op de harde manier. Na jaren jagen op succes op de kasseien, vaak dichtbij maar nooit de beslissende slag, leverde de Belg een van de meest complete prestaties uit zijn carrière.
In een chaotische, slopende en meedogenloos aanvallende editie van de Hel van het Noorden klopte hij
Tadej Pogacar in een sprint met twee op de wielerbaan van Roubaix, goed voor een zege die lang onvermijdelijk leek, maar nooit zeker was.
De koers verliep dit jaar over de traditionele 259 kilometer tussen Compiègne en Roubaix, met dertig meedogenloze kasseienstroken. Vanaf het begin lag het tempo ongemakkelijk hoog.
Er was geen rustige aanloop, geen vroege stilte voor de storm. Het peloton werd meteen opgerekt door herhaalde versnellingen, met meerdere renners die probeerden een vlucht op te zetten. Geen van die vroege pogingen kreeg veel ruimte.
Ploegen met ambities hielden de situatie onder controle, wetend dat positie vóór de kasseien cruciaal zou zijn. Uiteindelijk glipte een grotere groep weg, maar die kreeg nooit het voordeel dat nodig was om de favorieten echt te bedreigen.
Daarachter hielden ploegen als Alpecin Premier-Tech en Team Visma | Lease a Bike de teugels strak. Tegen de tijd dat de koers de eerste kasseienstroken naderde, was alles weer samengekomen en lag het toneel klaar voor een lange afvalrace.
Het eerste sleutelmoment kwam eerder dan velen verwachtten. Tadej Pogacar, die in Parijs-Roubaix startte met de ambitie om zijn Monumentencollectie te voltooien, kreeg een lekke band. Het soort tegenslag dat kansen in één klap kan doen verdampen, zeker in een koers waarin positie en momentum alles zijn.
Kilometerslang moest de Sloveen achtervolgen, eerst op een neutrale servicefiets en pas later weer op zijn eigen machine.
Wat volgde was een onthullende fase van de koers. Pogacar, gesteund door ploegmaats, reed sterk in de achtervolging, maar de groep vooraan zette nooit volledig door om zijn pech uit te buiten.
Er waren momenten van aarzeling, vooral bij ploegen die wellicht niet te vroeg de verantwoordelijkheid wilden nemen. Die besluiteloosheid bleek duur, want Pogacar maakte uiteindelijk opnieuw de aansluiting, waardoor de koers weer werd gereset.
Naarmate de kilometers wegtikten, nam de intensiteit alleen maar toe. De kasseienstroken begonnen hun tol te eisen, niet alleen fysiek maar ook mechanisch. Een van de meest dramatische keerpunten kwam in het Bos van Wallers-Arenberg, waar
Mathieu van der Poel, een van de topfavorieten en ex-winnaar, lek reed.
Wat aanvankelijk een beheersbare tegenslag leek, veranderde snel in een nachtmerrie. Meerdere fietsproblemen, vertraagde assistentie en de pure chaos van de strook kostten hem veel tijd.
De koers van Van der Poel viel in enkele minuten uiteen. Van perfect gepositioneerd aan kop ging hij plots naar achtervolgen, vervolgens worstelen, en uiteindelijk rijden om de schade te beperken in plaats van voor de winst.
Zijn vastberadenheid bleef zichtbaar, want hij bleef vol doorduwen in de hoop terug te keren, maar het gat was te groot geworden. In Parijs-Roubaix biedt pech zelden een tweede kans.
Voorin werd de koers met elke strook selectiever. Rijders vielen stuk voor stuk weg terwijl het tempo onverbiddelijk bleef. Ook Filippo Ganna, een andere sterke kandidaat, kreeg pech met een lekke band en later een val, wat zijn kansen effectief beëindigde.
Mechanische problemen leken haast onvermijdelijk, en ze overleven werd net zo belangrijk als fysieke kracht. Met nog zo’n zestig kilometer te gaan begon de beslissende fase. Wout van Aert plaatste zijn demarrage en verhoogde het tempo op een manier die de kopgroep direct brak.
Tadej Pogacar was de enige die overtuigend kon reageren. De twee vormden een leidend koppel, en al snel werd duidelijk dat ze op een ander niveau reden dan de rest.
Daarachter kregen de achtervolgers de organisatie niet rond. Soms stabiliseerde het verschil, soms liep het iets terug, maar een langdurige, gecoördineerde inspanning bleef uit. Rijders als Mads Pedersen, Jasper Stuyven en anderen twijfelden tussen vol doorgaan met de jacht of energie sparen voor een mogelijke sprint om de resterende podiumplaatsen.
Intussen bleven Van Aert en Pogacar elkaar vooruitstuwen. Hun samenwerking was niet perfect, maar wel effectief genoeg. Beiden begrepen de inzet. Voor Pogacar was het een kans om geschiedenis te schrijven met alle vijf Monumenten. Voor Van Aert een mogelijkheid om eindelijk die ene koers te winnen die hem zo lang ontglipte.
Op Mons-en-Pévèle probeerde Pogacar de patstelling te doorbreken. Hij viel meermaals aan en testte de grenzen van Van Aert. Telkens antwoordde de Belg koel. Geen paniek, geen zichtbare overschrijding van de limiet, gezien de fase en de hardheid van de koers. Van Aert reed verstandig, zonder te overreiken, altijd binnen zijn perken.
Bij het naderen van Carrefour de l’Arbre liep de spanning op. Deze strook heeft al vele edities beslist, en opnieuw speelde hij een cruciale rol. Pogacar trachtte de druk op te voeren en nam zelfs risico’s in de bochten, maar een kleine inschattingsfout dwong hem zijn lijn te corrigeren.
Het was een klein moment, ogenschijnlijk onbeduidend op zichzelf, maar in een koers als deze telde het. Het gaf Van Aert de controle, zodat hij het tempo kon dicteren zonder tot een reactie gedwongen te worden.
Vanaf daar tot de finish werd het scenario met elke kilometer helderder. De achtervolgende groep kwam niet terug. Het gat bleef stabiel en de twee koplopers begonnen aan de eindsprint te denken. De psychologische strijd nam het over.
Pogacar reed in de slotkilometers vaker op kop, terwijl Van Aert zijn momenten zorgvuldig koos en zo veel mogelijk energie spaarde.
Bij het opdraaien van de velodrome van Roubaix lag alles nog open. Het lawaai, de historie, de verwachting bouwden op naar een laatste ronde die de koers zou bepalen. Pogacar leidde de piste op, zette het tempo, hopend zo de sprint te controleren. Van Aert bleef dicht in het wiel en liet geen gaatje vallen.
Toen, met nog een halve ronde te gaan, plaatste Van Aert zijn versnelling. Beslissend, krachtig en perfect getimed. Hij kwam uit het wiel van Pogacar en sloeg meteen een klein gat. Op dat moment was de koers in feite beslist. Pogacar probeerde te reageren, maar de dag zat in de benen. De Sloveen kreeg het gaatje niet meer dicht.
Van Aert passeerde solo de streep, armen omhoog, eindelijk winnaar van Parijs-Roubaix. Het was een zege gebouwd op niet alleen kracht, maar ook veerkracht, tactisch vernuft en het vermogen om de chaos van deze koers te lezen. Voor Pogacar was de tweede plaats zowel indrukwekkend als frustrerend. Hij bewees opnieuw overal te kunnen meestrijden, maar het ontbrekende Monument blijft net buiten bereik.
Daarachter verzekerde Jasper Stuyven zich van de derde plaats na een sterke, constante koers, terwijl Van der Poel genoeg herstelde om naar de vierde plek te sprinten, een resultaat dat zowel zijn vastberadenheid als de omvang van zijn tegenslag weerspiegelde.
De vrouwenkoers schreef een eigen meeslepend verhaal. Franziska Koch ontpopte zich tot verrassingswinnares van Paris-Roubaix Femmes, na een sprint met drie tegen Marianne Vos en titelverdedigster Pauline Ferrand-Prévot. Ook daar sloop de zwaarte van de kasseien het peloton uit elkaar.
De beslissende move kwam na Mons-en-Pévèle, toen een kleine favorietengroep wegreed. Blanka Vas maakte aanvankelijk deel uit van die slag, maar viel later weg, waardoor Koch, Vos en Ferrand-Prévot om de zege vochten. Ieder kende momenten van kracht en kwetsbaarheid, vooral Ferrand-Prévot, die op enkele stroken worstelde maar weigerde te plooien.
In de laatste kilometers toonde Koch haar intenties met een late aanval, maar ze werd snel gecounterd. Het trio draaide samen de piste op, klaar voor een gespannen sprint. Vos zat, zoals zo vaak, goed gepositioneerd, maar Koch hield haar lijn en produceerde net genoeg snelheid om met het kleinst mogelijke verschil te winnen.
De Hel van het Noorden deed haar naam opnieuw eer aan. Valpartijen, lekke banden, waaiers, onverbiddelijke kasseistroken. Om Parijs-Roubaix te winnen moet je de tank volledig leeg rijden, tot er niets meer over is.
Wout van Aert triomfeerde omdat Tadej Pogacar als eerste zonder brandstof zat. De benen van de Sloveen werden op het beslissende moment spaghetti.
De pechvogels van de dag waren Mathieu van der Poel en Pogacar, de Nederlander zelfs nog meer dan de wereldkampioen. Lekke banden horen bij Roubaix, dat is de aard van de koers. Maar wat nooit normaal mag zijn, is ploegmaats die met verschillende pedalen rijden.
Van der Poel had in de koers kunnen blijven. Hoe kon Alpecin Premier-Tech toestaan dat renners met verschillende pedaalsystemen startten? Een fundamentele, bijna onvergeeflijke fout.
Zelfs het sleutelwerk van Tibor Del Grosso bood geen soelaas, Van der Poel kwam de kasseistrook niet door zonder opnieuw lek te rijden.
Na de Trouée d'Arenberg voelden die twee minuten als tien. De inspanning om terug te keren was enorm, en hij kwam tot op slechts 20 seconden van de koplopers, waardoor de droom van een vierde zege in Roubaix even bleef leven.
Pogacar reed lek, stapte op een neutrale servicefiets en moest later opnieuw wisselen. De energie die hij in de achtervolging verbrandde, brak hem in de finale op. Filippo Ganna reed wel vijf keer lek. Jordi Meeus, compleet leeg en hakkend, sprong van wiel naar wiel en overleefde zo ternauwernood.
Morgen kan ik misschien rustiger en helderder over de koers schrijven. Vandaag ben ik nog overdonderd en ben ik alles wat gebeurd is aan het verwerken.
Maar één ding laat ik niet passeren: een zogenaamde “fan” langs de kant die Pogacar de middelvinger toonde. Als je dit leest en je weet wie het is, zeg hem dat hij niet thuishoort langs het parcours. Je voegt niets toe aan deze sport. Hierbij een middelvinger terug.
Als fan kan ik best tevreden zijn met de uitkomst van de koers, want de zege van Wout van Aert was dik verdiend en voelde als iets wat al jaren in de maak was.
Ik geniet van de koersstijl van de Belgen, altijd al gedaan, en het deed pijn om hem zo vaak zo dicht bij grote zeges te zien komen terwijl het leek alsof de wielergoden hem de overwinning weigerden waar hij al zijn hele carrière naar op zoek was.
Meer dan De Ronde, die nu enkel op de hellingen wordt beslist, lag Roubaix hem perfect en hij toonde de voorbije weken absolute topvorm. De afgelopen jaren groeide zijn nadeel ten opzichte van Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel, en toen hij in januari viel geloofde ik niet meer dat hij nog een monument kon winnen.
Gelukkig had ik ongelijk. Hij had pech, maar vooral geweldige benen. Tadej Pogacar had ook geweldige benen, maar zijn vroege mechanisch euvel en de daaropvolgende achtervolging verteerden net die energie die hij nodig had om het verschil te maken. Nee, hij won Roubaix nog niet, maar ik denk dat het ook voor hem slechts een kwestie van tijd is en UAE had de tactiek strak staan.
Mathieu van der Poel had de koers net zo goed kunnen winnen zonder de pech in Arenberg. De gaten die hij dichtte en de scherpte die hij aan de meet nog had, maakten duidelijk dat hij een uitzonderlijke dag had en zijn status als Mister Paris-Roubaix bevestigde.
Mick van Dijke reed een volwassen koers, bevestigde het talent dat hij de afgelopen seizoenen liet zien, net als zijn tweelingbroer Tim; Jasper Stuyven pakt een dik verdiend podium in wat voelt als de terugkeer van Quick-Step in de debatten in Roubaix, waar ze vroeger domineerden.
Stefan Bissegger verdient ook een grote vermelding na opnieuw een indrukwekkende Roubaix, uit het niets dit voorjaar en toch tussen de besten. De uitslagenlijst van deze koers moet je met een korrel zout nemen, want iedereen heeft zijn eigen verhaal.
Valpartijen en materiaalpech treffen bijna elke renner en in verschillende dosissen. Ik genoot van de koers van Jordi Meeus: mee voorin na Arenberg en daarna vechtend om te overleven, telkens gelost maar toch steeds weer voorin opduikend.
Filippo Ganna is ook het vermelden waard – hij zag er sterk uit, maar opnieuw werd zijn koers op cruciale momenten door lekke banden in de war gestuurd.
Eindelijk, het is gebeurd. De Belgische krachtpatser – een onverzettelijke vechter, een hamer op de pedalen – won Paris-Roubaix op magistrale wijze. Na een vroege lekke band leek het even het zoveelste bekende verhaal voor Wout van Aert te worden.
Pech, meer pech, en jaar in jaar uit hetzelfde wrede patroon hield de renner uit Herentals keer op keer van de zege. Maar dit keer leek iedereen z’n portie te moeten nemen. Van der Poel kreeg een dubbele tik, Pogacar had ook zijn deel, en uiteindelijk werd Van Aert zelf opnieuw getroffen.
De tweede tegenslag maakte de terugkeer voor de Belg lastiger. Rijdend naast een compleet leeggereden Meeus leek het, precies daar en toen, gedaan voor hem. Maar hij knokte terug op pure weerbaarheid – en begon zelfs opnieuw te demarreren. Pogacar oogde ontspannen, bijna nonchalant.
Maar Wout van Aert was scherp. Gefocust. Helemaal in de zone. Zozeer zelfs dat hij op een gegeven moment Pogacar moest ontwijken, die kort loskwam van de kasseien na een te felle versnelling om hem te lossen. Even daarvoor had Van Aert de wereldkampioen bijna de berm ingedrukt – gelukkig voor Pogacar was er geen gracht, en kon hij een anderhalve meter het gras in sturen.
Zo reden ze zij aan zij richting de Vélodrome van Roubaix. Van Aert, net als in de laatste tien kilometer, wachtte geduldig in het wiel van Pogacar. Daarachter rolden de achtervolgers ook de legendarische piste op – geklopt.
Het zou neerkomen op de wereldkampioen en de renner die Paris-Roubaix nog nooit had gewonnen. Pogacar zette laat aan – of misschien wel te laat – en Van Aert nam het initiatief voor de laatste bocht. Dat was beslissend. Pogacar werd verrast. Hij probeerde het, maar kwam geen meter dichterbij.
And you? What’s your opinion on Paris-Roubaix 2026? Tell us what you think and join the discussion.