In 2026 blijft één van Tadej Pogacars hoofdambities het voor het eerst winnen van Milaan–Sanremo. De Sloveen laat “La Classicissima” niet los, ook al ligt de koers hem nauwelijks, zeker met
Mathieu van der Poel als tegenstander. Toch was de kopman van UAE in de editie van 2025 héél dicht bij het onttronen van zijn rivaal.
Een van Van der Poels ploeggenoten die dag,
Oscar Riesebeek, heeft in
een interview met Wielerrevue onthuld hoeveel hij moest lijden om die monumentzege te pakken.
Riesebeek legt uit dat Sanremo anders is dan elk ander Monument. “De finale van Milaan–Sanremo staat bekend om de vele mogelijke uitkomsten, en zelfs diep in de finale kunnen nog verschillende renners winnen.”
Die onvoorspelbaarheid vormt ook de mindset van de kopman, omdat geluk in Sanremo een grotere rol speelt dan in andere koersen. “Je merkt heel weinig nervositeit bij Mathieu. In Sanremo hoef je niet per se de beste renner van de koers te zijn om te winnen. In Lombardije is dat compleet anders, daar wint altijd de beste. Ik denk dat dat Mathieu rustig maakt. Hij weet beter dan wie ook dat je ook een beetje geluk nodig hebt.”
Alpecin begon de editie van 2025 met een dubbel kopmanschap (Van der Poel en Philipsen). De sprinter kreeg echter pech en verloor zo zijn kans op de zege. “Naast Mathieu was
Jasper Philipsen ook kopman, maar hij reed in de finale lek. Het kostte veel energie om terug te keren, want het tempo lag extreem hoog. Toen was duidelijk dat de koers voor Mathieu zou zijn.”
Van der Poel uit de wind houden vóór de beslissende klimmen
Riesebeek was een van de laatste ploeggenoten bij Van der Poel diep in de koers, niet alleen om gaatjes te dichten maar vooral om hem op de juiste plek te houden. “Mathieu zegt niet veel, maar als hij wil opschuiven laat hij het je weten. Meestal neemt hij in de koers zelf de beslissingen.”
Toch heeft zelfs een superster soms een duwtje nodig. “Hij is altijd heel kalm, dus soms zeg ik dat ik denk dat het tijd is om naar voren te gaan. In de Ronde van Vlaanderen hebben we eens moeten achtervolgen en misten we de eerste waaier. Dat wil je altijd vermijden, en dat is mijn taak. Mathieu focust vooral op de finale.”
Vóór de Cipressa was dat plan zichtbaar, met Riesebeek die Van der Poel veilig en voorin het peloton hield. “Hij is heel vaardig, maar richting de finale koos hij ervoor in mijn wiel te blijven. Hij zou iets verder naar achter kunnen zitten, maar hij wil helemaal vooraan zitten om de risico’s maximaal te beperken. In die dorpjes zitten hele diepe putten, en hij wil niet in de chaos verzeild raken.” In Sanremo is schade vermijden een deel van het spel.
De crisis op de Turchino die je amper op tv zag
Toen kwam het moment dat zelden op televisie verschijnt maar een koers van een ploeg kan breken. “Op de Turchino moest ik Mathieu voorin houden, en dat ging goed. We bereikten de kust en plots werd het warm. Regenjacks en extra kleren moesten uit, dus stopten we kort voor een plaspauze. Pogačar stopte ook.”
En daarna volgde klassiek Sanremo-chaos. “Maar toen trok het peloton ineens door en moesten we heel lang rijden om terug te keren. Ik zat daar alleen met Mathieu en niemand hielp ons. Dat was zeker een lastig moment. Het was jammer dat andere ploegen daarvan probeerden te profiteren. Misschien motiveerde het Mathieu nog meer.”
Riesebeek bekeek ook het late duel tussen Tadej Pogačar en Van der Poel. Waarom bleef de Sloveen werken met een snellere sprinter? Voor hem was het antwoord duidelijk. “Ze hebben allebei zo’n groot palmares. Ze komen vaak in situaties waarin renners niet overnemen omdat zij de favorieten zijn. Dat doen ze dus niet bij elkaar. Ze zijn te trots om het te laten lopen door tactisch spel.”
Hij voegde er een waarschuwing voor de toekomst aan toe die Pogačar hoop kan geven. “En Pogačar is niet traag, hoor. Hij klopte Mathieu dit jaar al eens in een sprint in het Dauphiné. De komende jaren zal hij proberen Mathieu op de klimmen te lossen. Dat is zijn grootste kans.”