“Uiteindelijk kwamen we tot op 20 seconden van Wout van Aert en Tadej Pogačar” – Mick van Dijke hielp Mathieu van der Poel bijna het Parijs-Roubaix-wonder voltooien

Wielrennen
maandag, 13 april 2026 om 16:30
Mick van Dijke in the velodrome at Paris-Roubaix 2026
Te midden van de chaos van Paris-Roubaix 2026 reed Mick van Dijke stilletjes een van de ritten van de dag. Hij sloeg bruggen tussen de grote verhalen van de koers en kwam dichter dan de meesten bij het beïnvloeden van de uitslag.
Terwijl de spotlights vooraan op Wout van Aert en Tadej Pogacar vielen, en de gehinderde remonte van Mathieu van der Poel erachter, bewoog Van Dijke zich tussen die werelden in een koers die weigerde één scenario te volgen.

Een race die steeds wegglipte en weer terugkwam

Zoals bij zovelen werd Van Dijkes dag getekend door tegenslagen die voor de meesten einde verhaal betekenen. “We hadden een sterke ploeg over de hele linie, dat verwachtten we vooraf. Ik zat met de jongens goed vooraan, maar toen kreeg ik een lekke band,” vertelde hij na afloop aan In de Leiderstrui, terugblikkend op het moment dat zijn koers begon te rafelen. “Daarna was het jagen, en ik zag dat er zo’n vijftig man weg waren.”
Even leek het over. “Alles wat goed moest vallen, viel goed, en ik had goede benen. Maar op dat moment dacht ik wel: dit is klaar.”
In plaats daarvan kwam de koers naar hem toe, mede dankzij dezelfde chaos die iedereen trof. “Tadej reed lek en daarna loste UAE veel van de situatie op, waar ik best blij mee was,” voegde hij toe, terwijl de hergroepering achter de koplopers vorm kreeg.

Van Pogacar naar Van der Poel in een koers van constante resets

Wat Van Dijkes rit deed opvallen, was hoe vaak hij midden in de beslissende bewegingen van de koers zat.
Op een gegeven moment sloeg hij samen met Tadej Pogacar een brug. “Tadej en ik reden met twee anderen het gaatje dicht op Haveluy à Wallers,” zei hij. “Maar dan kom je al diep in het rood het Bos van Wallers in. Daar moest ik weer lossen, wat het voor mij een typische Roubaix maakte.”
Later herhaalde het patroon zich naast Mathieu van der Poel, die na zijn eigen lekke banden ook aan het terugkomen was. “Ik gaf alles toen ik met Mathieu naar de eerste achtervolgende groep reed, en vanaf daar reden we voor plaats drie,” verklaarde Van Dijke.

Dicht bij de kop, maar net niet erbij

Na zich door de chaos heen te hebben geknokt, belandde Van Dijke uiteindelijk in de groep achter de twee leiders naast Van der Poel, met de koers die verschoof van overleven naar berekenen.
Bij de teambus legde hij uit dat, zodra ze aansloten bij die eerste achtervolgende groep, de focus verschoof naar het optimaal benutten van wat er restte. “Toen we ernaartoe reden, vroeg ik wat het plan was, want in zo’n koers moet je heel zorgvuldig kiezen wanneer je je energie gebruikt,” zei hij. “Uiteindelijk kwamen we tot op 20 seconden van Wout van Aert en Pogacar.”
Even leek de kloof behapbaar. “Op dat moment dacht ik dat het misschien nog kon,” voegde hij toe, met de leiders nog in zicht voordat de inspanning definitief begon te wegen.

Eindelijk een kans gegrepen

Dat vermogen om in de koers te blijven was geen toeval. “Deze koers ligt mij heel goed, maar de Ronde van Vlaanderen ook,” zei Van Dijke. “Ik heb Sven Vanthourenhout specifiek gevraagd of ik vandaag een vrije rol mocht hebben.”
“Ik voel me de afgelopen weken echt goed, maar ik moest vaak al vroeg voor de ploeg werken,” voegde hij toe. “Dat begrijp ik, want we hebben een sterke ploeg, maar soms was het frustrerend, omdat ik me echt heel sterk voelde.”
Hij had zijn kracht al aangevoeld. “In de Ronde van Vlaanderen merkte ik al dat ik pas echt tot mijn recht kom in de laatste uren.”
Gegeven die kans leverde hij. “Ik ben blij dat ik deze rol vandaag had, en zesde worden maakt me heel blij.”
Zelfs in de slotkilometers was de tol van die herhaalde inspanningen zichtbaar. “Mathieu had in die groep al zoveel werk gedaan dat ik denk dat hij net wat energie begon te missen,” zei Van Dijke, als verklaring waarom het gat naar de leiders uiteindelijk standhield.
Toch bleef zijn eigen optreden een van de meest weerbarstige van de dag. “Dat voelde ik eerder in de koers al, en het is jammer dat je dat zo vroeg moet aanspreken, maar uiteindelijk kon ik nog de top tien halen, en daar ben ik blij mee.”
En in een koers gedefinieerd door chaos, voelde zijn eigen samenvatting passend: “een typische Roubaix.”

Perspectief aan de finish

Aan de finish was er nog tijd voor reflectie, inclusief een knipoog naar de winnaar. “Ik mag Wout heel graag, hij is een voormalige ploeggenoot van me,” zei Van Dijke over Wout van Aert. “Ik ben heel blij voor hem dat hij hier wint. Natuurlijk win ik het liefst zelf, en daarna zie ik het liefst Tim winnen, maar daarna is het Wout.”
Het was een passend einde van een koers waarin Van Dijke misschien niet op het podium stond, maar wel meebepaalde hoe het verhaal zich ontvouwde, midden in de actie.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading