De bepalende rivaliteit van dit tijdperk draait misschien om Monumenten, maar volgens
Philippe Gilbert, een van de vijfvoudige Monumentwinnaars in het wielrennen, zal
Tadej Pogacar nooit als topfavoriet aan de start staan van
Parijs-Roubaix.
Niet omdat hij het motorvermogen mist. Niet omdat hij de vaardigheid niet heeft. Maar omdat zijn seizoen een ander gewicht draagt.
In gesprek met Het Nieuwsblad was Gilbert duidelijk in zijn oordeel. “Daarom zal hij voor mij nooit de favoriet zijn in Roubaix,” zei hij, wijzend op de onzichtbare rem die elke voorjaarscampagne in UAE-kleuren begeleidt.
De redenering van de Belg gaat verder dan vorm of fysiek. Het gaat om hiërarchie. “Tadej, we zijn hier voor jou. We geloven in jou. Maar vergeet niet: in juli rekenen we vooral op jou.” Ook al wordt het nooit als beperking uitgesproken, Gilbert suggereert dat die boodschap onvermijdelijk blijft hangen. En in een koers die door chaos wordt bepaald, kost aarzeling tijd.
Tour-schaduw versus Monument-instinct
Pogacars Roubaix-debuut bewees dat hij thuishoort. Tweede bij de eerste poging, in een snelle en relatief droge editie, verschoof meteen de perceptie over wat voor type renner hij kan zijn op de kasseien. Toch maakt Gilbert onderscheid tussen tonen dat je kunt meedoen en volledig onbevangen rijden.
“Maar ik wil het opnieuw zien wanneer we een editie krijgen met echt slecht weer in Roubaix,” zei hij. “Vorig jaar was het een snelle editie in goede omstandigheden. Dan kun je met wat meer wegkomen.”
Die kanttekening telt. Roubaix in de zon is bruut. Roubaix in de regen is van een andere orde. Als de kasseien spekglad worden en de koers overleven wordt, beslissen technische toewijding en risicobereidheid vaker dan watts.
En daar komt
Mathieu van der Poel in Gilberts gedachte binnen. “Als Van der Poel een bocht ingaat en het is ‘vallen of winnen’, zal hij altijd meer risico kunnen nemen.”
Het is niet enkel een opmerking over moed. Het gaat over vrijheid. Van der Poels voorjaar is gebouwd rond de Monumenten zelf. Pogacars jaar, hoe breed ook, is nog altijd verankerd in juli. De een bouwt richting Roubaix als doel op zich. De ander weegt het af tegen de
Tour de France.
Dat structurele verschil, stelt Gilbert, bepaalt wie echt favoriet kan zijn.
Een rivaliteit beslist op details
Het contrast verscherpt ook de bredere dynamiek die de klassiekers de voorbije seizoenen heeft gevormd. Samen hebben Pogacar en Van der Poel de grootste eendagsprijzen gemonopoliseerd, waardoor de rest in smallere vensters moet mikken.
Pogacar stond al op Monumentpodia over elk terrein. Van der Poel heeft Roubaix tot eigen domein gemaakt. Hun duels worden zelden door zwakte beslist, maar door momenten.
Gilberts analyse suggereert dat in Roubaix het beslissende moment vaak een keuze is. Hoe ver ga je in het rood? Hoeveel riskeer je in een glibberige bocht aan 50 km/uur? Hoe sterk speelt juli mee in je achterhoofd?
Is de editie snel en droog, dan houden Pogacars explosiviteit en koersinzicht hem vol in de strijd. Begint het in Compiègne onder grijze luchten met regen die op de kasseien slaat, dan verschuift volgens Gilbert het evenwicht.
Want in dat scenario beloont Roubaix instinct boven berekening. En voor Gilbert blijft Van der Poels “vallen of winnen”-randje onovertroffen.
De discussie gaat dus niet over de vraag of Pogacar Parijs-Roubaix kan winnen. Hij heeft al getoond dat hij kan meedoen. De vraag is of hij ooit volledig vrij zal zijn om het op zijn eigen voorwaarden te rijden.
En dat is, volgens een van België’s grootste klassiekerspecialisten, waarom hij nooit helemaal de favoriet zal zijn.