Mathieu van der Poel mikt opnieuw op de lente met honger naar monumenten. De Nederlander begint het nieuwe seizoen vastbesloten om weer te juichen in Milano–Sanremo, de
Ronde van Vlaanderen en Parijs–Roubaix, drie koersen die zijn carrière hebben gevormd en hem vermoedelijk opnieuw tegenover Tadej Pogacar als grootste rivaal zetten. Hun tweestrijd is een van de grote attracties op de kalender, en alles wijst erop dat dit seizoen geen uitzondering wordt.
Verre van het wijzigen van een winnende formule, houdt Van der Poel zijn plan intact. In de podcast van WHOOP maakte hij duidelijk dat zijn aanpak onveranderd blijft: “Mijn doelen zijn min of meer hetzelfde als de voorbije jaren: eerst opbouwen via het veldrijden en daarna focussen op de grote voorjaarsklassiekers.” Die winterbasis zorgt ervoor dat hij met punch en inhoud aan de beslissende afspraken in maart en april verschijnt, waar elk detail telt.
In koersen zoals Milano–Sanremo, waar positie vóór de Poggio beslissend is, of in Vlaanderen, met zijn smalle, explosieve hellingen, wordt ervaring een cruciaal onderscheid. Van der Poel zelf lichtte het belang van die tactische leerschool toe: “In de klassiekers, wanneer het parcours van brede wegen naar smalle hellingen gaat, moet je bij de eerste twintig zitten; anders is het onmogelijk om met de kopgroep mee te zijn. Dat kun je leren, en ervaring helpt, maar een sterke ploeg is ook belangrijk.” De boodschap onderstreept zowel koersinzicht als het collectieve fundament om voor winst te strijden.
Als één koers een speciale plek in zijn hart heeft, is het de Ronde van Vlaanderen. Van der Poel verborg zijn voorkeur voor de Vlaamse klassieker niet toen hem naar zijn favoriet werd gevraagd: “Als mensen me naar mijn lievelingskoers vragen, is het geen verrassing: de Ronde van Vlaanderen. Het is de grootste koers die ik kan winnen, samen met Parijs–Roubaix. Het zijn de koersen die ik als kind keek en waar ik altijd van droomde.” Zijn woorden vangen het emotionele gewicht van de monumenten voor een renner die opgroeide met bewondering voor diezelfde wegen.
Parijs–Roubaix, de buitenbeentje
Parijs–Roubaix vormt echter een ander type uitdaging, zelfs voor iemand met een veldritverleden. De Nederlander beschreef de eigenheid van de Hel van het Noorden: “Parijs–Roubaix is met niets te vergelijken. Het is zo zwaar door de kasseien. De finish in de velodroom is uniek. Hoewel veel veldrijders het willen rijden omdat het erop lijkt, ben ik het daar niet mee eens: het is de zwaarste eendagsklassieker. Daar winnen geeft een onbeschrijfelijk gevoel. Jammer dat het zo snel voorbij is. Naarmate ik ouder word, probeer ik er meer van te genieten. Op een dag stop ik met koersen.”
Van der Poel en Pogacar, protagonisten in Parijs–Roubaix