PERSCONFERENTIE: Albert Philipsen kijkt op naar Pogacar en van der Poel – “Dat is zeker iets waar ik in de toekomst naar wil streven”

Wielrennen
zaterdag, 13 december 2025 om 13:00
AlbertPhilipsen
Van alle renners die vrijdagmiddag op de media day van Lidl-Trek spraken, was Albert Philipsen de jongste. Op zijn 19e geldt de Deen als een enorme belofte in het peloton. Als multidisciplinaire specialist hoopt Philipsen te groeien naar het niveau van enkele van zijn idolen zoals Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel. WielrennenUpToDate en andere media gingen met de Deen in gesprek om zijn visie te horen.
Daar is ook goede reden voor. In 2023 werd hij wereldkampioen bij de junioren in het mountainbiken én op de weg, terwijl hij tussendoor ook nog de Deense titel in het veldrijden pakte. Zulk talent duikt zelden op, en Lidl-Trek zorgde dat het hem direct vastlegde, waardoor hij op 18-jarige leeftijd al de overstap naar de WorldTour maakte.
Van rustig wennen aan het niveau was geen sprake. Meteen won hij het jongerenklassement in de Tour Down Under; werd 25e in de loodzware Strade Bianche; won Paris-Roubaix U23; finishte als zesde in Eschborn-Frankfurt; en sloot het seizoen af met knappe podiumplaatsen in Tre Valli Varesine (samen met Tadej Pogacar en Julian Alaphilippe) en Paris-Tours.
De ploeg mag veel verwachten van de Deen, opnieuw iemand die de rangen vult met pure klasse. Maar zo’n talent managen is geen eenvoudige opgave, zeker wanneer lastige keuzes nodig zijn en sommige doelen of grote koersen moeten wijken.
Je werd in 2025 prof met veel mooie uitslagen, maar ook op heel verschillend terrein. Wat voor type renner ben je?
Ik wil nog niet vastpinnen wat voor type renner ik ben. Ik geniet ervan dat ik overal wat kan doen: een beetje klassiekers, klimkoersen, kasseien, gravel, van alles wat. Dat is interessant en goed voor mijn ontwikkeling. Voorlopig rijd ik al die verschillende soorten koersen. Ik voel me nu prima als allrounder en in de toekomst kan ik me specifieker richten.
Het was pas mijn eerste jaar en hopelijk heb ik nog een lange carrière voor me. Ik zie geen reden om iets te overhaasten of snelle beslissingen te nemen. Ik neem het zoals het komt.
Welke koers gaf je tot nu toe het meest plezier? Wat doe je het liefst?
Ik zou zeggen de harde koers, echt koers. Iets als Strade, daar heb ik enorm van genoten. Dat is wat ik het meest waardeer als ik rijd.
Maar het kan zijn dat etappekoersen je over een paar jaar beter liggen en je een ronderenner wordt, bijvoorbeeld?
Ja, zeker. Misschien ontwikkel ik me die kant op over een paar jaar, we zullen zien. En misschien kom ik terug naar de klassiekers en wil ik alleen de zware koersen rijden.
Wat zijn je plannen voor komend seizoen? Welke soorten koersen wil je rijden?
Ik wil zeker meer ervaring opdoen in de voorjaarsklassiekers. Ik verwacht in de groep voor de kasseiklassiekers te zitten aan het begin van het jaar, vooral om te helpen en ervaring te verzamelen. De rest van het seizoen wordt vergelijkbaar met dit jaar, met verschillende terreinen en koersen.
Dus geen Vlaanderen of Roubaix in het vizier?
Nog wat onzeker. Er is een opening dat de Vuelta misschien mogelijk is, maar er is nu nog geen beslissing. Dat moeten de ploeg en ik bekijken als we verder in het jaar zijn en zien of ik er klaar voor ben.
Ik neem aan dat je Mads gaat helpen in de klassiekers. Wat kun je van hem leren? Hij is een van de beste klassiekerspecialisten ter wereld.
Ik kan zoveel leren van Mads. Zoals je zegt, hij is een van de beste klassieker-renners in het peloton. Hij heeft veel uitstraling en enorm veel ervaring. Het is eindeloos hoeveel ik van hem kan opsteken.
Men spreekt al over je sinds je 16 was. Hoe raakte je daar zo jong aan gewend? De meesten krijgen pas rond hun 21e of 22e aandacht. Jij had dat al op school. Hoe was het dat mensen je kenden en van je verwachtten dat je zou winnen?
Het was natuurlijk een andere wielerwereld dan ik kende, maar ik legde mezelf al op jonge leeftijd veel druk op. Druk van buitenaf was dus geen grote verrassing. Ik wende er vrij snel aan om daarmee om te gaan.
Hoe was dat op school, waar je gewoon Albert was voor je vrienden, terwijl 10.000 mensen je naam kenden?
In zekere zin is dat een beetje vreemd. Maar we blijven allemaal mensen en ik ben nog steeds dezelfde persoon als daarvoor. Toen niemand mijn naam kende.
Is er iemand in de ploeg bij wie je het meest op de kamer ligt? Of bij wie je aanklopt voor advies?
Ik zou zeker zeggen dat Mads degene is bij wie ik aanklop als ik ergens advies over nodig heb. Hij is zo’n goede leider en hij heeft een heel goede balans in hoe hij met de wielerwereld omgaat. Hij is een mooi voorbeeld van wat later fijn zou zijn om zelf te worden.
Soms interview je supertalenten op jouw leeftijd die zeggen: ik wil wereldkampioen worden, ik wil dit of dat winnen. Jij klinkt bescheidener. Is dat je karakter of houd je niet van grote woorden?
Ik laat het liever in de koers zien dan erover te praten in interviews. En ik heb nergens haast mee. Misschien boek ik volgend jaar een groot resultaat, misschien duurt het nog drie jaar. Als ik mijn ontwikkeling doorzet, komen de uitslagen vanzelf.
Wat eten jullie tegenwoordig in Denemarken? Want jullie leveren grote sterren. Vroeger was onder-19 en -23 vaak het plafond. Maar de laatste tien jaar lijkt er iets in de Deense grond te zitten dat toppers voortbrengt.
Ik denk vooral dat het komt doordat er zoveel snelle renners in Denemarken zijn, waardoor we elkaar beter maken. Het niveau is al vanaf jonge leeftijd heel hoog. En de concurrentie is behoorlijk gek. Dat duwt iedereen vooruit. Daardoor loop je telkens net een stapje voor op de rest.
Je hanteert ook die multidisciplinaire aanpak. Denk je dat je, zoals Pidcock, in de toekomst al die disciplines kunt combineren, met alle verschillende terreinen en de weg die je noemde?
Ja, zeker. Ik zou in elk geval de komende jaren graag wegrennen en mountainbiken combineren. Veldrijden doe ik niet meer, maar die twee wil ik samenbrengen. Ik droom ervan om in 2028 op de mountainbike naar de Spelen te gaan. Met de ploeg maken we een tijdlijn tot dan over beide disciplines. Daarna evalueren we opnieuw. Voor nu geniet ik van beide. Als het punt komt dat het plezier weg is, stop ik met de mountainbike en focus ik alleen op de weg.
Want de weg is de toekomst.
De weg is zeker mijn hoofddiscipline. Daar wil ik in de toekomst de beste renner worden.
Hoe begon je interesse in wielrennen? Hoe is dat gegaan?
Ik ben op mijn vijfde op de mountainbike begonnen, omdat mijn broer begon. Ik heb gemountainbiket tot ik 14, 15 was en toen mijn eerste racefiets gekregen. Ik dacht niet dat ik veel op de weg zou doen, het was vooral training. Op mijn 17e reed ik wat wegwedstrijden, maar zonder veel aandacht. Pas toen ik als junior het wereldkampioenschap won, besloot ik: oké, nu ga ik me meer op de weg richten.
Kwam dat uit een traditionele wielerfamilie of iets dergelijks?
Mijn vader fietste wat, zowel mountainbike als weg. Niet op professioneel niveau. Maar ik zou wel zeggen dat we een wielerfamilie waren, want de meesten van ons reden op de fiets.
Je had het eerder over druk. Als jonge renner sta je ineens op het podium met Pogacar (Tre Valli Varesine, red.). Zorgde die ervaring voor meer druk, nu je zulke grote resultaten boekt tussen de allerbesten?
Nee, dat denk ik niet. Er verandert niet zo veel. Misschien zijn de verwachtingen van buitenaf wat groter, maar ik leg mezelf niet extra druk op omdat ik aan het einde van het seizoen wat resultaten haalde. Het gaf vooral veel vertrouwen en iets om mee te nemen naar volgend jaar. Het is goed voor mijn koersinzicht dat ik die finales heb gereden en doelen heb gehaald, maar het verandert de druk niet wezenlijk.
Wat vind je ervan dat de wielerwereld iemand als jij op je 19e al een supertalent noemt?
Ik denk er niet zo over. Ik lees niet elk interview dat over mij verschijnt. Ik probeer gewoon mezelf te blijven en niet te veel te denken aan wat anderen willen dat ik ben, maar aan wat ik zelf wil zijn.
We spraken onlangs met Paul Seixas. Hij zei: “Ik heb echt genoten van die duels met Albert in de jongere categorieën en ik zie hem als een mogelijke tegenstander in de grote rondes later.” Hoe reageer je daarop?
Ja, Paul en ik hadden mooie duels bij de junioren. Hij was echt heel sterk en een fijne concurrent. Dit jaar sloegen we misschien wat verschillende richtingen in. Hij ontwikkelde zich meer als klassementsrenner en ik meer als eendagsrenner, maar we gaan elkaar zeker nog vaak treffen. Dat wordt weer een mooi gevecht.
albert philipsen
Philipsen reed Strade Bianche in zijn eerste profjaar. @Sirotti
Je glimlacht als je erover praat, dus goede herinneringen.
Het was een heel fijne concurrent om te hebben. Alles ging eerlijk en ik mag hem als persoon. Ik vind hem een goede kerel. De sterkste won, en dat waardeer ik.
Met de gevestigde orde van nu met Pogacar, Van der Poel en andere grote namen: wat is er voor jou nodig om dat niveau te halen? Wat heb je de komende jaren nodig om te groeien, als veel mensen verwachten dat jij dat kunt? Wat heb je nodig om uiteindelijk de man te worden?
Ik hoop zeker in de toekomst een van die namen te zijn. Misschien over twee jaar, misschien over vijf. Ik heb vooral geduld nodig en geen stappen overslaan. Kijken hoe mijn ontwikkeling loopt en vandaaruit verder bouwen.
Al die renners zorgden de afgelopen jaren ook voor schitterende duels voor de fans. Wielrennen is erg leuk om naar te kijken. Is dat iets wat jij als prof ook wil bereiken? Wil je de fans een show bieden om de wielergemeenschap plezier te laten houden in het kijken naar koers?
Natuurlijk maakt het wielrennen veel leuker om naar te kijken als je van die grote rivaliteiten hebt. Het is zeker iets wat ik in de toekomst graag aan de sport wil teruggeven. Als kind vond ik het geweldig om zulke gevechten te zien. Het zou echt tof zijn om die zelf te kunnen creëren.
Welke strijd herinner je je specifiek?
Ik wist dat deze zou komen, maar ik herinner me niet echt een specifieke.
Is er een koers die… Als je het mij vraagt: de Amstel Gold Race 2019, was dat een totaal onverwachte ontknoping?
Eerlijk gezegd niet, want ik keek als jonge renner niet veel wegwielrennen. Ik keek meer mountainbiken. Het is niet zo dat ik veel knotsgekke wegkoersen kan aanwijzen die ik gezien heb. Pas de laatste jaren ben ik echt meer naar het wegwielrennen gaan kijken.
Had je idolen in het mountainbiken of op de weg?
Ik denk dat Nino Schurter hét idool in het mountainbiken was. Hij was de grootste en beste renner die er, naar mijn mening, ooit is geweest. Natuurlijk kijk ik ook naar huidige renners zoals Mathieu [van der Poel], Pogi (Tadej Pogacar, red.) of iemand als hij. Dat is zeker een niveau waar ik in de toekomst naar streef.
Mathieu heeft het tegenwoordig lastig in het mountainbiken. Hij presteert niet zoals hij wil. Denk je dat het nog mogelijk is om die twee disciplines te combineren? Wil jij dat?
Ik denk dat het kan, maar het kost meer energie dan vijf jaar geleden. Het is moeilijker geworden. In het mountainbiken wordt nu ook alles geoptimaliseerd. Iedereen rijdt op zo’n hoog niveau dat het naïef is te denken dat je zomaar kunt opstappen en meteen presteren. Ik heb die fout dit jaar zelf ook gemaakt: niet genoeg investeren om echt te kunnen presteren. Dat leidde tot blessures, valpartijen of andere domme dingen. Het is nog steeds mogelijk, maar je hebt specifieker werk nodig. Je moet echt een slim plan maken hoe je het aanpakt.
Bijvoorbeeld het WK volgend jaar. Mountainbiken, wil je dat rijden? Heb je daar ambitie voor?
Ik weet het eigenlijk niet. Ik denk het niet.
Als je dat wil doen, moet je tijd vrijmaken, bijvoorbeeld een maand, om alleen op mountainbiken te focussen.
Dat vergroot zeker de kans op een goed resultaat. Ik denk dat ik volgend jaar waarschijnlijk alleen wat World Cups doe, misschien enkele nationale wedstrijden als ik tijd heb. Gewoon om het gevoel voor de sport en de fiets te behouden. En dan kan ik in 2027 misschien naar het WK als het in mijn programma past. In ’28 zien we dan wel of de Olympische Spelen mogelijk zijn.
Mathieu zegt altijd dat de overstap van wegfiets naar mountainbike het moeilijkst is. Kun je uitleggen waarom?
Er komt zoveel techniek kijken bij mountainbiken. Iedereen rijdt nu ook zo snel dat je niet alleen als sterkste kunt verwachten te winnen. Je kunt de wedstrijd echt verliezen als je technisch niet goed genoeg bent. Dus daarmee ben ik het eens: het is een lastige overgang van de weg naar het mountainbiken. Ook de manier van koersen is anders. Anderhalf uur volle bak, maar ook behoorlijk anaeroob. Het is één minuut vol gas en dan proberen te herstellen terwijl je een supertechnische afdaling neemt. Als je die dingen niet kunt combineren, is progressie onmogelijk.
Vorig jaar startte je in de Tour Down Under, hoe ziet je programma eruit? We weten dat je meer klassiekers gaat rijden, de straatklassiekers. Wat is je programma voor de eerste maand?
Het is nog niet 100% bevestigd, maar ik ga sowieso niet naar Australië dit of volgend jaar. Ik denk wel dat ik mijn seizoen vrij vroeg start, misschien eind januari of begin februari. Dat is Mallorca.
En het Openingsweekend ook?
Ja.
In de zomer leek je aanpassingen te hebben gedaan waardoor je in de herfst zo veel beter werd. Wat heb je in de zomer veranderd waardoor je die extra stap zette?
Het is lastig om precies te zeggen wat het verschil maakte. Eerlijk gezegd was de grootste verandering dat ik eindelijk wat meer tijd had. Om te ontspannen, te trainen en meer consistentie te krijgen in wat ik deed. De stap van junioren naar WorldTour is enorm en zorgt voor veel stress. Met al het reizen, meer koersen en dat soort dingen. Ik werd na de grote wedstrijden best vaak ziek. Aan het einde van het seizoen voelde ik me eindelijk wat meer thuis in die nieuwe omgeving. En ook zelfverzekerder dan voorheen. Dat was waarschijnlijk het grootste verschil tussen het eerste deel van het jaar en het einde.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading