Tim Merlier kon woensdag juichend de armen in de lucht gooien na een dominante sprintzege in etappe 1 van de
Tour de Hongrie. Voor de Belg was het pas zijn vijfde koersdag van het seizoen, maar al zijn derde overwinning. Donderdag start hij in de gele trui in de tweede etappe.
In een nerveuze finale met twee valpartijen benutte Merlier zijn ervaring om de juiste wielen te vinden en met steun van zijn ploeg Juan Sebastián Molano met ruim een fietslengte te kloppen aan de streep. Met Bert Van Lerberghe en Alberto Dainese als steun in de finale moest hij toch vooral wielen volgen en geduldig wachten op zijn moment. Pas in de laatste 200 meter kwam hij uit de slipstream langs Molano.
“We verloren elkaar even, maar we raakten niet in paniek. Ik denk dat we in de laatste kilometer weer samenkwamen,” zei Merlier na de finish. “Alberto [Dainese] deed zijn laatste beurt en daarna zette ook Bert [Van Lerberghe] nog een kleine lead-out op. Met 500 meter te gaan zette hij me perfect af. Ik wachtte tot 200 meter en lanceerde.”
Na een door blessures gehinderd voorjaar bevestigde Merlier dat de vorm precies op tijd komt: “Het gevoel is oké. Pas de vijfde koers van het seizoen en al de derde zege, dus ik mag tevreden zijn.”
Merlier verrast door valpartijen
Een valpartij met meer dan twintig renners tijdens de vorming van de kopgroep deed wenkbrauwen fronsen. Ondanks weinig straatmeubilair en een goed wegdek zorgden het hoge tempo en de nervositeit in het peloton voor opvallende valpartijen. Dat hielp volgens de 33-jarige ook het Lidl-Trek-duo Mathias Sunekær Norsgaard en Kristian Egholm om diep in de etappe vooraan stand te houden.
Merlier vulde aan: “Na 20 kilometer was er een grote val, dat verraste me wel. Het waren echt mooie wegen en zeker zonder obstakels, dus ik was verbaasd.”
“Ik denk dat de renners wat nerveus waren voor mogelijke waaiers of zoiets, het lag helemaal niet aan de organisatie. Uiteindelijk waren we best verrast door de twee jongens die zo lang bleven vechten.”