Ondanks een podiumplek in Luik-Bastenaken-Luik kreeg
Remco Evenepoel felle kritiek omdat hij het moordende tempo van
Tadej Pogacar en
Paul Seixas niet kon volgen.
Patrick Lefevere, zijn voormalige ploegbaas bij Soudal Quick-Step, nam het op voor zijn ex-protegé en haalde tegelijk uit naar de moderne obsessie van het peloton met hoogtestages ten koste van werkelijk koersen.
Een geslaagd Monumentenpodium
In zijn column voor de Belgische krant
Het Nieuwsblad wees Lefevere snel op de absurditeit van de negatieve reacties op Evenepoels optreden.
“Remco Evenepoel is weer een record rijker: de meeste kritiek ooit na een derde plaats in
Luik-Bastenaken-Luik,” begon Lefevere. “Wat je leest, is onwaarschijnlijk. Ik ben de eerste om veeleisend te zijn, maar een podium in een Monument, achter fenomenen als Pogacar en Seixas, telt voor mij nog altijd als een geslaagd rapport.”
Lefevere erkende dat Evenepoel moest passen en er op La Redoute niet op zijn best uitzag, maar benadrukte dat de geschiedenis enkel het eindresultaat onthoudt. Hij wees op de hypocrisie van critici die doorgaans zeggen dat “alleen het resultaat telt”, maar toch klagen wanneer Evenepoel een Monumentenpodium haalt.
In zijn analyse waarom de Belgische kopman de explosieve versnellingen van zijn rivalen niet kon volgen, noemde Lefevere twee mogelijke factoren: gewicht en koersdagen.
Eerst speculeerde hij dat Evenepoel nu mogelijk wat meer gewicht meedraagt dan in zijn topvorm richting de Tour de France. Hoewel hij opmerkte dat ook Pogacar in het voorjaar iets forser oogt, suggereerde Lefevere dat “gewicht misschien een grotere impact heeft op Remco dan op Pogacar”.
Daarnaast wees Lefevere op een groot verschil in frisheid. Pogacar kwam met slechts 4 koersdagen naar Luik-Bastenaken-Luik, terwijl Evenepoel er al 24 in de benen had. “Ik maak die vaststelling niet om zijn seizoensopbouw in vraag te stellen, maar frisheid is geen detail in de koers,” stelde Lefevere. “Laten we vooral blij zijn met een renner die nog echt zo veel wil koersen.”
Tadej Pogacar and Remco Evenepoel at the 2026 Liêge-Bastogne-Liège podium
Hoogtestages en een verdwijnend peloton
Dat contrast in koersdagen leidde de voormalige ploegbaas tot een bredere kritiek op de moderne WorldTour-kalender. Begin mei rijden de absolute vedetten nauwelijks buiten hun hoofddoelen: Pogacar had 11 koersdagen, Van der Poel 13 en Vingegaard 15.
Lefevere begrijpt dat sponsors tevreden zijn met de indrukwekkende winstratio van de “Grote Drie”, maar hij vreest het precedent voor de rest van het peloton. Renners ruilen steeds vaker koersdagen in voor lange hoogtestages en behandelen wedstrijden als korte intermezzo’s tussen trainingsblokken op vulkanen.
“Ik weet dat hoogtestages werken, maar soms lijken koersen nu intermezzo’s tussen twee van die stages,” vroeg Lefevere zich af. “Ik vraag me af: moet een sprinter echt op hoogtestage? Zeker niet twee keer per seizoen.”
Terugblikkend op zijn eigen tijd herinnerde Lefevere zich dat renners maximaal 85 koersdagen per jaar mochten rijden om overbelasting te voorkomen. Kijkend naar het verdwijnende peloton kwam hij met een radicaal tegenvoorstel. “Misschien is het geen slecht idee om een ondergrens in te voeren. Dat Pogacar en Van der Poel zich beperken tot de grote afspraken, best. Maar voor veel andere renners denk ik: ‘zou je misschien wat meer kunnen koersen?’”