Bahrain Victorious mag de voorbije twee seizoenen niet de grootste oogst hebben binnengehaald, maar één zekerheid blijft: de ploeg uit Bahrein heeft altijd een paar troeven achter de hand.
Max van der Meulen is één van hun langetermijnprojecten. De 21-jarige Nederlander voltooide zojuist een veelbewogen eerste profjaar, al vertaalden de uitslagen zijn potentieel nog niet.
In de junioren- en beloftencategorieën toonde Van der Meulen zich veelzijdig. Van bergen tot kasseien: hij pakte onder meer de koninginnerit in de Ronde de l'Isard 2024 tegen Visma’s klassementsbelofte Jorgen Nordhagen, werd zesde in Paris-Roubaix Espoirs 2023 en won dominant de Classique des Alpes Juniors na een solo van 50 kilometer.
Wat bleef hangen na zijn WorldTour-debuut? “Vooral dat alles langer duurt,” zegt hij tegen
In de Leiderstrui. “En het niveau ligt gewoon hoger. Dat is logisch, maar ik merkte vooral dat het langer is. Daar ga ik de komende jaren meer op focussen: vaker en bewuster rust nemen door het seizoen heen, in plaats van op te raken.”
“Zeker in je eerste profjaar weet je niet waar je in stapt,” blikt hij terug. “Ik ben eigenlijk blij dat ik geen resultaatsdoelen heb gesteld. Alles is nieuw, het gaat sneller en de rolverdeling is duidelijk. Dus ik ben blij dat ik niet dacht: ‘Als dit niet lukt, heb ik gefaald.’ Nu heb ik overzicht. Nu weet ik: dit kan ik al, en dit zit er misschien in.”
Droom van de Vuelta
Voor zijn debuutjaar stond een eerste Grand Tour stapje gepland in de Vuelta a España. Een val in de voorbereiding tijdens de Vuelta a Burgos en een sleutelbeenbreuk zetten die Vuelta-debuutplannen echter on hold. Omdat Van der Meulen eerder ook een hersenschudding opliep in de Tour de Hongrie, werd het seizoen grotendeels een streep door de rekening.
“Daar had ik het echt moeilijk mee. Niet zozeer dat ik de Vuelta miste, maar ik was net hersteld van die hersenschudding, en er speelde ook het een en ander privé. Ik had keihard gewerkt om in vorm te raken voor de Vuelta, dus ik baalde enorm toen ik viel en mijn sleutelbeen brak.”
Toch probeert de jonge renner vooral het positieve te halen uit deze tegenslag, met het oog op een hopelijk lange carrière: “Ik besefte hoeveel ik ervoor over heb. Ik ben ook trots op het harde werken, de motivatie en consistentie die ik heb getoond, de discipline. Ook al kreeg ik er uiteindelijk niets tastbaars voor terug.”
En het doel voor 2026? Simpel: “Ik wil gewoon een niveau halen waarop ik koersen kan winnen. Het maakt me niet uit welke koersen. Ik heb een paar keer kort bij de finale gezeten, maar nog niet echt. Om te winnen moet je eerst een finale rijden.”