Twee wedstrijden, twee uitschieters, maar toch gedeeld podium. Terwijl
Tadej Pogacar en
Demi Vollering de
Ronde van Vlaanderen domineerden, stelde oud-olympisch en wereldkampioene tijdrijden
Grace Brown de vraag of het vrouwenwielrennen nog altijd in de schaduw van de mannenkoers moet bestaan, terwijl dat niet meer nodig is.
“Het is nu oké, maar geen langetermijnoplossing”
Brown erkende dat het huidige model op korte termijn winst oplevert, vooral in zichtbaarheid en een vloeiende uitzending. “Ik zou zeggen dat het nu oké is, maar geen langetermijnoplossing als we de sport verder willen laten groeien,”
zegt ze in gesprek met SBS Sport. “Er zijn wat korte termijn-winsten. Fans blijven naar verluidt langs de kant na de mannenkoers om later ook de vrouwen aan te moedigen. Ze blijven kijken op tv terwijl de vrouwen in Europa in primetime te zien zijn.”
Dat beeld zagen we in Vlaanderen, waar het publiek langs het parcours ook tijdens de vrouwenwedstrijd sterk bleef en de tv-kijkers van de ene naar de andere koers werden meegenomen.
Maar voor Brown wegen die voordelen niet op tegen de beperkingen op langere termijn. “Ik heb het gevoel dat die argumenten wat hol zijn, want ik heb beide formats gereden en de benadering op dezelfde dag levert niet altijd meer aandacht op.”
Publiek, timing en wat echt werkt
De kalenderstructuur heeft al laten zien wat er kan veranderen wanneer het format verschuift.
Brown wees op de Ardense klassiekers, waar latere starttijden voor de vrouwenwedstrijden zichtbaar meer aandacht opleverden. “Natuurlijk komen niet veel fans om 8.00 uur opdagen om de vrouwen te zien en blijven ze de hele dag hangen tot ze laat in de middag de mannenfinish kunnen meepakken. Dus ja, er was een merkbaar verschil toen het schema werd omgedraaid.”
In Vlaanderen blijft het contrast duidelijk. De mannenkoers bouwt de hele dag op, terwijl de vrouwenwedstrijd, ondanks de kwaliteit, nog steeds in de schaduw staat van wat ervoor en erna komt.
Brown haalde ook eerdere edities in Parijs aan waar de wedstrijden over het weekend werden gespreid. “We zagen in de jaren dat Parijs de vrouwenwedstrijd op zaterdag en de mannen op zondag programmeerde, dat het publiek voor beide afzonderlijk kwam.”
“Je ontneemt ze hun eigen waarde”
Centraal in Browns betoog staat niet alleen zichtbaarheid, maar ook identiteit. “Het is bijna zo dat wanneer je de vrouwenkoers na de mannen plaatst, je ze hun eigen waarde ontneemt,” zei ze. “Het voelt alsof je het vrouwenwielrennen dwingt altijd te leunen op de levensader van de mannensport, terwijl het prima op eigen merites kan bestaan.”
Dat punt weegt zwaarder in een koers als Vlaanderen, waar de vrouweneditie inmiddels eigen diepte, eigen sterren en eigen tactische gelaagdheid heeft ontwikkeld.
Vollerings solo op de Oude Kwaremont besliste de koers op overtuigende wijze, terwijl achter haar de strijd om het podium werd uitgevochten tussen Puck Pieterse en Pauline Ferrand-Prevot. Een wedstrijd die op een andere dag prima op zichzelf had kunnen staan.
Een gemiste commerciële kans?
Naast sportieve waarde ziet Brown ook een financieel argument voor verandering. “Als er een goed financieel model wordt neergezet, kan dat immers betekenen dat je de omzetkans over twee dagen verdubbelt,” zei ze. “Als we vast blijven houden aan het idee om beide evenementen op dezelfde dag te houden, remmen we de potentiële groei van de vrouwensport echt af.”
Op dit moment is de overlap in uitzendtijden een extra barrière. “Momenteel kunnen fans niet beide koersen onafhankelijk kijken omdat de uitzendtijden overlappen.”
Dat was opnieuw zichtbaar in Vlaanderen, waar de aandacht onvermijdelijk wordt gesplitst in plaats van volledig op elke wedstrijd te focussen.
Grace Brown veroverde goud in de tijdrit voor elite vrouwen op de Olympische Spelen van Parijs 2024.
Een sport die klaar is om op zichzelf te staan
Voor Brown gaat de conclusie niet over het kleineren van wat gedeelde racedagen hebben opgeleverd, maar over erkennen wat de volgende stap is.
“De vrouwenklassiekers zijn geen bijzaak meer. Het niveau is wereldtop, de rensters zijn publieksmagneten, en het publiek komt als je ze een reden geeft,” zei ze. “De vraag is of organisatoren dapper genoeg zijn om die solistische keuze te steunen. Gedeelde racedagen hebben ons hier gebracht. Ze moeten niet het plafond zijn.”
Na een weekend waarin beide edities van de Ronde van Vlaanderen op zichzelf overtuigden, is de vraag niet meer of het vrouwenwielrennen op eigen benen kan staan, maar of het de ruimte krijgt om dat te doen.