Mathieu van der Poel had Benidorm niet nodig om een rivaliteit met
Jasper Philipsen te starten. Hij had één moment nodig. En zodra de woorden eruit waren, ging het verhaal niet meer over wie een koers won. Het ging erom wie de ander als eerste buiten zijn comfortzone zou duwen.
“Niet alleen ik zou hem dubbelen, maar iedereen. Ze onderschatten soms het niveau van het veldrijden,” zei Van der Poel in gesprek met Sporza, lachend, toen het idee van een cross voor Philipsen ter sprake kwam.
Het was niet venijnig bedoeld. Het kwam met de vanzelfsprekende zekerheid van iemand die precies weet hoe hard zijn eigen discipline is. En het landde waar het hoorde: als een uitdaging.
Die uitwisseling volgde op Benidorm, waar Van der Poel de cross last minute aan zijn programma had toegevoegd en vervolgens met een vroege solo alles uiteenreed. Maar het grotere verhaal kwam erna, toen de focus verschoof van de uitslag naar de mensen die hem er überhaupt heen hadden geduwd. “Mijn ploeggenoten hebben me de hele week gedwongen om te rijden, omdat ze wilden komen kijken,” zei Van der Poel, als verklaring waarom hij überhaupt in Spanje aan de start stond.
Die druk kwam niet van willekeurige stemmen in de ploeg. Ze kwam van renners als Philipsen, die wilden zien wat er zou gebeuren als Van der Poel wél startte. “Dat heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing,” zei hij. “Al heb ik wel lang getwijfeld, want mijn training is heel belangrijk.”
Van overreden naar uitdagen
Zodra Van der Poel had gereden en gewonnen, kantelde de dynamiek. De man die naar Benidorm was geduwd, werd degene die ging duwen. “We proberen hem al een paar jaar te overtuigen om ook eens een cross te rijden,” zei Van der Poel. “Ik denk dat Heusden-Zolder een perfecte cross voor hem zou zijn.”
Philipsen hapte niet meteen toe. En Van der Poel wist precies waarom. “Door de 80-procentregel zou hij uit koers worden genomen,” zei hij. “Niet alleen ik zou hem dubbelen, maar iedereen.”
Het was half grap, half waarschuwing. Veldrijden is geen curiositeit waar je zomaar instapt. En Van der Poel begrijpt als geen ander hoe groot het verschil is tussen een cross kijken en er één overleven.
Philipsen liet het daar niet bij. Als Van der Poel hem in de cross wilde, dan moest Van der Poel elders iets terugdoen. Als tegenzet wierp Philipsen het idee op om zijn ploegmaat mee een strandrace in te trekken. Ander terrein. Andere chaos. Zelfde logica: kijk hoe de ander zich redt buiten zijn vertrouwde kader.
Zo creëerde het Benidorm-weekend plots iets dat niets te maken had met wie als eerste finishte. Het creëerde een blijvende uitdaging tussen twee van de grootste namen van het moderne
wielrennen.
Dit gaat nog niet over contracten of kalenders. Het gaat over toon. Twee renners die in hun eigen domein gewend zijn te winnen, dagen elkaar nu uit om in dat van de ander te stappen.
Van der Poel heeft al vaker grenzen verlegd. Philipsen nog niet. Maar na die uitspraak is duidelijk dat het idee geen losse grap meer is. Het is een uitdaging die op een antwoord wacht.