De volgende existentiële uitdaging voor het profwielrennen is mogelijk niet fysiologisch, technologisch of tactisch. Volgens
Jan Bakelants is ze financieel, met stille gevolgen die het competitieve evenwicht van de sport een generatie lang kunnen hertekenen.
In gesprek met Het Laatste Nieuws trok de voormalige Touretappewinnaar een scherpe parallel tussen het verleden en heden van de sport, en stelde dat het peloton opnieuw afglijdt naar een bekende tweedeling. “We gaan opnieuw richting een peloton met twee snelheden,” zei Bakelants. “Vroeger lag de oorzaak bij doping. Nu is het financiële doping.”
Transfermacht verdringt sportief evenwicht
Bakelants’ zorg draait niet om individuele renners die van ploeg wisselen, maar om hoe makkelijk rijkere ploegen nu kleinere projecten kunnen ontmantelen. Het moderne transfersysteem, stelt hij, lijkt steeds meer op het voetbal dan op het traditionele wielerecosysteem, met afkoopsommen en financiële slagkracht die langetermijnopbouw overvleugelen.
Ploegen met krappe budgetten zijn daarbij extra kwetsbaar. Zodra een renner boven verwachting presteert, wordt hem behouden minder een sportieve opdracht en meer een financiële onmogelijkheid. Volgens Bakelants ondermijnt die dynamiek het doel van WorldTour-pariteit, omdat de sterkste organisaties talent vrijwel ongehinderd kunnen opstapelen.
Waarom budgetkloven meer dan ooit tellen
Het gevaar is volgens Bakelants structureel en niet tijdelijk. Sponsorgedreven ploegen leven van zichtbaarheid, maar die wordt schaarser wanneer talent systematisch naar boven wordt weggezogen. Sponsors verwachten rendement, merkt hij op, en afnemende exposure verzwakt het hele model.
Die onbalans versterkt zichzelf. Renners verkiezen steeds vaker gedeeld leiderschap bij dominante teams boven volledige verantwoordelijkheid elders, zelfs wanneer beide ploegen op hetzelfde WorldTour-niveau uitkomen. “Als je voor
Team Visma | Lease a Bike,
UAE Team Emirates - XRG,
Lidl-Trek,
Red Bull - BORA - hansgrohe,
INEOS Grenadiers en nu ook Decathlon CMA CGM Team kunt rijden, ziet je leven er heel anders uit dan wanneer je voor Lotto-Intermarche rijdt,” legde Bakelants uit. “En dat is óók een WorldTour-ploeg.”
De cijfers onderstrepen het punt. Een transfer van meerdere miljoenen euro’s is voor een superteam een beheersbaar deel van het budget, maar slokt bij een kleinere ploeg al snel een kwart van de jaarmiddelen op. “Dat is precies mijn punt,” zei Bakelants. “Er ontstaat een enorme budgetonevenwichtigheid in het peloton.”
Bakelants zelf stopte aan het einde van het seizoen 2022
Lessen van Van der Poel en Alpecin
Bakelants verwijst naar Alpecin-Premier Tech als bewijs dat alternatieve modellen kunnen slagen, maar alleen onder omstandigheden die niet meer bestaan. Hun vroege inzet op
Mathieu van der Poel liet de ploeg organisch groeien voordat de huidige hyperagressieve transfermarkt volledig doordrong.
Die timing was volgens hem doorslaggevend. “Toen hij volledig doorbrak op de weg, was de praktijk die nu gemeengoed wordt nog niet echt ingeburgerd,” zei Bakelants. In het huidige klimaat zou zulke geduldigheid vermoedelijk worden afgestraft. “Als Mathieu van der Poel nu zijn eerste grote Classic had gewonnen, was een opportunistische ploeg als INEOS of Lidl-Trek zeker komen aankloppen met een astronomisch bod.”
Het verschil, meent Bakelants, is dat het wielrennen zijn natuurlijke beschermingsmechanismen heeft verloren. Waar ontwikkeling, loyaliteit en geleidelijke progressie ooit telden, bepaalt rauwe koopkracht steeds vaker de uitkomst.
Een waarschuwing, geen voorspelling
Bakelants beweert niet dat dominantie van sterke ploegen nieuw is, wel dat de mechanismen erachter op zorgwekkende wijze zijn veranderd. Zonder waarborgen dreigt de sport ongelijkheid zo diep te verankeren dat opwaartse mobiliteit eerder uitzondering dan regel wordt.
Het kruispunt dat hij schetst is dus niet alleen financieel, maar ook filosofisch. Of de sport die onbalans wil aanpakken of accepteert, kan bepalen hoe competitief het profwielrennen in het komende decennium blijft.