Naast de Tour de l'Avenir behoren de Giro Next Gen tot de grootste beloftenritten op de
UCI-kalender, alleen voorafgegaan door de World en Europese kampioenschappen bij de eendagskoersen. Met legendarische winnaars als Marco Pantani, Francesco Moser, Gilberto Simoni en Danilo Di Luca is het geen wonder dat de Italiaanse rittenkoers enorm aanzien geniet in het peloton, en dat elke opleidingsploeg graag deel wil uitmaken van die erelijst.
Met tot (en soms meer dan) 50 aanmeldingen voor maximaal 30-35 startplekken staan de organisatoren vaak voor lastige keuzes bij de ploegenselectie, al zijn dat luxeproblemen. Of zo leek het, want de organiserende partij – recent omgedoopt tot RCS Sport – koos voor een radicale stap:
deelnemende ploegen €10.000 laten betalen om aan de Giro Next Gen 2026 mee te doen,
meldt Ciclismoweb.
De reactie volgde direct; acht eerder uitgenodigde Italiaanse continentale ploegen hebben een formele brief ingediend bij de FCI (Italiaanse Wielerbond) waarin zij stellen onder deze voorwaarden niet te zullen starten in 2026.
Een geschokte FCI stuurde het bericht door naar de UCI, die al was gealarmeerd door klachten van Development-teams van WorldTour-formaties. Zij verwezen naar het UCI-reglement waarin staat dat organisatoren geen deelnamegeld van ploegen mogen vragen.
De reactie van de UCI was ditmaal helder en beknopt: RCS Sport mag geen bijdrage vragen aan uitgenodigde ploegen voor de Giro d'Italia Under 23.
Tom Pidcock won de Giro Next Gen in 2020, waarmee hij zijn profcarrière lanceerde
Maar waar komt dit idee eigenlijk vandaan?
De oorsprong ligt bij tegenhanger Tour de l'Avenir. De “mini-Tour de France” maakt de overstap van Nations Cup (een categorie die in 2026 verdwijnt) naar een reguliere beloftenkoers met handelsploegen aan de start. En volgens geruchten vraagt de Franse wedstrijd €10.600 aan ploegen om te mogen starten in de editie van 2026.