Ooit bestempeld als “de toekomst van het Amerikaanse wielrennen”, waren
Tejay Van Garderen en Taylor Phinney de lichtpunten waarop een door het Lance Armstrong-schandaal ontredderd land zijn hoop vestigde. Uiteindelijk hebben beide renners om uiteenlopende redenen hun volle potentieel niet helemaal waargemaakt, maar dat betekent niet dat er geen hoogtepunten waren. Van de twee gold Phinney wellicht als het grotere talent, en des te pijnlijker was het dat zijn loopbaan op 23-jarige leeftijd bijna eindigde, nog voor hij de top van het peloton bereikte. De Amerikaanse tijdrijder stopte definitief vijf jaar later, klaar met de sport… tot een maand geleden, toen Phinney op 35-jarige leeftijd zijn ambitie uitsprak om Olympisch goud te winnen in de ploegenachtervolging op de Spelen van Los Angeles 2028.
“Ik hoorde het op dezelfde manier als iedereen, en ik had waarschijnlijk dezelfde gedachte als iedereen,” vertelde Van Garderen aan
Domestique. “In eerste instantie dacht ik: ‘Is dit een grap? Word ik hier in de maling genomen met een 1 aprilgrap of zo?’”
“Toen ik er serieus over nadacht, besefte ik dat hij waarschijnlijk de beste man van de ploeg wordt als hij er echt vol voor gaat, en dat weet ik zeker van wel,” zei Van Garderen over de voormalig tweevoudig wereldkampioen individuele achtervolging.
“Hij doet niets als hij er niet 100% voor kan geven, dus ik vind het geweldig. Ik gun het hem. Het is een geweldig verhaal. En ik vond het altijd jammer hoe zijn carrière eindigde. Dit kan een beetje een verlossing zijn voor hem.”
Rio verbrijzelde zijn comebackdroom
Ondanks de zware blessures op het NK 2014, die hem een volledig jaar kostten, wist Phinney zich klaar te stomen voor de Olympische Spelen van Rio 2016, maar hij was niet meer dezelfde renner. Phinney ging vol voor de tijdrit, maar de 22e plaats deed volgens Van Garderen iets in hem doven.
“Sinds de Spelen in Brazilië leek het alsof Taylor er een beetje klaar mee was. Hij kwam terug van zijn blessure en reed nog voor BMC, dus we waren toen ploeggenoten. Ik weet nog dat hij in een van zijn eerste koersen terug een etappe won in de USA Pro Challenge en ik dacht: ‘Oh mijn God, Taylor heeft iets verschrikkelijks meegemaakt en nu wordt dat verleden tijd, hij komt eroverheen en hij wordt weer Taylor Phinney.’”
“Maar zo simpel was het niet. Er volgden nog operaties, littekenweefsel stapelde zich op, en er was veel chronische pijn. Hij ging vol gas richting de Spelen in Brazilië, trainde er keihard voor, en het werd een deceptie. Je kunt hem niets kwalijk nemen, want het was gewoon niet zijn parcours. Maar daarna raakte hij de motivatie kwijt, denk ik. Hij ging nergens meer echt all-in voor. Nu heeft hij volgens mij iets gevonden waarvan hij zegt: ‘Oké, hiervoor wil ik weer volledig gaan.’”
Kans op een beter afscheid
Over de kansen van zijn voormalige ploeggenoot richting 2028 is Van Garderen optimistisch: “Hij is duidelijk in goede vorm gebleven en zit nog altijd veel op de fiets. Waarschijnlijk vooral op de mountainbike of gravel, en of dat vertaalt naar het explosieve karakter van de ploegenachtervolging, geen idee. Maar hij is zo’n talent dat als hij zich ergens op vastbijt, het hem lukt.”
Taylor Phinney tijdens het WK tijdrijden
“Ik was opnieuw ploeggenoot met hem in het jaar dat hij stopte, en volgens mij was de Tour of California in 2019 in feite zijn laatste koers,” zei Van Garderen. “Het was wat triest, want hij haalde de finish niet. Hij werd gelost en daarna buiten tijd. Dat was het laatste van Taylor, en voor zo’n ongelooflijk getalenteerde renner en zo’n goede kerel had ik graag een ander einde gezien. Misschien is dit zijn kans.”