Op 07.03. gaat het mannenpeloton van start in een van de meest unieke en prestigieuze klassiekers:
Strade Bianche. Op de gravelwegen van Toscane wacht elk jaar een meedogenloos parcours met steile heuvels, lange onverharde stroken en schilderachtige landschappen, dat de koers razendsnel tot een baken van de sport maakte. De mannenwedstrijd start en finisht naar verwachting om 11:45 en 16:00 CET.
De koers zag in 2007 het licht en geldt nu wellicht als de voornaamste kandidaat om monumentstatus te bereiken. Het mist de lange historie van zijn gelijken, maar het aura is ongeëvenaard in het huidige peloton en de erelijst is om van te watertanden. Sinds 2014 won slechts één renner zonder eerdere zege in de Tour de France, een wereldtitel (weg, cross of MTB) of een monument; het toont hoe enkel absolute toppers hier winnen.
Alexandr Kolobnev won de eerste editie in 2007, en een jaar later kwam niemand minder dan Fabian Cancellara naar Toscane voor de eerste van zijn drie zeges. Het deelnemersveld groeide snel en in 2011 won Philippe Gilbert voorafgaand aan een historisch seizoen. Fabian Cancellara volgde in 2012; Moreno Moser in 2013; Michal Kwiatkowski in 2014; Zdenek Stybar in 2015; Cancellara en Kwiatkowski zegevierden opnieuw in de daaropvolgende jaren; Tiesj Benoot in 2018, Julian Alaphilippe in 2019.
In de jaren 2020 staan niet alleen kampioenen op de erelijst, ook de podiumklanten zijn van topniveau. Wout van Aert, Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar, Tom Pidcock en in de twee laatste edities opnieuw Pogacar wonnen hier. In 2025 ging de wereldkampioen hard onderuit op het grind, maar soleerde desondanks iconisch naar Siena.
Profiel: Siena - Siena
Siena - Siena, 202,6 kilometer
Het parcours is licht aangepast ten opzichte van vorige edities, maar de zwaarte is onverminderd. 202 kilometer op het menu, met 3.500 hoogtemeters – zonder ook maar één echte berg. De last zit in de korte, vaak steile klimmetjes en het onophoudelijke op-en-neer waar de renners mee worden bestookt.
Er ligt 64 kilometer gravel, verdeeld over 14 sectoren, variërend van 600 meter tot 11,7 kilometer. Ze liggen niet gebundeld in één zone maar gelijkmatig verspreid over de koers. Het is een slijtageoorlog waar tactiek, positie en – toegegeven – een tikkeltje geluk meespelen. Na golvende aanloopwegen dient zich net voor halverwege de eerste grote afspraak aan.
Lucignano d’Asso is de vijfde en langste sector en eindigt op 127 kilometer van de streep. Een vrij zware strook met flink risico op valpartijen, lekke banden en breuken. Elke sector – en eigenlijk elke kilometer – kan misgaan. Net als op de kasseien draait het om zo min mogelijk nodeloze energie verspillen. Hier begint de koers pas echt.
Monte Sante Marie is wellicht de eerste cruciale sector, met de finish van de strook op iets meer dan 72 kilometer van Siena en een hele kilometer aan 10%. Hier maakte Tadej Pogacar in de voorbije twee edities het verschil. De lengte en de grillige hellingspercentages maken het een beulswerk dat de koers onvermijdelijk doet ontploffen.
Colle Pinzuto eindigt op 53 kilometer van de meet en is een van de laatste brute passages waar je op pure macht tijd kan pakken, niet op opportuniteit. Er zit geen afdaling in, dus het is echt buffelen.
Daarna volgt Le Tolfe, met de top op 42 kilometer van Siena. Een U-vormige sector: je duikt hem aan volle snelheid in via een afdaling en krijgt dan een venijnige gravelhelling. Dit is de laatste witte weg van de dag en vaak de plek waar de beslissende renner of groep zich aandient.
Traditioneel volgden daarna enkele heuvels en de aanloop naar Siena. In 2024 kwam er een extra lus bij, die ook dit jaar blijft. Daarin zit de 3,3 kilometer lange afdaling van San Giovanni a Cerreto, die eindigt op 22,5 kilometer van de streep.
Daarna volgen opnieuw Colle Pinzuto en Le Tolfe, voor een tweede passage. Die eindigen respectievelijk op 17 en 12 kilometer van Siena. Tegen dan kan de koers al in een plooi liggen, maar dit zijn in elk geval scherprechters die vele ambities kunnen smoren.
Via Santa Caterina & Finale
Vanaf daar resteren 12 kilometer tot de finish. Makkelijk wordt het niet, want de weg blijft golven. Toch biedt het kansen om de koers opnieuw te bundelen en eventueel bondgenootschappen te smeden richting de slothelling.
In geval van een groep valt de beslissing in de smalle straten van Siena. Via Santa Caterina is een van de meest iconische plekken in het wielrennen en staat garant voor prachtige beelden. De beslissende muur piekt aan 16% (700 meter, gemiddeld 9%) en de laatste bochten in het hart van Siena bieden een ultieme kans om nog een plek te winnen.