Op 2 april staat het peloton aan de start van Dwars door Vlaanderen voor een van de spannendste klassiekers in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen. Vorig jaar was het een chaotische wedstrijd waar Wout van Aert ten val kwam en Matteo Jorgenson de overwinning pakte. Laten we het parcours eens nader bekijken.
Met 268 kilometer op het programma, belooft het een brute strijd te worden. De Ronde van Vlaanderen is altijd een koers geweest voor renners die in staat zijn om langdurig op topniveau te presteren, en dit jaar zal dat vermogen tot het uiterste worden getest. De eerste 120 kilometer, die overwegend rustig zijn, vormen ongeveer de helft van de wedstrijd. Maar in de tweede helft verandert alles. De Oude Kwaremont, dit jaar sector nummer 1, zal de koers openen en alles op zijn kop zetten.
Van 140 tot 123 kilometer wacht het peloton een lange reeks bergen en kasseistroken die het peloton flink zullen uitdunnen. Grote aanvallen zijn hier onwaarschijnlijk, aangezien de topfavorieten hun krachten verstandig moeten sparen, maar er kunnen wel opzetaanvallen, pogingen om te splitsen en een opbouw van vermoeidheid plaatsvinden.
Het cruciale deel van de koers begint echter met de tweede passage van de Oude Kwaremont. Na de Kwaremont volgen snel de Koppenberg en Paterberg, en dit trio van beklimmingen zal niet alleen het peloton volledig uitdunnen, maar ook de deur openen voor mogelijk beslissende aanvallen. Ze komen respectievelijk met 54,5, 50,5 en 44,5 kilometer te gaan. Niet veel renners zullen daarna nog bij de grote groep kunnen blijven, en met een uitgedunde peloton kunnen er ook na deze beklimmingen belangrijke aanvallen plaatsvinden, aangezien de kracht van de achtervolgers dan veel minder effectief zal zijn.
Steenbeekdries (39 km te gaan), Taaienberg (37 km te gaan) en Oude Kruisberg (28 km te gaan) volgen vervolgens, en bieden nog meer kansen voor gevaarlijke aanvallen. Na een korte afdaling komt de koers in de laatste fase terecht.
Dan is het tijd voor de derde en laatste beklimming van de Oude Kwaremont. Deze afmattende helling met zijn wisselende stijgingen wordt nogmaals bedwongen met 16,5 kilometer te gaan.
En na een korte sectie is de laatste berg van de race er altijd een die de verschillen kan zien, de Paterberg. Kort maar scherp, in wezen een inspanning van één minuut na ongeveer 6:30 uur hard racen waar slipstreaming niet bestaat. Een klim die de meesten zullen kennen als hun broekzak, met nog 13 kilometer te gaan;
Zoals elk jaar is de aanloop naar Oudenaarde bijzonder zwaar. Na de korte afdaling van de Paterberg volgt een vlakke strook, waar aanvallen nog steeds mogelijk zijn. Wat er precies gebeurt, hangt echter af van de situatie na de beklimmingen die nog komen.
These are the roads where #IconsOfFlanders are made. ⚔️ #FLCS pic.twitter.com/WjKrIWVk9L
— Flanders Classics (@FlandersClassic) March 27, 2025