De discussie over Tadej Pogacars positie in het moderne peloton draait vaak om zijn individuele genialiteit, maar de Italiaanse wielerlegende Gianni Bugno ziet richting de
Ronde van Vlaanderen 2026 een doorslaggevender factor achter die dominantie.
De winnaar van de Ronde van Vlaanderen 1994 wijst niet alleen op Pogacars niveau, maar vooral op de collectieve kracht rondom hem als het element dat hem op de kasseien echt onderscheidt van zijn rivalen.
“Vandaag is hij de beste, maar hij heeft ook de sterkste ploeg.
UAE Team Emirates - XRG is met niets te vergelijken,”
zegt Bugno in gesprek met AS. “Het is moeilijk om tegen hen te koersen. Pogacars rivalen hebben niet dezelfde kracht achter zich. Hij kan elke koers naar zijn hand zetten.”
Die inschatting kleurt het verwachte duel in Vlaanderen anders in. Hoewel Mathieu van der Poel en Wout van Aert op dit terrein de meest logische uitdagers blijven, suggereert Bugno dat het verschil niet louter in de benen zit, maar in de manier waarop de koers al lang vóór de beslissende hellingen wordt gecontroleerd.
Ploegmacht die de koers vormt
In recente edities is de Ronde van Vlaanderen vaak herleid tot momenten op de Oude Kwaremont en de Paterberg, maar de aanloop naar die punten wordt steeds meer bepaald door diepte en positionering over de volle 278 kilometer.
Voor Bugno wordt daar Pogacars voordeel het duidelijkst. Met UAE Team Emirates - XRG dat vroeg structuur kan opleggen en diep in de koers druk kan houden, wordt de Sloveen zelden gedwongen om geïsoleerd te reageren.
Dat staat in contrast met renners als Van der Poel en Van Aert, die, ondanks hun eigen kracht, in beslissende fases vaker zonder hetzelfde niveau van collectieve steun lijken te zitten.
Bugno’s bredere kijk op de koers weerspiegelt dat onevenwicht, al erkent hij de kwaliteit in de breedte. “Dit keer is
Tadej Pogacar de topfavoriet, al moet je Van der Poel in de gaten houden. We zullen ook moeten zien hoe het met Van Aert is… en Remco Evenepoel, die voor het eerst start. Hij kan verrassen, want ik denk dat het karakter van deze koers zijn eigenschappen ligt.”
Een koers die verder gaat dan individuele kracht
Dat doet in Bugno’s ogen niets af aan Pogacars individuele status. Integendeel, het versterkt die juist, omdat hij centraal staat in een koers die op meerdere manieren naar zijn kwaliteiten te buigen is. “Er zijn niet meerdere favorieten, maar slechts één. Eerlijk, hij heeft geen rivalen. Hij is een fantastische renner.”
Hij wees ook op Pogacars recente prestaties als extra bewijs voor de kloof die hij heeft geslagen. “Heb je zijn superioriteit gezien in Sanremo of Strade Bianche? Het wordt extreem lastig.”
Toch zorgen de aanwezigheid van Van der Poel, Van Aert en debutant Evenepoel ervoor dat Vlaanderen niet door één scenario wordt bepaald. De vraag is niet alleen wie de sterkste benen heeft, maar wie een koers kan lezen die steeds meer wordt gevormd door collectieve controle evenzeer als door individuele momenten.
Bugno’s lezing verschuift het accent duidelijk. Pogacar staat misschien op eigen merites bovenaan de sport, maar in een koers als de Ronde van Vlaanderen kan juist de kracht van de ploeg om hem heen beslissend zijn om die status in winst om te zetten.