De Ename Samyn Classic was een koers waar
Team Visma | Lease a Bike reikhalzend naar uitkeek, omdat
Wout van Aert er eindelijk zijn wegseizoen 2026 opende. En net als 2025-winnaar Mathieu van der Poel leek de Belg lang in stelling om voor de zege te sprinten. Tot hij, op 10 kilometer van de streep, lek reed door glasscherven op de weg, waarmee zijn koers in feite voorbij was.
Hij werd meteen geholpen door ploeggenoot Pietro Mattio, die zijn eigen fiets afgaf, maar de kop van de koers was toen al weg. Van Aert moest later nog eens wisselen, want de fiets van de volgens ProCyclingStats 184 centimeter lange Italiaan was net te klein voor de 190 cm lange Belg. Uiteindelijk kwam hij als 60ste binnen, op bijna twee minuten van winnaar Jordi Meeus. “Ik was net weer gegrepen na de vroege vlucht en begon wat te verzuuren,” blikte Pietro Mattio terug bij SpazioCiclismo.
Wat er nog restte van het peloton maakte zich op voor de finale, terwijl één Visma-trui, Per Strand Hagenes, met een lange solo de uitgedunde groep probeerde te verrassen. “Het waren de laatste tien kilometer. Wout was onze kopman voor de sprint, omdat we met Per Strand Hagenes nog iemand vooruit hadden en hij het tweede plan was.”
Ondanks de chaos in de groep had Wout van Aert daar nog drie ploeggenoten om zich heen. Met Hagenes vooruit leek de situatie gunstig voor de bijen. Tot het noodlot toesloeg en Van Aert lek reed. “Ik heb er eigenlijk niet over nagedacht en vroeg meteen: ‘Zal ik je mijn fiets geven?’ Hij zei: ‘Kijk eerst even of de ploegwagen er is.’ We zagen dat dat niet zo was, er was meteen wat onzekerheid. Toen we merkten dat er geen ploegwagens achter hem reden, zei hij: ‘Ja, oké, dat is goed,’ en zo gaf ik hem mijn fiets.”
De 21-jarige Italiaan is pas sinds dit seizoen prof, maar ondanks zijn onervarenheid heeft hij al zijn plek gevonden in Visma’s klassiekerkern. Na Omloop vorig weekend is hij geselecteerd voor zijn eerste Strade Bianche komende zaterdag, opnieuw in dienst van Van Aert. Iets wat nog steeds onwerkelijk aanvoelt.
“Pas achteraf dacht ik: ‘Verdorie, ik rijd op Wouts fiets en hij op de mijne.’ Vier of vijf jaar geleden had ik dat nooit durven dromen,” lacht hij.