Terug bij af. Zo moeten de managers van Picnic PostNL zich voelen na het vertrek van
Oscar Onley. Zeker niet de eerste keer in de ploeggeschiedenis. Een verhaal zo oud als de tijd. Een talent groeit op binnen de Nederlandse formatie en spreidt zijn vleugels zodra de internationale doorbraak daar is. Marc Hirschi, Ilan Van Wilder en nu Onley vertrokken allemaal eerder dan ploegbaas Iwan Spekenbrink lief was.
De Schot had bij Picnic PostNL nog een contract tot en met 2027, maar na zijn vierde plaats in de Tour de France kon de enige Britse ploeg in de WorldTour – INEOS Grenadiers – niet langer toezien terwijl hun eigen klassementskopmannen bleven schommelen. Met een veel groter budget was het voor INEOS logisch om de portemonnee te trekken en de klimkern te versterken, met Onley als absolute prioriteit.
En omdat Picnic PostNL werkt met een van de kleinste budgetten van het peloton, viel een ploeg die bereid was om tot 6 à 7 miljoen euro te betalen om Onleys contract af te kopen, uiteindelijk niet te weigeren.
“Op persoonlijk vlak had ik, toen het gebeurde, drie of vier dagen dat ik dacht: ‘shit’, dit is niet wat we wilden,” gaf Spekenbrink toe in gesprek met
Cyclingnews en Daniel Bensons Cycling Substack in Calpe.
Pijnlijk afscheid
Spekenbrink benadrukt dat er geen wrevel was bij het afscheid. Al kostte het de Nederlander tijd om het vertrek van de zelf opgeleide kopman te verwerken. “Als je iets opbouwt, succes boekt en er is een sterke band, dan is het altijd lastig.”
Los van zijn prestaties op de fiets groeide de 23-jarige ook uit tot een natuurlijke leider binnen de ploeg, een kwaliteit die samenwerken met Onley soepel maakte. Dat vergroot de uitdaging om hem te vervangen. “Oscar heeft integriteit; hij is eerlijk en geeft alles voor zijn vak. Het was fijn om met hem te werken.”
“Maar los daarvan: als je continu teams bouwt en kijkt naar wat we doen, dan zijn we goed in het rekruteren en ontwikkelen van renners. Twee jaar geleden kenden weinig mensen Oscar. We hebben een manier om talent te vinden en we investeren daar zwaar in,” zegt hij trots. “Wat er met Oscar is gebeurd, is geen gevolg van slecht werk, maar van goed werk. Het bevestigt onze aanpak.”
“Als je succesvol bent, kunnen veel renners excelleren. Het is zoals in het voetbal: doe je het goed, dan bloeien veel mensen op en moet je keuzes maken. Dat gebeurde met Oscar, en wij moesten het teambelang vooropzetten.”
Het systeem moet veranderen
Spekenbrink is ervan overtuigd dat het profwielrennen strengere regels nodig heeft voor rennershandel en transfers. Hij rekent op de UCI om een oplossing te vinden die kleinere formaties beschermt tegen “roofzuchtige” superploegen met vrijwel onbeperkte budgetten. Anders staan Pavel Bittner, Casper van Uden of Max Poole straks eveneens op de radar van grotere teams.
“We hebben een transfersysteem nodig zoals in het voetbal,” zegt Spekenbrink, die toegeeft dat hij ondanks het verlies van Onley en andere renners door de jaren heen niet tegen een systeem is waarin renners kunnen worden uitgekocht. Maar de spelregels moeten dan voor alle ploegen gelijk zijn.
“In het voetbal kun je van team veranderen, maar hoort daar een transfersom bij. Nu worden er in het wielrennen te veel spelletjes gespeeld, vooral door zaakwaarnemers. Het is chaos. Of we het leuk vinden of niet, we moeten een systeem hebben waarbij, als je een contract hebt, er ook een afgesproken fee is. Voor dat bedrag hoef je niet eens te onderhandelen; dan kun je gaan. Maar als de fee niet wordt betaald, blijft de renner en respecteert hij het contract.”