Veldrijden zal niet meer hetzelfde zijn zonder
Eli Iserbyt. De Europees kampioen van 2020 moest op het hoogtepunt van zijn loopbaan afscheid nemen van de topsport vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen die zelfs met operaties niet opgelost raakten.
“Het blijft moeilijk om te aanvaarden,” zei Iserbyt bij
VTM NIEUWS terwijl hij het World Cup-parcours verkende. “Dit hoort er ook bij: niet te lang blijven hangen en vooruit blijven kijken.”
Het is een bittere pil voor Iserbyt om deze week in Hulst te zijn. Na acht jaar van Mathieu van der Poels dominantie, die Iserbyts carrière volledig overschaduwde, lijkt de Nederlander mogelijk te verdwijnen uit het veldrijden en zijn focus te verleggen naar de felbegeerde XCO-wereldtitel. Voor de tweevoudig wereldkampioen bij de beloften (2016 en 2018) had zich zo een pad naar de top van het veldrijden kunnen openen.
Natuurlijk was het niet vanzelf gegaan tegen de opkomende talenten Tibor del Grosso en Thibau Nys, maar de kansen zouden aanzienlijk meer in Iserbyts voordeel hebben uitgeslagen. Als zijn lichaam dat tenminste had toegelaten.
Mathieu is onklopbaar
Als iemand die nooit echt de harde noot
Mathieu van der Poel heeft kunnen kraken, kan Iserbyt zijn eigen kijk geven op de vraag of er een Belg is die de Nederlandse poging om de beste veldrijder uit de geschiedenis te worden kan dwarsbomen. Zeker nu het parcours op het lijf van de 31-jarige geschreven lijkt.
“Als we realistisch zijn, wordt het voor de Belgen heel lastig om Mathieu te bedreigen. Hij rijdt met overschot. Ik denk dat – los van pech – er weinig aan Mathieu te doen zal zijn.”
De grootste hoop is wellicht de 23-jarige Thibau Nys, al zijn zijn prestaties nog wisselvallig. Tegen de brede groep podiumkandidaten is zelfs een tweede plaats al een succes, al mikt de jonge renner duidelijk hoger.