De vraag die in de Belgische veldritwereld stil maar hardnekkig klinkt, is niet langer of Thibau Nys thuishoort aan de kop, maar of hij inmiddels de nationale hiërarchie aanvoert. De winter van 2025–2026 leverde geen éénduidig kantelmoment op, wel genoeg aanwijzingen om de discussie onvermijdelijk te maken. Nys wint, koerst constant en oogt steeds comfortabeler in crossen die hem vroeger ontmaskerden. Staat hij nu boven Wout van Aert?
Van Aert is teruggekeerd zonder te winnen, met een select en competitief programma, maar onmiskenbaar ver achter Mathieu van der Poel teruggevallen in de groep daarachter. Dat contrast, meer dan om het even welk uitschietend resultaat, kleurt het huidige debat.
In de achtervolging op Mathieu van der Poel
Om het scherp te stellen: er is nog steeds één duidelijke nummer één in het veldrijden. Mathieu van der Poel blijft de referentie zodra hij verschijnt, en niets in dit seizoen verandert daaraan. Zijn afwezigheid in veel World Cup-manches deze winter stuurde het verhaal, maar herschikte de hiërarchie niet. Als hij start, wint hij. Interessanter is de verschuiving daarachter, bij de Belgen, waar de opmars van Nys samenvalt met de herpositionering van Van Aert binnen de sport.
En nu lijkt Nys de meest waarschijnlijke Belg om een wereldtitel te grijpen als Van der Poel eens mispakt.
Nys’ veldritseizoen 2025–2026 wordt gekenmerkt door herhaalbaarheid. Hij reed de winter niet als een reeks piekmomenten, maar was aanwezig en competitief in uiteenlopende omstandigheden en wedstrijdformats. Zijn World Cup-zege in Dendermonde op zondag was de duidelijkste stap vooruit, niet door de namen op de startlijst, maar door zijn wedstrijdmanagement. Op een parcours dat duurvermogen beloont en aarzeling afstraft, bleef Nys in controle, spaarde krachten en rondde af met een perfect getimede sprint. Die zege kwam niet uit chaos of toeval. Ze kwam uit autoriteit.
Los van dat ene resultaat oogt zijn seizoen schoon. Vijf zeges tot dusver, geregeld top vijf, en een duidelijke stap vooruit ten opzichte van vorig jaar. Tegen renners als Laurens Sweeck en Tibor del Grosso matcht Nys tempo en koersinzicht. Hij oogt steeds meer als de man van de toekomst.
Wout van Aert in verval?
Naast hem vertelt de winter van Wout van Aert een ander verhaal. Van Aert heeft dit seizoen nog geen veldrit gewonnen. Dat op zich kan misleiden zonder context, want veldrijden is niet langer zijn primaire focus. Al enkele jaren geeft hij de winter geen absolute prioriteit. Zijn kalender is selectief, de voorbereiding afgestemd op de weg, en de prestaties degelijk eerder dan weergaloos. Zesde in Dendermonde was geen mislukking, wel veelzeggend. Hij probeerde laat op te schuiven, botste op weerstand en haalde de beslissende groep niet. Dat resultaat past naast twee tweede plaatsen en een zevende plaats in Antwerpen, tot nu toe deze winter.
Opvallend is niet dat Van Aert geklopt wordt, maar door wie. Deze winter verliest hij terrein op renners in vol veldritritme, jongere elites die wekelijks koersen en atleten die hun seizoen rond deze discipline bouwen. Nys past perfect in dat profiel. In crossen waar Van Aert vroeger halverwege terugkeerde en meteen orde schiep, rijdt hij nu mee in een brede kopgroep. Dat is geen dramatisch verval, maar wel een verschuiving in evenwicht.
In Azencross Loenhout oogde zijn vorm beduidend beter, maar twee lekke banden haalden hem uit de strijd om een topresultaat; in de Exact Cross kwam de Team Visma | Lease a Bike-renner vervolgens opnieuw ten val en liep hij een enkelbreuk op die zijn seizoen beëindigde.
Wie is de nummer één van België?
Nys uitroepen tot de nummer één van het Belgische veldrijden hangt af van de definitie. Als het gaat om wie het meest waarschijnlijk wint wanneer iedereen start, blijft Van Aerts topniveau indrukwekkend. Maar haalt hij dat topniveau dit jaar? Als het gaat om de Belg die momenteel de sterkste, meest consistente veldritresultaten neerzet, wordt de case voor Nys steeds moeilijker te weerleggen. Deze winter is hij de Belgische referentie in de World Cups. Van Aert is meer de maatstaf van reputatie dan van uitslag.
De rol van Sven Nys hangt boven dit gesprek, maar subtieler dan vroeger. Sven Nys is niet enkel een beroemde familienaam naast een talentvolle renner, hij staat voor een erfenis van professionaliteit in het veldrijden. Zijn carrière veranderde hoe de discipline traint en koerst, en Thibau groeide in die omgeving op. Het voordeel is geen mythisch inzicht of geërfde hardheid, maar vroege blootstelling aan detail, voorbereiding en perspectief.
In 2025 is vooral relevant dat Thibau Nys die context niet meer nodig heeft om zijn resultaten te verklaren. Ze staan op zichzelf.
Thibau Nys is de huidige Belgische kampioen en in Dendermonde pakte hij de zege op terrein dat vroeger Van Aert toebehoorde
Die autonomie wordt versterkt door zijn wegcampagne. Nys’ 2025-seizoen bij Lidl–Trek was niet opgezet rond klassementsambities of volumewerken. Het mikte op terrein dat past bij zijn fysiologie: korte klimmen, selectieve finales en finishes met kleine groepen. Een grote WorldTour-zege bleef uit, maar hij was constant zichtbaar, finishte geregeld in de top tien en verwierf beschermde status binnen een competitief Lidl-Trek.
Hoewel zijn Tour de France-debuut stiller was dan verwacht, levert het waardevolle ervaring op voor de toekomst. En zijn veldrit-explosiviteit beperkt zich niet tot de winter; die houdt stand over een volle wegkalender.
Die kruisbestuiving roept een prikkelende vraag op: als Nys Van Aert in veldritrelevantie is voorbijgestreefd, geldt dat straks ook op de weg? Vooralsnog niet. Van Aerts palmares op de weg, veelzijdigheid en vermogen om de grootste koersen van het seizoen te kleuren, plaatsen hem in een andere klasse.
Zelfs in 2025, toen velen spraken van verval, pakte hij twee iconische zeges in zowel de Giro d’Italia als de Tour de France. Hij blijft een van de meest complete renners van zijn generatie, winnend over disciplines en terreinen, en dat verdient herinnering, ook al ligt zijn absolute topvorm van 2022 en 2023 mogelijk achter hem. Niets in Nys’ wegseizoen 2025 doet die status wankelen.
Van Aert vermaakt het publiek, maar zijn uitslagen evenaren deze winter niet wat Nys heeft neergezet.
Maar trajecten tellen. Van Aerts veldritprioriteiten zijn verschoven omdat zijn carrière is verbreed. Zijn beste dagen in de cross lijken achter hem, niet door verlies aan vermogen, maar door een andere focus. Wat Van Aert echt zou helpen, is als zijn beperkte veldritprogramma in 2026 eindelijk een voorjaarsklassieker oplevert, iets waar hij sinds zijn enige monumentzege in Milano-Sanremo in 2020 hevig naar verlangt.
Nys daarentegen is nog aan het opbouwen, aanscherpen en lagen toevoegen aan zijn profiel. Op de weg leert hij aanwezigheid om te zetten in uitslag. In het veldrijden leert hij consistentie tillen naar een werkelijk elitair niveau.
De hiërarchie is dus niet statisch. Van der Poel staat nog altijd alleen aan de top van de mondiale rangorde. Vanuit Belgisch perspectief blijft Van Aert een referentie, met een zekere erfenis en een nog steeds elitair niveau. Maar daaronder is Thibau Nys resoluut verschoven van potentie naar positie.
Of hij nu al België’s nummer één in het veldrijden is, hangt af van het perspectief, maar wat niet langer ter discussie lijkt te staan, is dat hij de renner is die het heden vormgeeft, niet degene die door het verleden wordt gedefinieerd.
En mocht Mathieu van der Poel dit seizoen een zeldzame mindere dag hebben, dan lijkt Thibau Nys op dit moment de man die het best gepositioneerd is om een fameuze zege te grijpen.