Quinn Simmons heeft al het nodige bereikt in het profpeloton, maar wil veel meer. In gesprek met Geraint Thomas en Luke Rowe blijkt dat
Parijs-Roubaix geen doel is, de kasseiklassiekers weinig waarschijnlijk zijn, en dat de
Olympische Spelen de prioriteit vormen.
“De reden om de Belgische klassiekers over te slaan is simpel: er is nu geen plek voor mij in de ploeg. Mads Pedersen is de terechte kopman en hij wil een team dat volledig voor hem rijdt. Ik wil niet mijn hele voorbereiding op de Amstel opofferen voor een drag race naar de Kwaremont,” grapt Simmons in de Watts Occurring-podcast.
De Amerikaan profileert zich al jaren als klassiekerspecialist: sterk op korte hellingen en uitstekend in solobewegingen. Zijn uithouding laat hem ook meedoen tot diep in de finales van monumenten, zoals afgelopen najaar in Il Lombardia, waar hij na de vroege vlucht naar een vierde plaats op de weg reed.
In het voorjaar liggen de kaarten anders.
Parijs-Roubaix wil hij nadrukkelijk niet op zijn programma. “Het risico is zo groot, het is echt gevaarlijk. Realistisch gezien ga ik toch nooit winnen, en dan heb ik niet de ballen om mezelf over de kasseien te gooien voor een top 10.”
Potentiële olympisch kampioen?
Dit jaar richt de 24-jarige zich op wedstrijden die hem goed liggen, zoals Strade Bianche, de Amstel Gold Race en de Tour de France. Vorig jaar zat hij daar vaak in de kijker met vluchten, lead-outs voor Jonathan Milan en jacht op ritzeges. Dat zijn zijn drie grote doelen. Als er een vierde is, dan zeker het WK in Montréal, op een parcours waar hij enkele maanden geleden samen met Tadej Pogacar en Brandon McNulty op het podium stond in de World Tour-eendagskoers.
Simmons rijdt niet vaak in Noord-Amerika, maar over twee jaar moet dat veranderen, wanneer de
Olympische Spelen in Los Angeles plaatsvinden. Dat wordt een mijlpaal in zijn loopbaan, en hij kan er ver komen. “Iedereen wil olympisch kampioen worden, zeker in eigen land. Ik ken het parcours en heb er eerder gereden.”
Hij is de huidige Amerikaans kampioen en presteert sterk in explosieve koersen waar ook afstand een sleutelrol speelt, altijd een factor op de Spelen. “Als iedereen fit is, hebben we in Amerika nu een sterk team. We hebben alleen niet zo’n brede selectie als veel grote landen, dus is het nog belangrijker dat iedereen in vorm is. Ik ben ervan overtuigd dat we daar thuis iets moois kunnen neerzetten.”
En zoals eerder gezegd laat hij de droom niet los om na zijn wielercarrière de
Olympische Spelen te halen in skibergbeklimmen. “Ik houd van skiën. Deze nieuwe discipline op de Winterspelen draait om korte, steile beklimmingen, iets wat een topsporter als ik zou moeten liggen. De techniek heb ik al uit mijn jeugd op de latten.”