De koers van
Mathieu van der Poel in de 2026
Ronde van Vlaanderen eindigde niet alleen met plaats twee. Ze wakkerde opnieuw de bekende discussie aan over hoe, of zelfs of,
Tadej Pogacar te kloppen is wanneer hij dit niveau haalt.
In de dagen erna draaide veel van het debat om de vraag of Van der Poel anders had moeten koersen. Of het volgen van Pogacars demarrages, in plaats van een behoudender of berekender aanpak, uiteindelijk in de kaart van de Sloveen speelde. Voor
Adrie van der Poel gaat die redenering volledig voorbij aan de kern.
“Dat doe je niet tussen grote kampioenen”
Terwijl anderen de tactiek in twijfel trokken, veegde de oud-winnaar van de Ronde van Vlaanderen het idee van tafel dat zijn zoon de finale anders had moeten benaderen. “Het is geen koers voor beginners!”
zei Adrie van der Poel in gesprek met L’Equipe. “Dit zijn twee heel grote renners. Als ze zo moeten gaan koersen, stop ik met naar wielrennen kijken. Je moet koersen om te winnen, niet proberen de slimste te zijn. Dat doe je niet tussen grote kampioenen.”
Die houding gaat lijnrecht in tegen de suggestie dat Van der Poel had moeten storen, wachten of de koers tactischer had moeten maken. In plaats daarvan kadert ze de finale zoals die was: een rechtstreeks duel tussen twee renners die de koers op eigen voorwaarden kunnen beslissen.
Een koers beslist op de Kwaremont
De beslissende prik kwam op de laatste keer Oude Kwaremont, waar Pogacars versnelling eindelijk het gat sloeg dat al een groot deel van de koers dreigde te ontstaan.
Van der Poel had eerdere prikken gecounterd en bleef aan het lijntje bij herhaalde versnellingen, maar dit keer kwam het antwoord niet. Vanaf dat moment was de uitslag in feite beslist.
Die sequentie staat centraal in het debat. Had Van der Poel meer kunnen sparen? Had hij kunnen wachten tot renners als Remco Evenepoel terugkeerden? Had een andere aanpak iets veranderd? Adrie van der Poel wijst die premisse af.
Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen 2026
Accepteren wat er op de weg gebeurde
Ondanks zijn verdediging van de aanpak, was hij helder over de uitkomst. “Pogacar stond boven iedereen, en dat moet je accepteren.”
Het is een simpele conclusie, maar ze strookt met het koersverloop. Pogacar won niet door één moment van aarzeling achter hem, maar door een aanhoudend vermogen om afscheiding te forceren op terrein dat daarom vraagt. Zelfs renners die lang konden volgen, werden uiteindelijk gelost.
Frustratie over de kritiek
De reacties op de koers leidden ook tot een bredere uithaal. “Mathieu rijdt elke keer voor het podium,” zei Adrie van der Poel. “Er zijn veel mensen die het wielrennen niet meer begrijpen, die niet weten wat het is om zeven jaar op rij voor de zege te vechten.”
Volgens hem wordt de consistentie op topniveau onderbelicht, ten gunste van achteraf-analyse van één koerssituatie.
Van der Poel heeft zich herhaaldelijk in positie gebracht om de grootste koersen van de kalender te winnen. Dat blijft de basis voor succes in dit soort wedstrijden.
Geen spijt, alleen vooruitkijken
Er is geen spoor van spijt over hoe er gekoerst werd. “Je moet proberen voor volgend jaar een oplossing te vinden, kijken of we iets beter kunnen doen,” voegde Adrie toe.
Dat weerspiegelt de realiteit van koersen tegen Pogacar in zijn huidige vorm. De vraag is niet simpelweg volgen of niet, maar of eender welke aanpak had volstaan zodra de beslissende versnellingen begonnen.
In Vlaanderen viel het antwoord op de kasseien van de Kwaremont. En voor wie het dichtst bij Van der Poel staat, is het geen kwestie van tactiek, maar van erkennen wat er tegenover hen stond.