Woensdag was een drukke dag voor wereldkampioen op de weg
Tadej Pogacar. Tijdens een training van drie uur langs de kust bij Valencia had de Sloveen een onaangename ontmoeting met een fan, een verhaal dat hij later deelde via zijn Strava-post.
Voor de meesten kaapte dat de aandacht, maar wie beter keek, zag een stevige prikkel: 130 kilometer met een gemeten snelheid van 41 km/u. Precies het soort inspanning dat je verwacht als aanloop naar een iconische solorit. En dat was nog niet alles.
UAE Team Emirates - XRG is doorgaans strikt in het afschermen van Pogacars vermogensdata. De enige betrouwbare referentie was zijn interview in 2024 in
The Peter Attia Drive Podcast, waar hij aangaf dat zijn Zone 2-vermogen toen tussen 320 en 340 watt lag.
In zijn meest recente Strava-upload liet de Sloveen deze cruciale informatie echter openbaar staan. Al langer werd geschat dat Pogacars drempelvermogen (FTP) rond 415 watt ligt. Die raming was gebaseerd op koersdata en een opgegeven gewicht van 66 kilogram. Wat ontbrak, was hard bewijs. Tot gisteren.
De Strava-app analyseert automatisch elke rit van gebruikers met vermogensmeter, tegenwoordig vrijwel elke prof. Daaruit rolt een grove inschatting van iemands vermogenszones. Met één klik kun je die informatie openbaar of privé zetten.
Een nadere blik op Pogacars Strava-vermogensbestand toont de volgende zonedeling:
- Z1 (herstel): 0-236 W
- Z2 (duur): 237-322 W
- Z3 (tempo): 323-387 W
- Z4 (drempel): 387-451 W
- Z5 (VO2max): 452-516 W
- Z6 (anaeroob): 516-645 W
- Z7 (neuromusculair): 645+ W
Tijdens de training wisselde Pogacar vooral tussen zone 3 (100 minuten) en 2 (60 minuten), met een gemiddelde van 303 watt. Dat zit aan de bovenkant van zijn Z2, maar op basis van cijfers alleen kun je dit niet zomaar als “een makkelijke Z2-rit” bestempelen. “Als je een vijf uur durende rit doet, is je zone twee na vijf uur misschien niet meer je zone twee,” lichtte Pogacar toe hoe zones tijdens één rit kunnen verschuiven. “Op het vlakke herstel je niet, en vijf uur 320-340 [watt] rijden betekent voor mij ook dat ik de volgende dag niet fiets. Dus op langere vlakke stukken laat ik mijn vermogen zakken naar 290-300.”
Interessanter is de schatting van zijn drempelzone, waarin de voorspelde 415 watt precies midden in het interval valt. Dat bevestigt indirect de eerdere analyses.
Hartslagmeter boven vermogensmeter
Toch benadrukt Pogacar dat je niet blind moet varen op vermogensmeters. Die kunnen onnauwkeurigheden geven door de vele variabelen in de berekening. De Sloveen vertrouwt liever op zijn hartslagmeter, die over de hele inspanning een stabiel gemiddelde van 144 slagen per minuut noteerde.
“Ik train al sinds mijn twaalfde met een hartslagmeter,” zei hij. “Ik zou puur op hartslag kunnen rijden, maar het is altijd goed om hartslag met vermogen te vergelijken.”