PERSCONFERENTIE | Lorena Wiebes wuift druk voor Vlaanderen weg na zege in Middelkerke - Wevelgem: “Vooral de Oude Kwaremont…”

Wielrennen
maandag, 30 maart 2026 om 15:00
Beking Criterium 2025 – Lorena Wiebes in actie
Lorena Wiebes reed naar de zege in Middelkerke - Wevelgem, een triomf gestoeld op klimvermogen, koersinzicht en sprintsnelheid. WielrennenUpToDate horen wat de Nederlandse kampioene te zeggen had over haar overwinning.
Wiebes maakte indruk door de Belgische klassieker te winnen na een aanval, ingezet door haarzelf, op de laatste beklimming van de Kemmelberg. Hoewel de renster van Team SD Worx - ProTime kan klimmen, zijn de heuvels doorgaans het grootste obstakel op weg naar zeges in de grote koersen.
In topvorm forceerde ze echter de beslissende schifting, had genoeg over om de kopgroep van vijf tot aan de streep draaiende te houden, sloot de gaten na late aanvallen en sprintte naar winst voor Fleur Moors en Karlijn Swinkels.
Wiebes: “Ik begon mijn sprint vrij vroeg, dat was ook een kleine fout. Ik had iets langer kunnen wachten in plaats van al op driehonderd meter aan te gaan. Maar met deze finishlijn zie je die al zo lang liggen dat je wil gaan, en zeker als je op kop zit wil je niet dat ze van achteruit komen, en je weet niet wie waar zit, dus…”
Vraag: Maar na de Amstel Gold Race zei je: ‘Deze fout maak ik maar één keer’.
W: “Ja, misschien één van die fouten.”
V: Hoorde je iets in je oortje, uit de wagen misschien, van de ploegleider, dat je je armen te vroeg omhoog deed?
W: “Ja, ze zeiden zoiets als: ‘Schrik ons de volgende keer niet zo’.”
V: Is dat wat ze zeiden?
W: “Ja.”
V: Is driehonderd meter te lang voor een sprint?
W: “Ja, normaal is dat te lang, maar wat ik zei: met deze finish is het ook best zwaar, zeker omdat ik al de hele tijd op kop of voorin reed, duwde en het tempo hoog hield. Dan blijft het een vrij zware sprint. Soms zijn massasprints makkelijker dan zo’n sprint als deze.”
V: Als je jezelf vergelijkt met eerdere beklimmingen van de Kemmelberg, leek je nu sterker dan ooit.
W: “Ja, ik voelde me vanaf het begin van de koers goed. En op een van de kasseiweggetjes kon ik Franziska Koch vrij makkelijk volgen toen ze naar een voorste groep overbrugde. Toen dacht ik: ‘Oké, de benen zijn goed.’ En bij de eerste keer Kemmel was het: ‘De benen zijn nog steeds goed.’”
“En op de Baneberg werd er ook al vroeg aangevallen. Toen dacht ik: ‘Ik kan nog vrij makkelijk volgen.’ Daarna reden we weg met een groep van ongeveer vijftien, en dat maakte het richting de tweede keer Kemmel ook wat eenvoudiger. Toen dacht ik: ‘Waarom niet zelf tempo maken en kijken wat er gebeurt?’ En ja, toen had ik niet direct door dat we met een groep van… ja, dat we met vijf waren.”
V: Het was vrij indrukwekkend, die Kemmelberg. Geeft dat extra vertrouwen richting de Ronde van Vlaanderen? De Paterberg in de finale?
W: “Het wordt anders. Het zijn andere soort hellingen. Ze zijn natuurlijk ook langer, zeker de Oude Kwaremont. Maar ik hoop dat ik volgende week een beetje dezelfde benen heb en zo lang mogelijk voorin kan blijven, natuurlijk. Vandaag voelde het goed, en daar ben ik blij mee.”
V: Maar het is toch een referentie, die Kemmelberg. Of ben je het daar niet mee eens?
W: “Niet helemaal, want volgende week zijn er meer hellingen. Andere rensters ook, Longo Borghini, Vollering, Niewiadoma, allemaal heel sterk in dit soort koersen. We zullen het moeten zien. Maar we hebben daar volgende week ook Lotte [Kopecky]. Hopelijk kan ik in de finale ook één van de kaarten zijn. Daar hoop ik op. Desnoods in een tweede groep erachter. Maar wat ik zei: we moeten kijken hoe de benen volgende week zijn. Het kan ook dat de benen volgende week gewoon shit zijn, dus…”
V: Maar elk jaar maak je progressie in de Ronde van Vlaanderen tot nu toe. Ik denk dat je hier [vandaag] richting die koers iets hebt neergezet.
W: “Ja, dat hoop ik. Het is… Maar ik zeg het: het is voor mij lastig om te zeggen hoe het volgende week zal zijn, want het is een andere koers… Vandaag was ik heel blij, en het geeft natuurlijk vertrouwen om zo’n wedstrijd te rijden en je nog sterk te voelen terwijl je meedraait in de kopgroep.”
V: Bedoel je na de inspanning op de Kemmel?
W: “Ja, om het gat te houden. We kijken natuurlijk naar de powermeter terwijl we in de vlucht ronddraaien en ik had nog steeds het gevoel dat ik genoeg vermogen had om te duwen. Het was wel zwaar toen Gasparrini in de finale aanviel, want ik kon niet meteen gaan om het te dichten, dus dat kostte tijd. Maar ik wist ook: ik moet mijn eigen tempo rijden. Dat was een flinke inspanning. Maar ja.”
V: Was er een moment waarop je dacht: ‘Ik ga deze koers in de finale verliezen’?
W: “Ik dacht vooral: ‘Hoe dan ook, ik moet dit dichten.’ Het is beter om te sluiten en dan te verliezen dan dat er één renster wegrijdt en het peloton terugkomt of zo, snap je? Want dat speelde ook mee: we waren niet zeker van het peloton. Het is voor mij altijd wat lastig in te schatten, want we krijgen natuurlijk info uit de wagen, maar ik heb nog niet zo vaak in precies deze situatie gezeten om goed te kunnen inschatten hoe ver het peloton nog is.”
V: Dus je hield er nog rekening mee om eventueel te sprinten als het peloton terugkwam, of niet?
Wiebes: Ja. Ik dacht: “dat gaat ‘m niet, niet worden.” Met 10 km te gaan is het anders dan met 3 km te gaan. Als ze ons dan passeren, staan we stil. Daarom moest ik in de laatste kilometers ook tempo in de groep houden.
V: Hoe goed ken je Fleur Moors? Sommigen van ons waren verrast dat ze tegen jou wilde sprinten.
W: Ja, ik vind dat Fleur dit jaar echt grote stappen heeft gezet. Ze is nog superjong en rijdt heel sterk, ook op deze hellingen. Ik wist natuurlijk dat ze kon volgen toen ik aanviel en ik vind het mooi om jonge rensters als Fleur sterker te zien worden. En ja, het was… ik denk dat het een goede kans voor haar was.
V: Wat gebeurde er vorige vrijdag (correctie: donderdag, red.) in Brugge? Want je won niet en iedereen dacht dat je die koers ook zou winnen.
W: Dat hoort bij sprinten… soms raak je ingesloten, en ik ga geen rensters omver rijden om ruimte te maken, snap je? Elke deur ging dicht voor me zodra ik wilde opschuiven. Elk gaatje dat ik zag, probeerde ik te pakken, en dan ging het weer dicht. Dat hoort ook bij sprinten. Het was daar een vreemde sprint, niet supersnel. En we hebben ook fouten gemaakt in de lead-out. Dat hebben we achteraf besproken. We hebben het bekeken, geanalyseerd en eigenlijk was het plan om de lead-out vandaag beter te doen, maar het liep wat anders.
V: Dus dat was de les die je wilde… Dat was de les voor vandaag?
W: Het gaf vandaag in elk geval extra motivatie om weer te winnen. Maar sprints zoals in Brugge houden je scherp. Voor het seizoen wisten we al dat het waarschijnlijk een keer zou gebeuren dat we een sprint verliezen. Het is frustrerender als je niet eens kunt sprinten, dan ben je geklopt. Als iemand je verslaat terwijl je vol kunt sprinten, is het anders.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading