De laatste tijd gelooft niemand nog in
Wout van Aert. Niet omdat hij een miskoop is, zoals sommigen (velen) beweren. Het is omdat Wout van Aert het opneemt tegen twee van de beste renners uit de geschiedenis, terwijl hij tegelijk een ploegmaat helpt om een van hen te verslaan.
In dit moderne wielrennen dat we in handen hebben, waar het voelt alsof het altijd zo geweest is, zijn de Monuments alles en telt de rest amper mee. In dit moderne wielrennen lijken tien Touretappes winnen en cruciaal zijn terwijl je ploegmaat twee Tours afsnoept van de enige renner die qua palmares met Eddy Merckx te vergelijken is, geen waarde te hebben.
Wout van Aert zijn kan niet makkelijk zijn. Helemaal niet. Ter vergelijking: Pogacar zijn is dat wel. “Ik ben overal goed in en bewijs het elke dag.” Ter vergelijking: Van der Poel zijn is: “Ik ben een klassiekerkannibaal, ik win wat ik moet winnen, en alles is prima.” Ter vergelijking: Jonas Vingegaard zijn is: “Ik win Grote Rondes, ik win rittenkoersen, ik pronk niet, ik verdwijn zes maanden per jaar met mijn gezin en laat de haters op Twitter, X—of hoe het nu heet—hun ding doen.” Maar Wout van Aert zijn is dat niet.
Theoretisch hetzelfde profiel hebben als Van der Poel, maar dan Touretijdritten winnen, op de Mont Ventoux zegevieren, ’s werelds beste sprinters kloppen in massasprints en Pogacar uit het wiel blazen in hooggebergte, dat is anders zijn. Ze naast elkaar leggen alsof beiden hetzelfde hadden moeten winnen is onrechtvaardig. Niet alleen onrechtvaardig: onjuist.
En het ergste aan die onwaarheid is dat hij er zelf in is gaan geloven. Hij praatte zichzelf aan dat hij, na al het bovenstaande, De Ronde zou kunnen benaderen en de mokerslagen op de hellingen van Van der Poel en Pogacar kon absorberen. Of dat hij na 230 kilometer klassieker de snelste ter plekke zou kunnen kloppen in de sprint.
Maar nee. In dit moderne wielrennen, als je niet het lichaam van Pogacar, Del Toro of nu Seixas hebt, win je niet overal. In dit moderne wielrennen moet je egoïstisch zijn. Je moet aan jezelf denken, niet aan de ploeg, en de Tour de France heeft hem in de rechtbank van de publieke
opinie veroordeeld. Van Aert is Almodóvar in de handen van Boyero. Van Aert is een Belg die zich Spaans voordoet. Multidisciplinair. Valverde-esk maar met veel meer kilo’s. Feit is dat hij overal heeft gewonnen, maar slechts één Monument bezit. En, zoals ik zei, in de 20e eeuw maakte dat misschien minder uit, nu is dat wat telt. En hij heeft alleen een Sanremo.
De waarheid is dat hem op zijn 31 lentes niets meer zou moeten deren. Of hij wint Roubaix (De Ronde met Pogacar is onmogelijk) of zijn nalatenschap wordt aan flarden gescheurd door meedogenloze twitteraars en critici (het meedogenloze is voor de critici; de rest, tja, dat zit in de naam).
Wout van Aert in Vlaanderen, 2026
Van Aerts ‘verlossing’
En hier staat Wout van Aert en Parijs–Roubaix 2026. En hier staat de mogelijkheid van zijn eeuwige verlossing. Los van zijn gebruikelijke fysieke euvels vroeg in het seizoen lijkt hij op tijd vorm gevonden te hebben en, na een sterke derde plek in Sanremo, reed hij op hoog niveau in het betreurenswaardig hernoemde Gent–Wevelgem. Op Van der Poels niveau op de hellingen. Op zijn ware niveau wanneer hij niet aan andere doelen schaafde om Visma te helpen de Tour-ambities van de norse Deen in te leiden.
Zonder twijfel kan dit een van zijn laatste kansen zijn, al weet je het in het wielrennen nooit. Eerlijk gezegd denk ik dat hij de benen heeft om met Van der Poel en Pogacar mee te leven in Roubaix en dan
eenmaal op de velodroom kan alles gebeuren.
Voor mij hoeft Van Aert niets meer te winnen om eeuwig te zijn, maar hij, zijn getrouwen en zijn “Boyeristas” van het moment hebben het nodig. De datum is zondag 12.04.2026. Het is nooit te laat om de onvoldanen te stillen, inclusief zichzelf.
Wout van Aert in 2026
Cijfermatig is Van Aerts jaar niet uitzonderlijk. Na opnieuw fysieke tegenslag en een crosswinter gedomineerd door Van der Poel opende hij in Samyn zonder bombarie voor een 10e plek in Strade. Daarna gleed hij door Tirreno–Adriatico zonder veel ophef, met een vijfde plek en werk voor Jorgenson. Toch was hij uitstekend toen het telde bij de klassiekers: derde in Milano–Sanremo na een aanval van de Poggio en geweldige benen in Middelkerke - Wevelgem, waar hij Van der Poel hield en op een haar na de finish met hem miste. Jammer dat we die sprint niet zagen. We zullen zien wat hij kan in de Ronde van Vlaanderen. Ik zie hem op het podium, een trede achter Pogacar en VDP, en dan komt Roubaix...
| Koers | Uitslag | Datum |
| Clássica Ename Samyn | 60e | 03.03 |
| Strade Bianche | 10e | 07.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 1 (ITT) | 59e | 09.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 2 | 32e | 10.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 3 | 146e | 11.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 4 | 5e | 12.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 5 | 75e | |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 6 | 21e | 14.03 |
| Tirreno–Adriatico - Etappe 7 | 109e | 15.03 |
| Milano–Sanremo | 3e | 21.03 |
| Middelkerke - Wevelgem | 30e | 29.03 |