De positie van
Remco Evenepoel in de hiërarchie van de
Tour de France is lastiger te duiden dan twee jaar geleden, maar
Michel Wuyts vindt dat de carrière van de Belg nog steeds door een te smalle bril wordt beoordeeld.
De voormalige wielercommentator en doorgewinterde Belgische analist verzet zich tegen het idee dat Evenepoel alleen eerlijk kan worden gemeten aan het winnen van de Tour. Die vraag hangt sinds zijn doorbraak boven de olympisch kampioen en keert terug wanneer hij in 2026 in Barcelona aan de start staat.
Evenepoel werd derde in de Tour van 2024 en leek zich te hebben gevestigd als de duidelijke naam achter
Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. Sindsdien is het beeld verschoven. Pogacar blijft het plafond verhogen, Vingegaard heeft zijn Grote Ronde-autoriteit hersteld met zeges in de Vuelta a España en de Giro d’Italia, en renners als Paul Seixas, Florian Lipowitz en Isaac del Toro hebben de strijd achter de grote twee aanzienlijk verdicht.
Voor Wuyts dreigt dat constante Tour-oordeel een loopbaan plat te slaan die nu al prestaties bevat waar de meeste renners nooit bij in de buurt komen. “Mensen doen soms alsof het teleurstellend is wanneer Evenepoel de Tour niet wint,”
zei Wuyts in de Tour-special van Wieler Revue.
Wuyts wijst op uitzonderlijke concurrenten
Evenepoels aanloop naar de Tour van 2026 komt met druk uit meerdere hoeken.
Red Bull - BORA - hansgrohe heeft een lange, gecontroleerde voorbereiding op juli gebouwd, terwijl Evenepoels status in het bredere klassement scherper onder het vergrootglas ligt dan sinds zijn eerste Tourpodium het geval was.
Hij blijft een voormalig Grote Ronde-winnaar, wereldkampioen op de weg, olympisch kampioen en een van de beste tijdrijders van het peloton. Toch domineert de Tour nog steeds de manier waarop over zijn carrière wordt gesproken, zeker in België, waar de hunkering naar een landgenoot in het geel al decennia zwaar weegt.
Wuyts vindt dat de context rond Evenepoels rivalen te vaak wordt vergeten. “Als je moet koersen tegen renners als Pogacar en Van der Poel, stuit je op een niveau dat uitzonderlijk is,” zei hij.
Dat is de realiteit van Evenepoels tijdperk. Pogacar bouwde een van de meest complete palmares in het moderne wielrennen en blijft tegelijk het middelpunt van het Tour-debat. Mathieu van der Poel blijft in zijn domein de klassiekers en het veldrijden definiëren. Vingegaard is de ene renner met herhaald Tour-bewijs tegen Pogacar.
Evenepoel moest zijn eigen plaats in die groep bevechten, terwijl hij bij elk hoofddoel de Belgische verwachtingen meedraagt.
Een loopbaan al vol grote zeges
Wuyts’ verdediging rust op Evenepoels huidige erelijst, niet op het verlagen van de lat voor wat nog kan komen. De Belg won al de Vuelta a España, werd wereldkampioen op de weg, pakte olympisch goud, won Monuments en bouwde een van de meest gelauwerde carrières van zijn generatie.
Toch is de Tour de toets die hem overal volgt. Een podium in 2024 voedde het idee dat hij dichter bij Pogacar en Vingegaard kon komen, maar de voorbije twee seizoenen maakten die opmars minder rechtlijnig.
Zijn klimmen en klassementsuitslagen volgden niet altijd de verwachte lijn, terwijl het aantal serieuze uitdagers om hem heen toenam. Seixas ontplofte op negentienjarige leeftijd naar het hoogste niveau. Lipowitz heeft al een Tourpodium en oogde in Red Bull-kleuren vaak de sterkere pure klimmer. Del Toro en Almeida geven nog meer diepte aan een veld waarin Evenepoel niet langer automatisch de derde naam is.
Dat wist niet weg wat Evenepoel meebrengt. Zijn tijdrijden, een-daagse palmares en Grote Ronde-ervaring geven hem nog steeds een Tour-route die weinigen kunnen evenaren. Het maakt de verwachting van een Tourzege wel complexer dan het na 2024 leek.
Verwachtingen blijven Evenepoel tot in juli volgen
Wuyts ziet het probleem in de schaal van de verwachtingen die nu aan Evenepoel kleven. “Het is gewoon zo dat de verwachtingen nu zo hoog zijn geworden dat bijna alles wordt afgemeten aan het winnen van de Tour,” zei hij.
Die zin vat de druk rond Evenepoel voor Barcelona. Hij kan als een van de gevaarlijkste renners starten zonder de duidelijke derde favoriet te zijn. Hij kan een reële bedreiging vormen zonder de gelijke van Pogacar te zijn. Hij kan nog steeds een uitzonderlijke carrière hebben, ook als geel in Parijs buiten bereik blijft.
De Tour van 2026 kan dat debat alsnog kantelen. Een sterke opening in de ploegentijdrit, gecontroleerde bergen en opnieuw diep het klassement in zouden Evenepoel meteen weer centraal in de podiumstrijd plaatsen. Een lastige juli brengt de oude vragen net zo snel terug.
Wuyts’ punt is dat het oordeel niet alleen van één koers mag afhangen. Evenepoels Tourdroom leeft, maar zijn carrière reikt al veel verder dan het idee dat hij geel nodig heeft voor legitimiteit.