Oscar Onley kreeg donderdagmiddag zijn eerste grote test met
INEOS Grenadiers en die slaagde hij met verve. Terwijl Kévin Vauquelin en Thymen Arensman zelden in beeld waren, reed de Schotse klimmer mee met de besten op de eerste bergaankomst van de
Volta ao Algarve en blijft hij in koers voor het eindpodium.
Na een winter vol onzekerheid, waarin hij pas laat door de Britse ploeg werd vastgelegd, hervond hij snel zijn vorm en opende hij zijn seizoen in Portugal. De Alto da Fóia in etappe 2 was het eerste doel en misschien wel de meest zuivere vormtest die hij kon krijgen.
Hij trof een explosief gereden klim, waar alles in de laatste 5 kilometer werd beslist. “Het ging goed, maar helaas ging een renner van UAE vlak voor me onderuit, waardoor ik wat te ver van achteren zat toen de mannen voorin aanvielen,” zei hij in een
persbericht.
“Vanaf daar heb ik gewoon mijn eigen tempo naar de kop gereden, maar ik denk niet dat het de uitslag had veranderd.” Dat eigen tempo was stevig. Juan Ayuso viel aan en kreeg uiteindelijk winnaar Paul Seixas en publiekslieveling João Almeida mee. Daarachter was Onley de eerste die in beeld kwam.
Toen het tempo voorin iets zakte, slaagde de INEOS-renner erin om samen met Matthew Riccitello naar het koptrio toe te rijden. In de eindsprint verloor hij nog een paar seconden, maar hij eindigde desondanks als vierde in de etappe. In het algemeen klassement staat hij eveneens vierde.
INEOS vindt elkaar
“Het was echt genieten om vandaag met de jongens te rijden. Ik heb vaak gezien hoe het team de koers naar zich toe trekt en het was fijn daar nu deel van uit te maken – gewoon veilig blijven en goed gepositioneerd.” Hij is nu de belangrijkste klassementskaart van de ploeg en krijgt de beschermde status in de twee resterende ritten in lijn.
Maar eerst wacht nog een beslissende tijdrit, waarin hij zijn nieuwe setup zal testen. “Dit soort dagen zijn voor ons als klassementsrenners belangrijk om te leren hoe we samen rijden en hoe we het beste kunnen samenwerken, dus ik denk dat we het voor een eerste keer samen heel goed hebben gedaan.”