Op woensdag begon
Thymen Arensman aan zijn seizoen 2026 met deelname aan de Volta ao Algarve. Zo start de 26-jarige aan zijn vierde jaar bij
INEOS Grenadiers, met de blik op de Giro d’Italia en later deze zomer ook de
Tour de France.
“Ik ben vooral op de Giro gefocust,” zei Arensman in gesprek met de
NOS over een mogelijke Tour-deelname. “Daar ben ik druk genoeg mee, daarna zien we wel. Het is aan de ploeg.”
Hoewel Arensman bij INEOS nog geen onbetwiste kopman is, ambieert de Nederlander die rol in de komende seizoenen. Liefst door snel resultaat te boeken. “Ik denk dat mijn sterkste jaren eraan komen. Dan is het ideaal om die jaren te benutten om voor het klassement te gaan.”
En als dat niet lukt? Arensman ziet alsnog een zinvol pad: “Ik hoop nog negen of tien jaar door te gaan, en in de laatste jaren kan ik altijd voor etappes gaan zoals Bauke [Mollema] of Wout [Poels].”
Podium in de Giro
De Giro d’Italia van 2026 lijkt een minder felle strijd om de maglia rosa te worden dan de editie van vorig jaar, toen Isaac del Toro en Richard Carapaz een episch duel uitvochten op de Colle delle Finestre, om uiteindelijk door hun koers alsnog de eindzege aan de onverwachte kampioen Simon Yates te laten. Dit keer is Jonas Vingegaard de uitgesproken favoriet, maar achter de Deen liggen de overige podiumplaatsen open.
Arensman heeft bovendien nog een rekening openstaan met de Italiaanse Grote Ronde, waar hij in 2025 ondanks een sterke gravelrit geen van zijn doelen afvinkte. De Nederlander wil ditmaal doorpakken: “Vorige jaar had ik zeker in de top vijf kunnen eindigen, misschien zelfs op het podium, als ik niet ziek was geworden en niet was gevallen,” stelt hij.
Thymen Arensman wint op La Plagne voor Vingegaard en Pogacar
En de Tour?
Hoewel de 26-jarige een geslaagde Tour de France reed met iconische zeges op rij in de bergetappes van de slotweek, wil hij daar nu niet direct op voortbouwen. Over een voorzichtige start in Barcelona: “Ik denk dat beide kunnen. De afgelopen jaren heb ik altijd twee Grote Rondes gereden.”
De dubbele passage van Alpe d’Huez werkt zeker motiverend, maar het draait niet alleen om die klim: “Maar eerst moet je aan de start staan. Het is een iconische berg voor het Nederlandse wielrennen. Vroeger ging ik er met mijn ouders naartoe. En ik heb hem als kind gereden; het is echt een gave klim. Het wordt een fantastische etappe, of ik er nu bij ben of niet.”
INEOS Grenadiers haalde afgelopen winter talentvolle klassementsrenners binnen met Tour-nummer 4 van 2025 Oscar Onley en nummer 7 Kévin Vauquelin, beiden jonger dan Arensman. Hij voelt zich niet bedreigd: “Ik denk dat we elkaar alleen maar sterker maken. Uiteindelijk is wielrennen ongelofelijk simpel; het gaat om de benen. We hebben meestal niet de absolute favoriet, dat geeft ons veel kansen en veel vrijheid.”
“Wat ik bedoel is: ik neem het niet te serieus. Het is maar wielrennen. Ik doe wat ik moet doen en probeer van het leven te genieten en er het beste van te maken. Het is nu allemaal behapbaar voor mij, maar als er volgend jaar iets gebeurt en ik heb er geen plezier meer in, dan stop ik met liefde.”