“Meer dan ontmoedigend” – klassiekerrivaal stelt dat de dominantie van Tadej Pogacar alle hoop uit het peloton heeft weggenomen

Wielrennen
dinsdag, 07 april 2026 om 13:00
Tadej Pogacar
Tadej Pogacar’s nieuwste zege in de Ronde van Vlaanderen deed meer dan alleen een extra Monument aan zijn palmares toevoegen. Ze liet zelfs zijn tegenstanders worstelen om te verklaren waar ze precies tegen opboksen.
Onder hen was Decathlon CMA CGM Team-renner Oliver Naesen, die een van de scherpste duidingen gaf van hoe ver de Sloveen de grenzen van de sport verlegt. “Wat Tadej doet, gaat verder dan demotiverend,” zei Naesen in gesprek met HLN na zijn 13e plaats in Vlaanderen. “Dit is iets anders. Het neemt alle hoop weg.”

Een andere vorm van dominantie

Pogacar’s winst in Vlaanderen volgde een inmiddels herkenbaar patroon. De koers brak op de sleutelreeks hellingen, en toen de beslissende versnelling op de Oude Kwaremont kwam, kon zelfs Mathieu van der Poel niet mee.
Voor Naesen zit het verschil precies daar, vergeleken met de klassieke manier van domineren. “Demotiverend is wanneer iemand heel goed is, je hem niet kunt lossen en hij je in de sprint klopt,” legde hij uit. “Dit is iets anders.”
In plaats van een ontknoping in de slotmeters, bepaalt Pogacar nu veel eerder de verhoudingen. Hij forceert scheiding op een manier die weinig alternatieven overlaat.

Een uiteengetrokken peloton

Naesen wees er ook op hoe dat prestatieniveau de structuur van de koers zelf verandert. “Hij is een tiensterrenrenner,” zei hij, waarmee hij een hiërarchie schetst die steeds moeilijker te negeren is. “Zelfs zij kunnen niet bij hem blijven zodra het parcours wat lastiger wordt.”
In Vlaanderen speelde die realiteit zich glashelder af. Pogacar reed weg, Van der Poel moest achtervolgen, en daarachter raakten renners als Remco Evenepoel en Wout van Aert in hun eigen koers gevangen.
Het is niet alleen dat Pogacar wint. Het is hoe klinisch hij zich losmaakt van renners die normaal het verdict bepalen.

Wanneer de gebruikelijke antwoorden verdwijnen

Die verschuiving reikt verder dan één uitslag. In Milano–Sanremo eerder dit voorjaar toonde Pogacar al dat hij in een koers die zelden scheidt, tóch selectie kan maken. In Vlaanderen deed hij het opnieuw, op terrein dat verschillen uitlokt, maar dan met zulk overwicht dat aan de uitkomst geen twijfel bestond.
Voor de achtervolgers worden de bekende recepten minder effectief. Telkens als het gat dichtgaat, gaat het opnieuw open. Elke poging om te volgen wordt lastiger vol te houden. Na verloop van tijd verandert dat de hele koersaanpak.
Naesens slotsom weerspiegelt dat groeiende gevoel in het peloton. “Het neemt alle hoop weg,” zegt Naesen.

Vooruitblik op Roubaix

De vraag is nu of diezelfde dominantie standhoudt in Parijs–Roubaix, een koers die traditioneel weerstand biedt tegen dit soort controle.
Het vlakkere terrein en de langere kasseistroken bieden minder kansen voor de herhaalde acceleraties die Pogacar’s recente zeges kenmerken. In theorie brengt dat meer renners in beeld. In de praktijk heeft Vlaanderen echter al getoond hoe lastig het is om op theorie te vertrouwen.
Voor Naesen en de rest van het peloton draait de uitdaging niet langer alleen om het vinden van een manier om Pogacar te kloppen. Het gaat erom uit te zoeken of die manier überhaupt nog bestaat.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading