Tim Declercq is een renner die je associeert met lange, vlakke ritten, waar hij uren op kop sleurde voor zijn kopmannen. De ex-prof en huidige Soudal - Quick-Step-ploegleider vindt dat dit in een peloton dat steeds meer risico’s neemt nog altijd de veiligste plek is.
“Ik heb het zo vaak geprobeerd, maar ik kon het niet naast me neerleggen. Ik heb het proberen te analyseren en ik had natuurlijk het geluk dat ik vaak voorin zat. En dat is de veiligste plek in het peloton,” zegt Declercq in de
Domestique Hotseat-podcast.
Declercq werkte in dienst van sprinters zoals Mark Cavendish, Fabio Jakobsen en Tim Merlier, voordat hij in zijn laatste profjaar naar Lidl-Trek trok. Met Jonathan Milan en Mads Pedersen in de ploeg bleef zijn knechtenrol onveranderd, tot aan zijn afscheid.
Hoeveel tijd hij ook op kop reed, hij wist maar al te goed wat er achterin gebeurde. En bepaalde momenten joegen hem de zenuwen aan: “Op die afdalingen waar de snelheid zo hoog lag, zakte ik soms gewoon helemaal naar achteren.”
Zo verschoof het gesprek naar veiligheid in de sport. Declercq werd prof in 2012 en zag de evolutie door de jaren heen. Een aspect: smallere sturen voor meer aerodynamica, maar dat bemoeilijkt de controle in het peloton.
De Belg vindt de regel voor minimale stuurbreedte een belangrijke stap: “Natuurlijk, in de eerste plaats ben ik echt fan van de minimale stuurbreedte. Maar eigenlijk is het grootste probleem de renners zelf, zonder iemand iets te verwijten, omdat het zo belangrijk is om altijd voorin te zitten en daar is maar plaats voor 20 renners.”
Jan-Willem van Schip was een extreem geval van een renner die, mede door zijn baanervaring, op de weg met extreem smalle sturen ging rijden
Renners nemen enorme risico’s
Andere ideeën zijn het verlagen van verzetten, een ‘gele kaart’-systeem en mogelijk ook beschermingssystemen in de uitrusting van renners, zoals in de autosport. “Het is misschien wat naïef, maar ik wil dat idee niet loslaten. In theorie zouden ze ook een airbag-systeem of zoiets kunnen maken.”
Declercq ziet echter dat renners tegenwoordig veel meer risico’s nemen en doet een dringende oproep om attenter te koersen in groep. “Je leven behouden is volgens mij altijd belangrijker, en iets meer respect hebben voor elkaar in het peloton. Ik denk dat het hele peloton daar baat bij heeft.”
De toegenomen concurrentie en obsessie met details zorgen ervoor dat meer ploegen voorin willen rijden. Tegelijkertijd stuwen voeding en technologie het tempo omhoog, wat het risico op zware valpartijen vergroot.
“Soms, als de posities eenmaal zijn ingenomen, zei ik tegen de renners naast me: blijf gewoon zitten. De posities zijn nu vastgelegd. Meestal luisterden ze daar ook wel naar. Uiteindelijk haal je elkaar op bepaalde punten toch weer in en zo maken ze het supergevaarlijk, nog gevaarlijker.”