“Je kunt koersen winnen door slimmer te zijn” – Mathieu van der Poel over waarom vermogenscijfers de voorjaarsklassiekers niet beslissen

Wielrennen
donderdag, 12 februari 2026 om 13:00
tadejpogacar mathieuvanderpoel 2
In het moderne peloton dragen weinig renners zo’n aura van onvermijdelijkheid als Tadej Pogacar. Zijn acceleraties zijn afgemeten, zijn dominantie vaak in cijfers te vangen, en zijn aanwezigheid dwingt koersen soms al in een plooi. Toch, nu de voorjaarsklassiekers naderen, herinnert Mathieu van der Poel eraan dat de meest chaotische koersen op de kalender niet enkel met wattages worden gewonnen.
“Je kunt ook koersen winnen door slimmer te zijn, of door op het juiste moment de juiste dingen te doen,” zei Van der Poel in de Whoop-podcast, waarmee hij een filosofie schetst die niet in trainingsbestanden ontstond, maar op de drukpunten van eendagskoersen.

Waar cijfers ophouden te tellen

Van der Poels uitleg van de klassiekers begint niet bij vermogen, maar bij paniek. Versmallende wegen. Flessenhalzen. Momenten waarop een koers ontploft, niet omdat iemand aanvalt, maar omdat de ruimte verdwijnt.
“Positie is superbelangrijk,” zei hij. “We hebben sleutelpunten. We gaan van grote wegen naar een smallere klim, en dan moet je bij de eerste twintig zitten. Want als er dan een move valt en je zit te ver, is het onmogelijk. Zelfs met de beste cijfers is het onmogelijk om in de eerste groep te raken.”
Het is een realiteit die Pogacar als geen ander kent. Hun recente duels in Milano-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix tonen hoe vaak de koers tussen hen al beslist wordt vóór de beslissende aanval. Sterk zijn is essentieel. Aanwezig zijn is ononderhandelbaar. “Je hebt de cijfers nodig,” erkende Van der Poel. “Maar je kunt ook koersen winnen door slimmer te zijn.”

Waarom de klassiekers anders zijn

Van der Poel trekt een duidelijke lijn tussen de logica van etappekoersen en de eendaagse chaos van de klassiekers.
“Op de beklimmingen spreken de vermogenswaarden voor zich. Meestal wint de sterkste,” zei hij, doelend op de Tour de France en vergelijkbare koersen. Bij de voorjaarsklassiekers worden beslissingen samengeperst tot momenten, niet minuten. “In klassiekers heb je veel verschillende koerssituaties, veel tactiek. Dat maakt het spannend.”
Het is ook wat zijn rivaliteit met Pogacar definieert. Wanneer de Sloveen langdurige druk zet, ligt Van der Poels voordeel vaak in het overleven van de storm en het uitbuiten van wat daarna komt. Timing, positie en intuïtie wegen dan even zwaar als elk drempelvermogen.

Ervaring als wapen

Dat tactische voordeel is geen toeval. Van der Poel schrijft het toe aan ervaring en ploegstructuur als enige manier om de voortdurende positiejacht te overleven die de klassiekers tekent.
“We zijn met 180 man, en iedereen weet waar hij moet zitten,” zei hij. “Dus het is altijd een groot gevecht om voorin te zitten. Je hebt een goede ploeg nodig, goede ploegmaats, en ervaring om te weten hoe je daar geraakt.”
Het is een subtiele verklaring waarom recente klassiekers zo vaak tweestrijd werden tussen hem en Pogacar. Beiden komen niet alleen sterk, maar ook voorbereid. Beiden weten waar koersen gewonnen worden, lang voordat de finish in zicht komt.

Een rivaliteit die meer is dan vermogen

Nu een nieuw voorjaar zich ontvouwt, draait het verhaal weer om de vraag of iemand Pogacars motor kan evenaren. Van der Poels antwoord is niet ontkennen, maar het kader verschuiven.
De voorjaarsklassiekers, zo stelt hij, zijn geen laboratorium. Het zijn slagvelden. Cijfers tellen, maar alleen als je erbij bent wanneer de strijd losbarst. En in die momenten is de sterkste op papier zijn geen garantie op winst.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading