Voor een renner wiens bekendheid inmiddels ver buiten het wielrennen reikt, zijn stille momenten zeldzaam geworden. Soms wordt zelfs elementaire beleefdheid onderwerp van onderhandeling.
Die spanning werd pijnlijk zichtbaar in een openhartige Strava-post die
Tadej Pogacar deze week deelde, na wat hij omschreef als een ongemakkelijke ontmoeting met een fan terwijl hij al in gesprek was. In plaats van te fulmineren, goot de wereldkampioen zijn frustratie in één simpele vraag.
“Eerlijke vraag aan alle fans,” schreef Pogacar. “Als je me in gesprek ziet met iemand en je vraagt om een foto, vraag ik je om me twee minuten te geven om het gesprek af te ronden. Wacht je twee minuten of geef je me de middelvinger en loop je boos weg?”
De post ademde teleurstelling, geen woede. “Lange dag eindigde met het verliezen van de grootste fan,” voegde Pogacar toe, waarna hij benadrukte dat zijn waardering voor supporters onverminderd blijft.
Waar bewondering een grens overschrijdt
Pogacars woorden raken aan het wankele evenwicht waar toprenners tegenwoordig mee leven. Wielrennen blijft een van de meest toegankelijke topsporten, met kampioenen die op openbare wegen trainen en ver van gecontroleerde omgevingen het publiek ontmoeten.
Die openheid is al lang deel van de charme. Steeds vaker ontstaat daar ook wrijving.
De Sloveen hekelde fans die om foto’s vragen niet, en riep evenmin op tot afstand. Zijn punt was kleiner: respect en geduld. Een verzoek om twee minuten zou geen vijandigheid mogen oproepen.
Een breder patroon in het peloton
De timing van Pogacars post is veelzeggend. Eerder deze winter kwam
Jonas Vingegaard ten val tijdens een training in Spanje nadat hij op een afdaling van dichtbij werd gevolgd door een amateur. Zijn ploeg riep daarna publiekelijk op om profs tijdens trainingen ruimte te geven.
De situaties verschillen, maar het onderliggende vraagstuk is hetzelfde. Met de toegenomen toegankelijkheid tot renners nemen ook de momenten toe waarop bewondering omslaat in aanspraak.
Bij Vingegaard waren de gevolgen fysiek. Bij Pogacar waren ze emotioneel. Beide tonen hoe snel grenzen kunnen vervagen.
“Ik hou van jullie allemaal” – met grenzen
Ondanks de irritatie die uit zijn post sprak, waakte Pogacar ervoor het moment te laten ontsporen. “Ik hou van jullie allemaal,” schreef hij, waarbij hij zelfs fans erkende die zijn rivalen steunen.
Die balans is betekenisvol. Dit was geen renner die uithaalt, maar iemand die probeert te verwoorden waar verwachtingen in het moderne wielrennen stilaan verschuiven.
Voor Pogacar, wiens roem gelijke tred houdt met zijn successen, worden zulke ontmoetingen routine. Zijn vraag was niet retorisch. Wacht je twee minuten? Of loop je boos weg?
In een sport die is gebouwd op nabijheid tussen renners en supporters, herinnerde zijn boodschap eraan dat toegankelijkheid het best werkt wanneer die gepaard gaat met begrip.