Met twee topfavorieten en twee schaduwfavorieten zijn de kaarten voor
Parijs-Roubaix 2026 al geschud. En helaas voor
Red Bull - BORA - hansgrohe heeft de Duitse ploeg geen troeven in handen. Dat betekent echter niet dat ze kansloos zijn op een mooi resultaat, maar hun kopmannen zullen wel wat inventiever moeten koersen om te slagen.
Gianni Vermeersch, Jordi Meeus, Laurence Pithie, Tim & Mick van Dijke… dat is geen opstelling om te onderschatten, met meerdere renners die al top 10 of top 15 reden op de piste van Roubaix. De meest ervaren is de 33-jarige Vermeersch, die dit voorjaar ook de beste vorm lijkt te tonen en zondag Red Bulls voornaamste wapen moet zijn.
“Mijn strategie is om iets verder vanachter in het peloton te wachten en dan op het laatste moment naar voren te komen met een inspanning van zo’n dertig seconden,” onthult Vermeersch in een interview met
Het Nieuwsblad.
Hoewel hij relatief laat prof werd – pas in 2019 – heeft Vermeersch intussen bakken ervaring opgedaan in de Monumenten, met zestien deelnames aan de grootste eendagskoersen. Zijn beste uitslag tot dusver is een 6e plaats in Roubaix 2024. “Ik heb intussen veel klassiekers gereden en kan parcoursen goed visualiseren. Het peloton maakt vaak op dezelfde plekken dezelfde bewegingen. Daar heb ik een goed geheugen voor,” zegt Vermeersch.
Wielrennen is meer dan alleen watts
Zo maakt Vermeersch duidelijk dat ervaring op kasseien vaak zwaarder weegt dan pure wattage. Maar zo eenvoudig is het niet, zeker als iemand als Remco Evenepoel bij zijn Ronde van Vlaanderen-debuut meteen op het podium eindigt, terwijl Vermeersch zelf tiende werd. De waarheid ligt, zoals vaak, in het midden: een mix van kracht en kennis is cruciaal voor succes. Vermeersch hoopt dat hij in beide opzichten gegroeid is.
“Als je alleen op slimmigheid moet teren, raak je de Monte Sante Marie in Strade Bianche niet eens over,” voegt hij toe. “Iedereen koppelt iemands motor aan FTP, maar die waarde is vooral relevant voor klimmers of tijdrijders. In klassiekers draait het om inspanningen van ongeveer drie tot vijf minuten. Het gaat erom je beste waarden te halen wanneer je benen al zwaar zijn. Op al die onderdelen scoor ik goed.”
Gianni Vermeersch was gewend aan een protagonistrol op kasseien in dienst van Mathieu van der Poel in het verleden
Niet de vorm van zijn leven, maar het scheelt weinig
Hoewel de resultaten van dit jaar voor zich spreken, heeft Vermeersch soms het gevoel dat het collectieve geheugen van de wielerpers kort is. Hij wijst er fijntjes op dat hij vijf jaar geleden een vergelijkbare campagne reed. “Dat vond ik altijd opvallend, maar de pers lijkt het snel vergeten,” zegt hij.
Zonder uitgesproken kopman zoals Remco Evenepoel heeft hij een vrije rol. Een rol op zijn lijf geschreven. Verbeteren ten opzichte van 2024 tegen Van der Poel, Pogačar, Van Aert en Pedersen wordt allerminst eenvoudig, maar Vermeersch klinkt zeker van zijn zaak: “In een Roubaix zonder pech is dat zeker haalbaar,” besluit hij.