De Tour Auvergne - Rhône Alpes had Ramses Debruyne van Alpecin-Premier Tech in het geel kunnen zien. Bij afwezigheid van de grote kopmannen van de Belgische ploeg kreeg de jonge allrounder de kans om in de schijnwerpers te staan in een zeldzame leidersrol. Hij beschrijft dit moment en zijn kijk op samenwerken met
Mathieu van der Poel.
Doorbraak in Auvergne voor Debruyne
“Ik ben een renner die veel parcours aankan. Ik ben een allrounder, puncher en klimmer,” zei Debruyne tegen Sporza. Als product van het ontwikkelingsprogramma in 2024 werd hij vorig jaar prof en viel hij op als een van de weinige klimmers binnen de ploeg. Daardoor kreeg hij kansen, en dit jaar grijpt hij die met beide handen.
Top25-noteringen in de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik waren goede ijkpunten, en in Auvergne zat hij in de late klassementsmove in het peloton in de slotkilometers. Hij sprintte naar de tweede plaats van de dag, alleen achter Alex Baudin uit de kopgroep. Daarmee pakte hij de groene trui en een positie die hij op WorldTour-niveau nog niet eerder bekleedde.
“Dus, best breed. Ik heb al een paar goede koersen gereden bij de beloften, maar het blijft afwachten hoe je bij de profs uitkomt, want dat is drie niveaus hoger.” Het team had het lastig in de TTT en hij verloor enkele plaatsen in het algemeen klassement, maar hij begint aan etappe 4 als 19e.
Debruyne over samenwerken met Mathieu van der Poel
De Belg, hoewel op een andere wedstrijdkalender dan Mathieu van der Poel en
Jasper Philipsen, sloot zich geregeld bij hen aan en trainde op stage met het superduo. De 23-jarige werd gevraagd naar de sfeer binnen de ploeg met hun aanwezigheid, en zijn oordeel is louter positief.
“Het zijn allemaal topkerels in onze ploeg. Als we aan tafel zitten, wordt er altijd gelachen. Niemand doet uit de hoogte. Het is echt een fijne tijd,” besloot hij.