Jordan Stolz is op dit moment de onbetwiste ster van de Olympische Winterspelen 2026. De 21-jarige Amerikaan domineert het langebaanschaatsen en pakte zaterdag goud op de 500 meter, bovenop zijn eerdere zege op de 1000 meter. Terwijl hij geschiedenis schrijft op het ijs, onthult Stolz dat hij een groot deel van zijn trainingstijd op de fiets doorbrengt en droomt van een toekomst in het profpeloton.
Stolz is niet zomaar een liefhebber, hij noemt zichzelf een “fietsfanaticus”. In een interview met
Knack legt hij uit dat hij de sport op de voet volgt en een uitgesproken favoriet heeft in het peloton:
Tadej Pogacar.
“Ik vind zijn manier van koersen prachtig, het is met hem altijd spectaculair en hij valt vaak aan,” zegt Stolz over Tadej Pogacar. “Ik zie hem liever winnen dan
Jonas Vingegaard.”
Serieus trainen op twee wielen
Fietsen is inmiddels een essentieel onderdeel van zijn fysieke basis. Hij traint meestal solo of met lokale atleten, met brute sprintblokken gecombineerd met lange duurdagen.
“Iemand raadde het aan als zomertraining,” blikt Stolz terug op zijn start op zijn twaalfde of dertiende. “Ik kocht een fiets, en twee jaar later stond ik al aan de start van wedstrijden.”
“Mijn langste rit afgelopen zomer duurde zes en een half uur, met zo’n 4.000 hoogtemeters in de bergen rond Park City, Utah,” onthult hij. Zijn toewijding bracht hem zelfs naar de iconische trainingsgebieden van het WorldTour-peloton. “In Europa heb ik al trainingskampen gedaan in Livigno en Tenerife, met beklimmingen als de Stelvio en de Teide.”
Uithouding tegenover snelheid
Langebaanschaatsen vraagt explosieve power, terwijl wielrennen vaak om langdurig uithoudingsvermogen draait. Stolz gelooft dat hij beide kan balanceren zonder zijn snelheid op het ijs te verliezen. “Ik kan mijn uithouding perfect trainen en toch explosief blijven,” stelt hij. “Naarmate het schaatsseizoen nadert, schroef ik die langere fietstrainingen terug.”
Die mix van kracht en uithouding doet hem zichzelf spiegelen aan Pogacar. Hij weet dat hij de Sloveen nog niet op de klimmen kan volgen, maar hij is zeker van zijn rauwe snelheid.
“Ik kom niet in de buurt van zijn wattages in Zone 2,” geeft Stolz toe. Maar hij benoemt meteen waar zijn schaatsachtergrond een troef is. “Maar als we tegen elkaar zouden sprinten, is het een heel ander verhaal.”