De etappes 1 en 2 van Parijs-Nice stonden minder in het teken van de massasprints, en meer van de veiligheid en de opmerkingen van
Jonas Vingegaard na etappe 1. De Deen staat daarin zeker niet alleen: binnen én buiten het peloton klinkt er luider protest over gevaarlijke routepassages die zichtbaar zijn.
“ASO, de organisator van de Tour, heeft weer de regie bij Parijs-Nice. Het was een sprintersdag. Gisteren kregen ze een gele kaart van Vingegaard (Zonneveld verwijst naar de gele kaart voor Victor Campenaerts, red.), die het ‘onwaardig voor de WorldTour’ noemde. Vandaag weet je dat een heel groot peloton de slotkilometers induikt. Als je dan ziet wat voor bochten ze nemen,” verzuchtte analist
Thijs Zonneveld in de podcast In de Waaier.
In etappe 1 was Vingegaard zeer kritisch over de slotafdaling, op slechts enkele kilometers van de finish en meerdere keren gereden; in etappe 2 bleef de Nederlandse ploeg uit voorzorg uit de wind van het gevecht om positie en de bijbehorende risico’s. Dat wil niet zeggen dat die gevaren er niet waren, zeker niet richting een vlakke massasprint.
“Op 200, 250 meter lopen de dranghekken nog steeds taps toe. Het komt doordat [Luke] Lamperti in de gele trui inhield en niet probeerde in het gaatje langs het hek te duiken. Maar dit is gewoon vragen om een zware val,” stelt Zonneveld. “We hadden het jaren geleden al over veiligheid in dit soort sprints, toen Groenewegen en Jakobsen zo hard de hekken in vlogen. En dit is precies wat je uitlokt door hekken zo neer te zetten. Het gaat nu goed, maar doe dit honderd keer en je krijgt vijftig keer een zware crash.”
Steeds dezelfde discussie
In het profpeloton dooft deze discussie nooit echt. Sommige koersen nemen strengere veiligheidsmaatregelen – bij Parijs-Nice zelf was dat zichtbaar toen Lenny Martínez in de laatste bocht rechtstreeks een gepolsterd obstakel raakte – maar dat gebeurt lang niet overal waar het nodig is.
Zonneveld weet dat een volgende valpartij weinig zou veranderen aan wat we blijven zien. “Dan hebben we het er weer over: ‘het mag niet, bla bla bla.’ De UCI komt met airbags en dat soort dingen, en dat vind ik een heel goede discussie, maar als we dit soort basiszaken niet op orde krijgen, word ik moedeloos. Ik weiger het als normaal te accepteren,” zegt hij.
Juist omdat het om een WorldTour-koers gaat met veel van ’s werelds beste renners, begrijpt Zonneveld niet hoe commissarissen en veiligheidsmensen zo’n gevaarlijke versmalling in een sleutelpassage kunnen toestaan.
“Ik vind het schandalig van de organisatie, maar net zo schandalig van de UCI-commissaris die daar staat, achter de finish, en dit gewoon prima vindt. Ik word er gek van! Met één oogopslag zie je dat het een flessenhals is.”