Al meer dan tien jaar bouwt
Mathieu van der Poel zijn seizoenen rond een vertrouwd ritme. De winter was voor veldrijden, waar hij zich ontpopte tot een van de meest dominante renners die de discipline ooit heeft gekend. In het voorjaar volgde de wegcampagne, waar hij Monumenten en een wereldtitel toevoegde aan een toch al indrukwekkend palmares.
Maar het idee dat die twee altijd hand in hand moeten gaan, wordt nu door de Nederlander zelf ter discussie gesteld.
In gesprek met WielerFlits hintte Van der Poel opnieuw dat een winter zonder veldrijden een reële optie blijft, terwijl hij afweegt hoe hij zich in de komende jaren het best op het wegseizoen kan voorbereiden.
“Ik zou het vooral doen met het wegseizoen in het achterhoofd, ja,” legde Van der Poel uit over de mogelijkheid om een veldritwinter over te slaan. “Zodat ik in de winter wat meer rust kan nemen. Bijvoorbeeld door een hele winter in Spanje te blijven en daar te trainen.”
De traditionele veldritroute ter discussie
Veldrijden was lange tijd de kern van Van der Poels voorbereiding. De hoge intensiteit van de winterkoersen vormde historisch de basis voor zijn vroege vorm op de weg, waardoor hij de klassiekers al dicht bij zijn topniveau kon aanvatten.
Toch suggereerde Van der Poel dat die aanpak mogelijk niet langer essentieel is. “Ik denk niet dat ik per se veldrijden nodig heb om mijn beste niveau te halen. Zeker niet. Misschien is het zelfs beter zonder cross? Als je het niet probeert, weet je het niet.”
Voor een renner die een groot deel van zijn carrière bewees dat succes over meerdere disciplines kan samengaan, betekent het idee een subtiele maar betekenisvolle koerswijziging.
De eisen van Van der Poels ambities op de weg zijn de laatste jaren gestaag gegroeid. Monumenten, WK-doelen en een volle kalender vergroten het belang van slim vermoeidheidsmanagement en gerichte trainingsblokken. Een winter volledig rond trainen in plaats van koersen kan een andere aanloop naar het wegseizoen bieden.
Een andere winter kan de kalender herschikken
Van der Poels opmerkingen kwamen ook op in de context van zijn afwezigheid in Strade Bianche dit jaar, een wedstrijd die volgens velen perfect aansluit bij zijn explosieve profiel.
Hij gaf toe dat de beslissing niet zonder spijt was, maar wees ook op de bredere planning achter zijn huidige schema na een veldritcampagne. “Heb ik er spijt van? Een beetje wel,” zei Van der Poel. “Het is natuurlijk een koers waar ik graag aan deelneem. Maar het schema dat we hebben gemaakt is denk ik een goed schema, na een veldritseizoen.”
Belangrijker nog, hij suggereerde ook dat een terugkeer in andere omstandigheden mogelijk is. “En misschien rijd ik Strade ooit weer, na een andere winter.”
Zo’n opmerking wakkert onvermijdelijk de discussie aan over hoe een toekomstig winterprogramma eruit kan zien als veldrijden uit de vergelijking wordt gehaald. Trainingsblokken in Spanje en een langere opbouw richting het wegseizoen kunnen niet alleen zijn voorbereiding veranderen, maar ook de koersen die hij viseert.
Van der Poel maakte ook duidelijk dat de toenemende zwaarte van Strade Bianche zelf nooit een reden zou zijn om weg te blijven. “De koers is wat ze is. Ze moeten haar niet aanpassen aan wat ik wil. Het is gewoon een heel zware wedstrijd. Ik denk dat je zaterdag weer hebt gezien dat winnen daar altijd lastig zal zijn.”
Toch blijft zijn denkwijze onveranderd bij de keuze van zijn koersen. “Maar als je alleen koersen start die je kan winnen, dan zou ik ook niet aan Tirreno beginnen. Ik keer daar graag nog eens terug.”
Voorlopig blijft de mogelijkheid van een winter zonder veldrijden precies dat: een mogelijkheid. Maar Van der Poels laatste uitspraken maken duidelijk dat het idee niet langer louter theoretisch is. Na meer dan een decennium balanceren tussen modder en asfalt overweegt de meest succesvolle multidisciplinaire renner van zijn generatie openlijk of de volgende fase van zijn carrière niet begint met een totaal andere winter.