Tom Pidcock reed inmiddels drie keer de
Tour de France. Zijn meest recente deelname, in 2024, draaide bij INEOS Grenadiers uit op een ontgoocheling. Intern botste het, zijn topvorm bleef uit en hij stapte voortijdig af. Veel warme herinneringen bewaart hij niet aan die editie. Wat hij wél koestert, is de herinnering aan zijn ritzege op Alpe d’Huez in 2022 – het niveau dat hij opnieuw wil benaderen.
“De overstap naar dit team was enorm voor mij. Fysiek heb ik wat ik heb – dat verandert niet. Maar hoe je dat eruit haalt: een nieuw niveau van motivatie, nieuw vertrouwen in de mensen om me heen, én het vertrouwen dat zij in mij hebben – dat is krachtig,” vertelde Pidcock aan The Observer. Sinds zijn vertrek bij INEOS hervond de Brit niet alleen zijn motivatie, maar ook zijn beste benen.
2025 groeide uit tot misschien wel zijn sterkste seizoen op de weg. Hij stond op het podium van Strade Bianche, de Waalse Pijl en de Giro dell’Emilia, boekte meerdere overwinningen – ook in rittenkoersen – en pakte met een derde plaats in de Vuelta a España zijn eerste podium in een Grote Ronde. Daar bewees hij eindelijk drie weken competitief te kunnen blijven, ondanks de beperkte ondersteuning binnen het Pinarello Q36.5 Pro Cycling Team.
Zijn resultaten vormden de motor achter de UCI-puntenoogst van de ploeg, die daarmee wildcards voor alle WorldTour-wedstrijden veiligstelde. De Tour de France prijkt dus op de kalender – en is een uitgesproken hoofddoel.
“Ik moet dat Tour-gevoel terugvinden. De druk en de verwachtingen van buitenaf zijn enorm, maar ook intern, binnen ploegen. Bij ons wordt daar anders mee omgegaan. Mijn doel is om erheen te gaan, plezier te hebben en ervan te genieten. Ik denk dat succes daaruit voortkomt,” zegt hij. “Maar natuurlijk zullen we ons kapot moeten trainen.”
Geen plafond in zicht
Pidcocks Tour-verleden is grillig. In 2022 kreeg hij een vrije rol en won hij op Alpe d’Huez. In 2023 mislukte een klassementsambitie. In 2024 botsten zijn wensen – vrijheid én een rol als kopman voor het klassement – met de visie van de ploeg. Ondanks het feit dat de Britse formatie niet langer voor de eindzege streed, kreeg hij niet de volledige steun waarop hij hoopte. Ook zijn voorbereiding, vaak een combinatie van mountainbike en wegwedstrijden, werd niet als ideaal beschouwd voor een drieweekse ronde.
Hoewel zijn derde plaats in de Vuelta van afgelopen zomer zijn potentieel onderstreepte, spreekt hij zich nog niet uit over concrete doelen voor de Tour. “We zullen in de best mogelijke vorm aan de start staan. Als we leren genieten van de stress van de Tour, helpt dat om mijn mindset weer te krijgen waar die moet zijn. Ik vertrouw erop dat mijn ploeg me fysiek op het juiste niveau brengt,” zegt hij. “Mentaal ben ik eerlijk gezegd heel sterk. Druk raakt me niet echt.”
Toch is de Tour een ander beest dan de Vuelta. Er resten nog vijf maanden om daar volledig naartoe te werken. In januari trok Pidcock voor drie weken op hoogtestage in Chili – een opvallende keuze als seizoensopener. Vandaag start hij zijn jaar in de Vuelta a Murcia.
“De grootste koers ter wereld – de Tour. Het is de wedstrijd die me als kind inspireerde. Ze inspireert miljoenen kinderen, maar om te rijden is ze niet altijd de prettigste. Hopelijk kunnen we dat veranderen. Eerder had ik niet het niveau om voor het podium te strijden. Als je alleen vecht om in de top tien te blijven, vind ik het moeilijk om daar drie weken motivatie voor te vinden. Dat is slopend.”
Zijn terugkeer naar de Tour blijft daarmee een open verhaal. “Ik weet niet waar mijn plafond ligt. In eerdere jaren voelde het alsof ik daartegenaan zat. Nu verkennen we nieuwe mogelijkheden, zoeken we naar manieren om beter te worden. We verleggen grenzen en zijn niet bang om te falen.”