Daan Hoole behoorde eind februari en begin maart tot de uitblinkers. Een late aanval in etappe 2 van
Parijs-Nice en een solo-afwerking in de ploegentijdrit een dag later deden veel wenkbrauwen fronsen. Helaas volgde een zware valpartij aan 70 km/u, met een gehavende rug en een gebroken pink tot gevolg. De hersteltijd bleef beperkt: vrijdag keerde hij al terug in competitie in de
E3 Saxo Classic.
Een pijnlijke paar weken
De val leverde Hoole meer op dan enkel een gebroken pink. Ook het topje was eraf geschampt en de wond is nog aan het genezen.
“Er zit nog een verband omheen,” legt hij uit. “Niet te dik, anders geeft het problemen met schakelen. Maar het is nog gevoelig omdat er nog een wond onder zit. Gelukkig is mijn knokkel intact, maar ik houd er wel een groot litteken aan over. Het is nog onduidelijk of de nagel ooit terugkomt. Mooi wordt het niet, maar erger dan dat is het niet.”
Daar bovenop blesseerde hij ook zijn rug bij de val, kreeg hij pijnstillers in de ambulance en werd hij de week erna nog een paar dagen ziek. Eenmaal hersteld, kwamen de benen snel terug. “Daarna kon ik eigenlijk weer goed trainen. Vorige week heb ik een zware blok gedaan, omdat ik de week ervoor wilde compenseren. Jammer dat ik mijn kans niet kon grijpen in de GP de Denain, maar ik voel dat ik de goede benen van Parijs-Nice nog heb. Dat is een goed teken.”
Een vrije rol, maar niet passief
Richting Gent-Wevelgem start Hoole zonder uitgesproken beschermde rol. Tobias Lund Andresen en Oliver Naesen zijn de aangewezen kopmannen. “Tot en met Parijs-Roubaix heb ik een vrije rol,” zegt hij.
Hij verduidelijkt snel wat dat in de praktijk betekent. “Dat wil niet zeggen dat je altijd maar je eigen plan kunt trekken. Het hangt af van de situatie en hoe Tobias rijdt. De ploeg gaat voor het beste resultaat. We moeten proberen erbij te zijn wanneer Mathieu van der Poel en Mads Pedersen aangaan. Daarna kunnen we altijd nog de kaart-Tobias spelen.”
Daan Hoole heeft 3 profzeges in zijn carrière, allemaal in tijdritten.
Hoole koestert geen illusies over hoe lastig dat wordt. “Ik vind het wat arrogant om te zeggen dat ik dat kan. Ik heb het nog nooit gedaan. Maar ik zou het dolgraag willen kunnen. Ik ben daar benieuwd naar. Het moet in elk geval het doel zijn.”
Hij kijkt ook naar mogelijke bondgenoten in het peloton. “Als je zou kunnen wegrijden met iemand als Dylan van Baarle, die niet kraakt en misschien ook niet extreem explosief is, dan is dat ideaal. Jongens als
Mathias Vacek, Mick en Tim van Dijke, Dylan – dat zijn renners die ik vrijdag en zondag in het peloton opzoek. Als we goed gepositioneerd zitten, kunnen we samen iets proberen.”
Ondanks alles staat Hoole vol vertrouwen aan de start. “Ik heb er enorm veel vertrouwen in,” zegt hij. “Maar naast goede benen spelen in dit soort klassiekers zoveel andere factoren mee. Positioneren is ontzettend belangrijk, net als op de juiste momenten energie sparen. Dat doe je niet zomaar even. Maar ik heb vertrouwen.”