Wout van Aert greep naast de zege in etappe 4 van de Tirreno–Adriatico 2026, maar de Belg toonde bemoedigende vorm. Etappe 5 telt bijna 4000 hoogtemeters en hoewel het parcours verschilt van Milano–Sanremo, gebruikt Van Aert de rit als voorbereiding op het eerste monument van het seizoen om zijn vorm te testen.
In de finale naar Martinscuro blonk
Team Visma | Lease a Bike uit in de strijd om positie voor de slotklim. Timo Kielich deed een indrukwekkende kopbeurt tot aan de voet, waarna Matteo Jorgenson het tempo op de klim controleerde. Hij smoorde aanvallen en dunde de groep uit, precies aan een tempo dat de Belg kon verdragen.
Etappe 5 is meer op maat van de klimmers, met veel beklimmingen op het menu. Of het een volwaardige klassementsdag wordt of een rit waarin puncheurs zoals Van Aert of zelfs Mathieu van der Poel kans maken, hangt af van het tempo gedurende de dag.
Van Aert ziet klassementsdag, maar wel een belangrijke etappe voor hem
“Ik denk dat het vooral voor de klassementsrenners is, omdat het de hele dag op en af gaat. Er zijn veel steile klimmen die ‘op zich’ misschien net binnen mijn mogelijkheden liggen. Maar de aaneenschakeling zal ervoor zorgen dat het misschien een strijd tussen enkel de klassementsrenners wordt,” zei Van Aert vanochtend tegen VTM.
Matteo Jorgenson zal daarom vermoedelijk de beschermde renner bij Visma zijn. Hij toont grote vorm en staat vierde in het algemeen klassement aan de start van de dag. We kunnen Van Aert in een knechtenrol zien, zoals in etappe 2, of met vrijheid om wielen te volgen en zijn kaarten in de finale te spelen als de benen meewerken.
Hoewel er 3800 hoogtemeters op het programma staan, liggen er geen grote bergen dicht bij de finish. De klim naar Santuario de Beato Sante is 4,2 kilometer aan 6,2% en valt bijna samen met de aankomst in Mombaroccio. Dat maakt het een goede vormtest voor renners die mikken op de voorjaarsklassiekers. Naast Van Aert tonen ook Mathieu van der Poel en Filippo Ganna tot dusver indrukwekkende vorm in deze koers.
Voor Van Aert is het tevens voorbereiding op Milano–Sanremo, over acht dagen. “Het kan goede training zijn om vandaag nog eens hard door te trekken met het oog op volgende week,” geeft hij toe. “Je kunt het parcours hier in de verste verte niet vergelijken met Milano–Sanremo, dat klopt. Daar gaat het om heel snelle, niet steile klimmen; vandaag is het het omgekeerde. Maar het kan zeker helpen.”