De Vuelta a España 2026 is de derde en laatste Grote Ronde op de mannenkalender en vindt plaats van
22 augustus tot en met 13 september. Startend in Monaco trekt het WorldTour-peloton via het oosten en zuiden van Spanje door een editie vol bergen. We bekijken de profielen.
De Vuelta werd voor het eerst verreden in 1935, aanvankelijk met 14 etappes. De eerste twee opeenvolgende edities werden gewonnen door de Belg Gustaaf Deloor, waarna een pauze van vijf jaar volgde. Sinds 1955 wordt ‘La Vuelta’ ononderbroken georganiseerd en groeide het, samen met de Giro d'Italia en de Tour de France, uit tot de derde Grote Ronde. Tot op vandaag geniet de koers veel aanzien als de laatste Grote Ronde van het seizoen.
Namen als Jacques Anquetil, Raymond Poulidor, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Pedro Delgado, Sean Kelly, Tony Rominger en Jan Ullrich prijken tussen de vele historische winnaars. De recordhouders zijn Roberto Heras en Primož Roglič, die al hun titels in de 21e eeuw veroverden.
De beste Spanjaarden van de voorbije decennia wonnen de Vuelta, onder wie Alejandro Valverde en Alberto Contador. Contador was in 2014 de laatste thuiswinnaar. Ook generatiebepalende renners als Vincenzo Nibali, Nairo Quintana, Chris Froome en Remco Evenepoel hebben de Vuelta op hun palmares.
In 2025 pakte Jonas Vingegaard voor het eerst de eindzege, voor João Almeida en Tom Pidcock. In 2026 wil Tadej Pogačar geschiedenis schrijven door te winnen en zo tot het selecte rijtje renners te behoren dat alle drie de Grote Rondes op zijn palmares heeft.
Vuelta a España 2026 route en etappes
| Etappe | Datum | Start | Finish | Afstand (km) | Etappetype |
| 1 | 22/08/2026 | Monaco | Monaco | 9.4 | Tijdrit |
| 2 | 23/08/2026 | Monaco | Manosque | 214 | Heuvelachtig |
| 3 | 24/08/2026 | Gruissan - Aude | Font Romeu | 174 | Bergetappe |
| 4 | 25/08/2026 | Andorra la Vella | Andorra la Vella | 106 | Bergetappe |
| 5 | 26/08/2026 | Falset | Roquetes | 173 | Heuvelachtig |
| 6 | 27/08/2026 | Alcossebre | Castelló | 177 | Heuvelachtig |
| 7 | 28/08/2026 | Vall d'Alba | Aramón Valdelinares | 149 | Bergetappe |
| 8 | 29/08/2026 | Puçol | Xeraco | 171 | Vlak |
| 9 | 30/08/2026 | La Vila Joiosa / Villajoyosa | Alto de Aitana | 188 | Bergetappe |
| 10 | 01/09/2026 | Alcaraz | Elche de la Sierra | 185 | Heuvelachtig |
| 11 | 02/09/2026 | Cartagena | Lorca | 153 | Vlak |
| 12 | 03/09/2026 | Vera | Calar Alto | 166 | Bergetappe |
| 13 | 04/09/2026 | Almuñécar | Loja | 192 | Heuvelachtig |
| 14 | 05/09/2026 | Jaén | Sierra de la Pandera | 155 | Bergetappe |
| 15 | 06/09/2026 | Palma del Río | Córdoba | 180 | Heuvelachtig |
| 16 | 08/09/2026 | Cortegana | La Rábida / Palos de la Frontera | 181 | Vlak |
| 17 | 09/09/2026 | Dos Hermanas | Sevilla | 185 | Vlak |
| 18 | 10/09/2026 | El Puerto de Santa María | Jerez de la Frontera | 32.1 | Tijdrit |
| 19 | 11/09/2026 | Vélez-Málaga | Peñas Blancas, Estepona | 210 | Bergetappe |
| 20 | 12/09/2026 | La Calahorra | Collado del Alguacil | 187 | Bergetappe |
| 21 | 13/09/2026 | Carrefour Granada | Granada | 112 | Heuvelachtig |
Profiel etappe 1 (ITT): Monaco - Monaco
Monaco - Monaco (ITT), 9,5 kilometer
De Vuelta opent in Monaco, een van Europa’s microstaten. Het is het eerste land in deze multinationale Grote Ronde, met een 9,5 kilometer lange tijdrit om de koers te openen.
Het parcours slingert heen en weer door het kleine Vorstendom en raakt zo ongeveer elke uithoek. De route is technisch, zoals je verwacht, en zeer snel.
Formule 1-fans herkennen de wegen én de finish, die toevallig op dezelfde plek ligt als het circuit.
Profiel etappe 2: Monaco - Manosque
Monaco - Manosque, 215 kilometer
Etappe 2 vertrekt in Monaco en trekt westwaarts door de Alpes-Maritimes en de Provence. Een lange dag in het zadel en allerminst eenvoudig.
Met 215 kilometer en een heuvelachtig profiel is het een kans voor sprinters die uit de klassieke school komen, niet voor de pure snelheidsmannen.
In totaal staan 3000 hoogtemeters op de teller, wat de dag lang en slopend maakt.
De finale in Manosque is verre van biljartvlak. Naar de streep loopt de weg licht op. Geen echte klim, maar de laatste 5 kilometer hebben een duidelijke knik omhoog en de laatste kilometer noteert gemiddeld 3%. Een pittige finish voor sprinters en klassiekerspecialisten.
Profiel etappe 3: Gruissan-Aude - Font Romeu
Gruissan-Aude - Font Romeu, 174 kilometer
De derde etappe is de tweede volle dag volledig op Franse bodem. De start is in Gruissan, langs de Middellandse Zee, waar de eerste twee derde van de rit over vlakke wegen lopen.
Het is niet de zwaarste dag, maar toch bijna 2000 hoogtemeters. De finish ligt in Font Romeu en tegen dan is er serieus geklommen.
Het merendeel van het stijgen gebeurt op de Col de Mont-Louis, 19 kilometer aan 4,9%. Officieus klim je tientallen kilometers geleidelijk. De top ligt op 16,6 kilometer van de finish, met een bonisprint bovenop.
Na een kort plateau en een afdaling volgt de klim naar Font Romeu in de Pyreneeën. 9,9 kilometer aan 4,9%. Niet voor de pure klimmers, maar zij strijden wel om de zege. De klim is snel en technisch rond het skistation, wat een explosief slot en mogelijk een sprint van een kleine groep geeft.
Profiel etappe 4: Andorra la Vella - Andorra la Vella
Andorra la Vella - Andorra la Vella, 106 kilometer
Etappe 4 is de eerste echte bergrit van de Vuelta, het tegenbeeld van de vorige dag. Waar etappe 3 vlak opent, begint etappe 4 meteen met klimmen op hoogte.
De dag is kort, slechts 106 kilometer, maar elk kilometer telt. Vanaf de start in Andorra la Vella op 1138 meter klimt het peloton direct door naar 2407 meter.
De Port d’Envalira, de langste klim van Andorra, vult de eerste 26 kilometer. De laatste 10 kilometer gaan boven 6% en de grote hoogte maakt het extra zwaar. Na de top is het constant klimmen of dalen tot in de stad.
Het wordt een furieuze dag zonder ademruimte. De Collada de Beixalis volgt en eindigt op 43 kilometer van de streep. De steilste van de dag: 6,5 kilometer aan 8,6%, met stroken ver erboven.
Daarna de Coll d’Ordino, regelmatiger: 9,9 kilometer aan 7%, met de top op 26 kilometer. Hier zijn aanvallen het meest waarschijnlijk. Beide toppen liggen rond 2000 meter.
Voor de finish wacht nog de Alto de la Comella via de gemakkelijke zijde. In totaal 3,8 kilometer aan 5,6%, met halverwege een korte afdaling. De stijgende delen zijn steil en kunnen toch verschillen opleveren.
De klim eindigt iets meer dan 5 kilometer voor de streep. Met bonificaties bovenop ligt het tempo er vol op. De zeer technische, steile afdaling naar de stad vereist focus. Onderaan is het nog maar een paar honderd meter naar de meet.
Profiel etappe 5: Falset - Roquetes
Falset - Roquetes, 174 kilometer
Op dag vijf zet de Vuelta voet op Spaans grondgebied. Een typische Vuelta-dag voor sprinters, maar het slot leent zich ook voor aanvallen, waaiers of een succesvolle kopgroep.
Vanuit Falset is de openingsfase glooiend, ideaal voor een sterke kopgroep. De echte hindernissen komen later in de 174 kilometer lange rit.
Er volgt een reeks van zes korte klimmen die je niet mag negeren. 2,9 km aan 5,7%; 2,7 km aan 6,4%; 700 meter aan 4%; 1,5 km aan 4,6%; 3,9 km aan 6,6% en 700 meter aan 5,4%.
Vooral de eerste kilometers van die zone zijn technisch. De strijd om positie kan sprinters pijn doen. Deze hellingen liggen tussen 56 en 16 kilometer van de finish, dicht op elkaar en met amper vlak ertussen. Moeilijk jagers-terrein, ideaal voor aanvallers.
Daarna resteren iets meer dan 10 kilometer richting Roquetes. Genoeg om te hergroeperen, maar het blijft een etappe met een interessante dynamiek.
Profiel etappe 6: Alcossebre - Castelló
Alcossebre - Castellón de la Plana, 178 kilometer
De zesde etappe kan alle kanten op. De vlucht kan het halen, maar vooral de klassementsrenners zullen scherp zijn. De finale is hard en kan het klassement opnieuw in beweging brengen.
De start in Alcossebre is pittig, met explosieve hellingen in een snel tempo. Later in de rit komen langere beklimmingen. De Puerto el Bartolo is het sleutelpunt.
Het is een loodzware klim van 9,4 kilometer aan 7%. Dat cijfer bedriegt. De laatste 3 kilometer klimmen bijna 11% gemiddeld en bovendien ligt er 1,9 kilometer aan onverhard gravel.
De top ligt op 21 kilometer van de streep, met boniseconden. De afdaling is eerst heel snel, daarna technisch. Slechts de laatste 10 kilometer zijn vlak. Vroege aanvallers hebben dus niet veel vlak terrein nodig om Castellón de la Plana te halen en kunnen beloond worden.
Profiel etappe 7: Vall d'Alba - Aramón Valdelinares
Vall d'Alba - Aramón Valdelinares, 150 kilometer
De tweede aankomst bergop volgt op dag zeven, van Vall d'Alba naar Aramón Valdelinares. Geen ene monsterklim, maar wel 3600 hoogtemeters op slechts 150 kilometer: typisch Vuelta.
De hele dag volgen korte klimmen elkaar op. Vijf gecategoriseerde hellingen sturen het peloton geleidelijk hoger richting slotklim.
De Puerto de San Rafael meet 11,2 kilometer aan 4,4%, met een vlak stuk in het midden, en eindigt op 14 kilometer van de streep als opwarmer.
De klim naar Aramón Valdelinares is niet de zwaarste aankomst, maar kan wel verschillen opleveren. In totaal 9,8 kilometer aan 5,9%, met een vlakke slotkilometer en de top op bijna 2000 meter. Het gros loopt aan 7 à 8%, zwaar genoeg om tijdsverschillen te forceren.
Profiel etappe 8: Puçol - Xeraco
Puçol - Xeraco, 172 kilometer
De achtste etappe start in Puçol en is wellicht een van de ‘makkelijkste’ tot dusver. Toch blijft het geen makkelijke dag.
Ongebruikelijk voor deze Vuelta: de beginfase is vlak en dat blijft zo bijna de hele dag. Pas in het slot ligt er een hindernis die het koersverloop echt kan sturen.
Het is een kans voor sprinters, maar dan wel die kunnen klimmen. De Puerto de Barx ligt namelijk handig gepositioneerd in het laatste wedstrijduur.
De klim eindigt op 34 kilometer van de meet en is 8,6 kilometer aan 3,8%. Het lastigste deel is ruim 4 kilometer aan 6%. Bij vol koersverloop is dat pittig.
Daarna volgt een afdaling en een vlakke aanloop naar Xeraco, waar een massasprint pal aan zee wordt verwacht.
Profiel etappe 9: Villajoyosa - Alto de Aitana
Villajoyosa - Alto de Aitana, 188 kilometer
De eerste week eindigt met een echte bergrit en een van de dagen met de grootste verschillen in deze Vuelta. 5000 hoogtemeters op 188 kilometer: pure hardheid, zowel in aantal als in verdeling.
Vanuit Villajoyosa gaat het meteen bergop, al zonder gecategoriseerde klim in het eerste deel. Met de Puerto de El Miserat begint de lijdensweg echt.
Die klim is 5,2 kilometer aan 10%, met stroken boven 20%. De top ligt nog ruim 100 kilometer van de streep en echte rust is er niet. Er volgt zelfs geen echte afdaling, maar een plateau met drie gecategoriseerde klimmen en tal van korte hellingen verspreid door de dag.
Dat alles is opmaat voor de aankomst bergop op de Alto de Aitana. 21,9 kilometer aan 5,5%, bijna een uur klimmen.
Hoogte speelt hier minder, hitte mogelijk des te meer. De lastigste sectie zit op het einde: de laatste 6,6 kilometer lopen bijna 8% gemiddeld. In alle opzichten een dag voor grote verschillen.
Profiel etappe 10: Alcaraz - Elche de la Sierra
Alcaraz - Elche de la Sierra, 185 kilometer
De tweede week opent met een heuvelrit die kan eindigen in een sprint met een uitgedund peloton of een vluchtzege. Een ‘rompe-piernas’ met 2600 hoogtemeters, een verraderlijke start en eindeloos veel korte klimmen.
Op 21 kilometer van de streep ligt de top van de Puerto de Socovos, een van de vele hellingen. Gemiddeld niet steil, maar met venijnige stroken.
Dat lijkt op de finale richting Elche de la Sierra: een aaneenschakeling van glooiende stroken. De laatste 4 kilometer lopen vals plat omhoog en kunnen het slot in vuur en vlam zetten.
Profiel etappe 11: Cartagena - Lorca
Cartagena - Lorca, 153 kilometer
Etappe 11 opent ook met twee korte klimmen. Van Cartagena naar Lorca wacht een korte rit van 153 kilometer, mogelijk een van de beste sprintkansen in de eerste twee weken.
Het grootste deel is vlak en zonder valkuilen. De enige echte horde is de Alto del Morrion de Totana: 7,8 kilometer aan 4,5%. Nooit extreem steil, maar je rijdt in feite twee keer een Poggio-achtig profiel.
Aan een rustig tempo halen de meeste sprinters het. Gaat het hard, dan vallen er slachtoffers. Na de top volgt nauwelijks afdalen, eerder geleidelijk hoogteverlies tot in de slotkilometers. Dan gaat het richting Lorca voor een verwachte massasprint.
Profiel etappe 12: Vera - Calar Alto
Vera - Calar Alto, 167 kilometer
Op dag twaalf trekt het peloton opnieuw de bergen in, goed voor 4500 hoogtemeters. De rit start in Vera en de eerste 120 kilometer golven voortdurend met korte klimmen.
Het wordt menens op de Alto del Velefique: 13,1 kilometer aan 7,2%, met een bonisprint boven en de top op 31 kilometer van de finish. Door de zware finale blijft het daar mogelijk afwachten, al is de klim zelf snoeihard, met talloze haarspelden en een openingsblok van 4 kilometer aan 9%.
Daarna daalt men af en begint de klim naar Calar Alto. Een moeilijk te lezen klim, tactisch van aard. De eerste 6,6 kilometer lopen aan 9% en vormen het zwaarste deel, waar de grootste verschillen verwacht zijn.
In totaal is de klim 17 kilometer aan 5,6%, maar na het steile begin volgt een afwisseling van korte hellingen en vlakke stroken. Tussen 3 en 2 kilometer van de top stijgt het weer flink. Een punchy slot op 2150 meter hoogte.
Profiel etappe 13: Almuñecar - Loja
Almuñecar - Loja, 183 kilometer
Etappe 13 oogt als een echte vluchtdag, met een lastig en lastig te controleren profiel. Start in Almuñecar en na 15 kilometer gaat de weg al omhoog.
Er staan circa 3300 hoogtemeters op het programma, veel voor de meeste sprinters. Zeker omdat de eerste gecategoriseerde klim 14 kilometer aan 5% is, gevolgd door meerdere hellingen met enkel afdalingen ertussen.
De eerste 80 kilometer zijn gewoon zwaar, een sterke kopgroep afhouden is bijna onmogelijk. En ook in de laatste 100 kilometer is het niet bepaald eenvoudig.
Daar wacht nog één betekenisvolle klim: de Puerto de Granada, 6,5 kilometer aan 6,2%, met de top op 28 kilometer van de streep. Daarna volgt een snelle route richting Loja met dalende trend.
In de stad zelf is het slot niet simpel. De laatste 1,5 kilometer lopen bijna 4% gemiddeld. Geen echte klim, maar wel met impact op een eventuele sprint.
Profiel etappe 14: Jaén - Sierra de la Pandera
Jaén - Sierra de la Pandera, 155 kilometer
Etappe 14 brengt de renners terug naar het hooggebergte met een belangrijke aankomst bergop. Veel klimwerk, maar met één beslissend moment.
Start in Jaén, 155 kilometer lang. Er zijn 4100 hoogtemeters en slechts drie gecategoriseerde klimmen: twee van tweede categorie en dan de Sierra de la Pandera.
De slotklim is 11,8 kilometer aan 7,5%, maar dat cijfer maskeert de onregelmatigheid. De laatste meters zijn relatief vlak en de hellingsgraad schommelt voortdurend.
Er zit een hele kilometer aan 13% in. Een klim voor pure klimmers, op een moment in de Vuelta waarop vermoeidheid stevig meetelt.
Profiel etappe 15: Palma del Rio - Córdoba
Palma del Rio - Córdoba, 181 kilometer
De tweede week sluit af met een rit op maat van vluchters die gedijen op herhaalde inspanningen, zowel bergop als vlak, en die tactisch durven gokken.
Start in Palma del Rio. De eerste 25 kilometer zijn vlak, daarna begint de koers opnieuw. Geen uitgesproken sleutelmomenten, wel een aaneenrijging van klimmen en glooiende wegen.
De drie gecategoriseerde klimmen worden wel cruciaal: de eerste is 7,5 kilometer aan ruim 4% en kan de vlucht vormen; de tweede is 8,4 kilometer aan 3,5% en eindigt op 54 kilometer van de meet, waarna een snelle fase kansen biedt voor rouleurs...
De laatste klim is 5,9 kilometer aan 5,6% en mogelijk lastig genoeg voor verschillen. De top ligt op 23 kilometer, dicht bij de finish, terwijl het grootste deel van de finale naar Córdoba afloopt.
Profiel etappe 16: Cortegana - La Rábida
Cortegana - La Rábida, 181 kilometer
De slotweek begint verrassend vlak, met start in Cortegana. De eerste helft is niet eenvoudig, met veel korte hellingen, maar ze zouden de sprinters niet in verlegenheid mogen brengen.
Het terrein kan een sterke vlucht toelaten, maar de laatste 95 kilometer zijn bijna helemaal vlak. Op zulke wegen kan twee uur lang stevig achtervolgd worden.
De rit eindigt in La Rábida, dicht bij zee, waar warmte en wind een rol kunnen spelen. De finale net buiten Huelva kent geen noemenswaardige technische passages.
Profiel etappe 17: Dos Hermanas - Sevilla
Dos Hermanas - Sevilla, 185 kilometer
Etappe 17 speelt zich af in gebied waar de hitte vaak extreem is, zeker in deze periode. Het is de vlakste rit van de ronde, van Dos Hermanas door de vlaktes rond Sevilla over 185 kilometer.
De finish ligt in de Zuid-Spaanse stad, met een biljartvlakke finale in het centrum. Hoge snelheid, en een beloning voor de snelmannen die tot hier standhielden.
Profiel etappe 18 (ITT): El Puerto de Santa María - Jerez de la Frontera
El Puerto de Santa María - Jerez de la Frontera, 32 kilometer
In de slotweek volgt de tweede individuele tijdrit. Niet extreem lang, maar zeker ook niet kort.
Een vlak gevecht tegen de klok van El Puerto de Santa María naar Jerez de la Frontera. 32 kilometer over niet-technische wegen, ideaal voor specialisten om verschil te maken.
Een belangrijke dag voor het klassement, vlak voor de laatste twee bergetappes.
Profiel etappe 19: Vélez-Málaga - Peñas Blancas, Estepona
Vélez-Málaga - Peñas Blancas, Estepona, 210 kilometer
Etappe 19 serveert een van de zwaarste aankomsten bergop. Een lange bergrit met 210 kilometer en 4000 hoogtemeters. Toch draait alles om die laatste klim.
De eerste 50 kilometer zijn vrijwel vlak, daarna volgen twee gecategoriseerde klimmen tussen andere hellingen die de benen pijn doen. Vervolgens daalt men af naar zeeniveau, tot in Estepona, waar het klimmen begint.
De slotklim is vertrouwd terrein: Peñas Blancas. In één ruk van zeeniveau naar 1274 meter. 18,8 kilometer aan 6,5%, regelmatiger van aard en ideaal om serieuze verschillen te slaan.
Profiel etappe 20: La Calahorra - Collado del Alguacil
La Calahorra - Collado del Aguacil, 187 kilometer
De koningenrit en meteen de laatste dag in de bergen. Rond Granada liggen tal van bergen en uiteraard de Sierra Nevada. Niet naar het skistation, wel op en neer over de steile wegen tussen Granada en de mythische keten.
4850 hoogtemeters, met een recent noodzakelijke routewijziging door slechte weg op de Alto de Hazallanas. Start in La Calahorra, de eerste 80 kilometer zijn relatief mild.
De laatste 110 kilometer zijn nachtmerriemateriaal. Eerst de Alto de El Purche: 8,2 kilometer aan 8,1% (met een afdaling aan het eind). Een bruut van een klim, bekend uit Vuelta en Vuelta a Andalucía, en nu twee keer op het menu, met toppen op 92 en 65 kilometer van de finish.
Daarna klimt men naar Güéjar Sierra via een onregelmatige helling. In plaats van de traditionele Hazallanas draait de route omlaag naar de Río Genil om verderop over te steken.
Het eindresultaat is vergelijkbaar en de klim komt op dezelfde plek uit. De Puerto del Duque meet 7,4 kilometer aan 8,2%. De eerste 2,3 kilometer gaan aan 10%, opnieuw met tal van haarspelden.
Op dit punt kan het klassement volledig ontploffen. De top ligt op 31 kilometer. De afdaling is zeer technisch en steil, opnieuw een grote uitdaging.
Daarna volgt opnieuw de aanloop naar Güéjar Sierra, alvorens de slotklim echt begint.
De Collado del Alguacil is angstaanjagend, zeker na zo’n dag. 8,4 kilometer aan 10% maakt het zowat de steilste berg van de ronde. Geen verstoppen op deze meedogenloze helling. Dit sluitstuk beëindigt de zwaarste dag van de hele Vuelta.
Profiel etappe 21: Granada - Granada (Alhambra)
Granada - Granada (Alhambra), 112 kilometer
Na het succes van de Tour de France met een slotcircuit inclusief klim, volgt de Vuelta a España dat voorbeeld. Maar dan met een zwaardere laatste etappe.
De klassementsrenners kunnen niet te vroeg vieren. De finish is in Granada, met een circuit dat vier keer de beroemde Alhambra-helling buiten het centrum aandoet.
Het is een korte etappe, maar erg explosief in de finale. De klim in het slotcircuit is 2,1 kilometer aan 6,6%, met toppen op 40, 28, 18 en 8 kilometer van de meet.
Het profiel past de klassiekerspecialisten, maar ook klassementsmannen kunnen hier winnen. Een sprint van een uitgedunde groep is mogelijk, maar ook een kopgroep kan standhouden en het uitvechten in de straten van Granada.
Erelijst Vuelta a España
| Jaar | 1e | 2e | 3e |
| 2025 | Jonas Vingegaard | João Almeida | Tom Pidcock |
| 2024 | Primož Roglič | Ben O'Connor | Enric Mas |
| 2023 | Sepp Kuss | Jonas Vingegaard | Primož Roglič |
| 2022 | Remco Evenepoel | Enric Mas | Juan Ayuso |
| 2021 | Primož Roglič | Enric Mas | Jack Haig |
| 2020 | Primož Roglič | Richard Carapaz | Hugh Carthy |
| 2019 | Primož Roglič | Alejandro Valverde | Tadej Pogačar |
| 2018 | Simon Yates | Enric Mas | Miguel Ángel López |
| 2017 | Chris Froome | Vincenzo Nibali | Ilnur Zakarin |
| 2016 | Nairo Quintana | Chris Froome | Esteban Chaves |
| 2015 | Fabio Aru | Joaquim Rodríguez | Rafał Majka |
| 2014 | Alberto Contador | Chris Froome | Alejandro Valverde |
| 2013 | Chris Horner | Vincenzo Nibali | Alejandro Valverde |
| 2012 | Alberto Contador | Alejandro Valverde | Joaquim Rodríguez |
| 2011 | Chris Froome | Bradley Wiggins | Bauke Mollema |
| 2010 | Vincenzo Nibali | Peter Velits | Joaquim Rodríguez |
| 2009 | Alejandro Valverde | Samuel Sánchez | Cadel Evans |
| 2008 | Alberto Contador | Levi Leipheimer | Carlos Sastre |
| 2007 | Denis Menchov | Carlos Sastre | Samuel Sánchez |
| 2006 | Alexandr Vinokourov | Alejandro Valverde | Andrey Kashechkin |
| 2005 | Roberto Heras | Denis Menchov | Carlos Sastre |
| 2004 | Roberto Heras | Santiago Pérez | Francisco Mancebo |
| 2003 | Roberto Heras | Isidro Nozal | Alejandro Valverde |
| 2002 | Aitor González | Roberto Heras | Joseba Beloki |
| 2001 | Ángel Luis Casero | Óscar Sevilla | Levi Leipheimer |
| 2000 | Roberto Heras | Ángel Luis Casero | Pavel Tonkov |
| 1999 | Jan Ullrich | Igor González de Galdeano | Roberto Heras |
| 1998 | Abraham Olano | Fernando Escartín | José María Jiménez |
| 1997 | Alex Zülle | Fernando Escartín | Laurent Dufaux |
| 1996 | Alex Zülle | Laurent Dufaux | Tony Rominger |
| 1995 | Laurent Jalabert | Abraham Olano | Johan Bruyneel |
| 1994 | Tony Rominger | Mikel Zarrabeitia | Pedro Delgado |
| 1993 | Tony Rominger | Alex Zülle | Laudelino Cubino |
| 1992 | Tony Rominger | Jesús Montoya | Pedro Delgado |
| 1991 | Melchor Mauri | Miguel Induráin | Marino Lejarreta |
| 1990 | Marco Giovannetti | Pedro Delgado | Anselmo Fuerte |
| 1989 | Pedro Delgado | Fabio Enrique Parra | Óscar de Jesús Vargas |
| 1988 | Sean Kelly | Reimund Dietzen | Anselmo Fuerte |
| 1987 | Luis Alberto Herrera | Reimund Dietzen | Laurent Fignon |
| 1986 | Álvaro Pino | Robert Millar | Sean Kelly |
| 1985 | Pedro Delgado | Robert Millar | José Francisco Rodríguez |
| 1984 | Éric Caritoux | Alberto Fernández | Reimund Dietzen |
| 1983 | Bernard Hinault | Marino Lejarreta | Alberto Fernández |
| 1982 | Marino Lejarreta | Michel Pollentier | Sven-Åke Nilsson |
| 1981 | Giovanni Battaglin | Pedro Muñoz | Vicente Belda |
| 1980 | Faustino Rupérez | Pedro Torres | Claude Criquielion |
| 1979 | Joop Zoetemelk | Francisco Galdós | Michel Pollentier |
| 1978 | Bernard Hinault | José Pesarrodona | Jean-René Bernaudeau |
| 1977 | Freddy Maertens | Miguel María Lasa | Klaus-Peter Thaler |
| 1976 | José Pesarrodona | Luis Ocaña | José Nazábal |
| 1975 | Agustín Tamames | Domingo Perurena | Miguel María Lasa |
| 1974 | José Manuel Fuente | Joaquim Agostinho | Miguel María Lasa |
| 1973 | Eddy Merckx | Luis Ocaña | Bernard Thévenet |
| 1972 | José Manuel Fuente | Miguel María Lasa | Agustín Tamames |
| 1971 | Ferdinand Bracke | Wilfried David | Luis Ocaña |
| 1970 | Luis Ocaña | Agustín Tamames | Herman Van Springel |
| 1969 | Roger Pingeon | Luis Ocaña | Rini Wagtmans |
| 1968 | Felice Gimondi | José Pérez Francés | Eusebio Vélez |
| 1967 | Jan Janssen | Jean-Pierre Ducasse | Aurelio González |
| 1966 | Francisco Gabica | Eusebio Vélez | Carlos Echeverría |
| 1965 | Rolf Wolfshohl | Raymond Poulidor | Rik Van Looy |
| 1964 | Raymond Poulidor | Luis Otaño | José Pérez Francés |
| 1963 | Jacques Anquetil | José Martín Colmenarejo | Miguel Pacheco |
| 1962 | Rudi Altig | José Pérez Francés | Seamus Elliott |
| 1961 | Angelino Soler | François Mahé | José Pérez Francés |
| 1960 | Frans De Mulder | Armand Desmet | Miguel Pacheco |
| 1959 | Antonio Suárez | José Segú | Rik Van Looy |
| 1958 | Jean Stablinski | Pasquale Fornara | Fernando Manzaneque |
| 1957 | Jesús Loroño | Federico Bahamontes | Bernardo Ruiz |
| 1956 | Angelo Conterno | Jesús Loroño | Raymond Impanis |
| 1955 | Jean Dotto | Antonio Jiménez | Raphaël Géminiani |
| 1950 | Emilio Rodríguez | Manuel Rodríguez | José Serra |
| 1948 | Bernardo Ruiz | Emilio Rodríguez | Bernardo Capó |
| 1947 | Edward Van Dijck | Manuel Costa | Delio Rodríguez |
| 1946 | Dalmacio Langarica | Julián Berrendero | Jan Lambrichs |
| 1945 | Delio Rodríguez | Julián Berrendero | Juan Gimeno |
| 1942 | Julián Berrendero | Diego Cháfer | Francisco Antonio Andrés |
| 1941 | Julián Berrendero | Fermín Trueba | José Jabardo |
| 1936 | Gustaaf Deloor | Alfons Deloor | Antonio Bertola |
| 1935 | Gustaaf Deloor | Mariano Cañardo | Antoon Dignef |