Mathieu van der Poel jaagt vrijdag op zijn derde
E3 Saxo Classic op rij en evenaart daarmee
Fabian Cancellara, die dezelfde koers won in 2010, 2011 en 2013. Hoewel de Belgische klassieker extreem lastig is, draaien de kasseiklassiekers deels om tactiek, positie en uiteindelijk ook geluk. De Zwitser erkent dat alleen de sterkste zijn op de fiets lang niet genoeg is om dit soort koersen te winnen.
Midden in de reeks van de grote en laatste kasseiklassiekers is de blik van renners als Cancellara en zijn lange rivaal Tom Boonen goud waard. Iets meer dan tien jaar geleden zat de Zwitser – inmiddels ploegmanager bij Tudor Pro Cycling Team – in een vergelijkbare positie als van der Poel, met maar weinig renners die hem op zijn best konden bedreigen. Dat leverde hem tal van topzeges op in meerdere voorjaarscampagnes, maar hij stelt dat overwinningen uiteindelijk vooral cijfers zijn en niet bepalen wie de beste renner is.
“Het verandert iets voor jullie journalisten, voor de geschiedenisboeken, voor mij, maar uiteindelijk betekent dat niet dat hij beter is geworden,” zei Cancellara tegen L'Équipe. De Zwitser heeft niets dan lof voor van der Poel, winnaar van meerdere edities van Milano-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix – en bovendien veel zeges in niet-monumentklassiekers op de kalender.
Van der Poel tilt de koers naar een hoger niveau
“Hij tilt het wielrennen naar een hoger niveau. Het is in elk geval een sportieve prestatie; een record breken trekt altijd aandacht.” Hoewel hij tegenwoordig vaak zijn gelijke vindt in
Tadej Pogacar, steken de twee in het voorjaar in eendagskoersen boven de concurrentie uit. Maar dat is niet eenvoudig, ondanks hun fysiologische gaven.
“Wanneer er sprake is van dominantie, oogt het van buitenaf makkelijk, maar goed zijn is niet genoeg. Het is een samenloop van omstandigheden,” besloot hij.