Aan elke objectieve maatstaf vertegenwoordigen
Remco Evenepoel en
Wout van Aert de absolute top van het wielrennen van onze generatie. Toch lijkt de perceptie van beide sterren in eigen land, België, opvallend onderkoeld.
Althans, zo ervaart
Adrie van der Poel het, vader van Mathieu en David, die nauwe banden met België heeft, ook al woont hij in Nederland.
“Evenepoel en Van Aert hebben een palmares waar de meeste renners alleen van kunnen dromen,” stelt Adrie in zijn analyse voor
Wieler Revue.
Hij ziet dat de lat waarlangs beide renners worden gelegd onredelijk hoog is en dat, zodra ze eronder blijven, onmiddellijk een lawine aan kritiek losbarst. “Als ze twee weken minder zijn, gaat men meteen zoeken naar alles wat ze verkeerd deden.”
Gestraft om hun grootsheid
Dat steekt bij de Nederlandse ex-prof. Volgens hem worden de prestaties van deze toppers veel te snel voor vanzelfsprekend aangenomen. En als verwachtingen niet stroken met de realiteit, is de terugslag des te harder. “Dat verdienen ze absoluut niet,” voegt hij resoluut toe.
Mathieu van der Poel lijkt onder duidelijk minder druk te staan dan zijn Belgische opponenten
Geheim wapen: Nederlands paspoort
Daarentegen rijdt Adriës zoon Mathieu ogenschijnlijk zonder druk van het Nederlandse publiek. Terwijl de verwachtingen voor de zevenvoudig wereldkampioen veldrijden allerminst lager liggen.
“Ik denk dat het helpt dat hij een Nederlands paspoort heeft,” stelt Adrie. Geboren in het Belgische Kapellen had Mathieu ook voor de Belgische kleuren kunnen kiezen, of via moederskant voor Frankrijk, maar er is nooit getwijfeld dat de naam Van der Poel verbonden zou blijven aan Nederland.
Wout van Aert verliest een sprint van Neilson Powless
De sport is te complex
Terug naar de koers: Adrie is kritisch op wie denkt vanaf de zijlijn de tactiek van renners te kunnen doorgronden. Volgens hem onderschatten buitenstaanders vooral de enorme complexiteit van een grote rittenkoers. Critici vergeten vaak dat de koers geen eenvoudig sportevenement is.
“Het is geen voetbal,” legt hij nadrukkelijk uit. “Het is niet A tegen B. Er zijn twintig ploegen, allemaal met hun eigen belangen. Elke ploeg heeft zijn doel,” voegt hij toe. De één rijdt voor het klassement, anderen voor een etappezege, weer een ander voor nevenklassementen. Dat alles zorgt geregeld voor ogenschijnlijk chaotische taferelen.
Die tactische afwegingen zie je ook terug in de keuzes van toppers. Zo vergelijkt hij het sprintwerk van de afwezige Van Aert met dat van Mathieu. “Wout sprint ook mee in massasprints en tussensprints,” analyseert Adrie. “Mathieu doet dat niet meer.”
Volgens hem is dat een heel bewuste keuze om energie te sparen in het moderne, meedogenloze peloton. “Hij denkt: waarom zou ik risico nemen tegen jongens als Milan? Ik spaar liever energie om over twee dagen mijn eigen etappe te winnen.”
Toch geniet Adrie mateloos van de pure klasse van concurrenten die wél die risico’s nemen of het algemeen klassement domineren. Over Tadej Pogacar is hij bijzonder duidelijk: “Wat hij doet, is ongelooflijk indrukwekkend.”