“De motoren vormden een muur...” – Rivaal stelt dat Tadej Pogačar plots ‘meegetrokken’ werd met 15 km/u hogere snelheid tijdens de achtervolging in Parijs-Roubaix

Wielrennen
woensdag, 15 april 2026 om 20:45
TadejPogacar (2)
De rit van Tadej Pogacar in de Paris-Roubaix 2026 wordt alom gezien als een van de bepalende prestaties van de koers. Een lek op het slechtst mogelijke moment, een hectische achtervolging en de terugkeer naar voren, om uiteindelijk tweede te worden achter Wout van Aert. Van buitenaf oogde het als pure macht. In het peloton lag het verhaal genuanceerder.

“We gingen plots 15 km/u sneller rijden”

Oliver Naesen reed niet in de spits toen Pogacar lek reed. Hij zat in de achtervolgende groep, dicht genoeg om precies te zien hoe de comeback tot stand kwam. In de HLN Wielerpodcast legde hij uit: “Ik heb Pogacars tegenslag en comeback van heel dichtbij gezien.”
Opvallend was niet alleen de inspanning, maar vooral de plotselinge snelheidswending. “De motoren vormden een muur voor onze groep. We gingen ineens vijftien kilometer per uur sneller rijden, samen met Pogacar en zijn ploegmaats.”
Naesen ontkent de kracht die nodig is om het af te maken niet. “Daarna heeft Pogi zelf het gaatje gedicht,” zegt hij, maar volgens hem waren de omstandigheden van de achtervolging allerminst neutraal. “Het was ongelooflijk hoe ze ons meenamen met de motoren.”

Een koers die achteraan niet draaide

Dat moment viel in een fase waarin de samenwerking al uit elkaar was gevallen. Naesen bevond zich in een tweede peloton naast Yves Lampaert, in een groep die moeite had om een betekenisvolle achtervolging op poten te zetten. “Hij was zenuwachtig over de samenwerking, want die was er eigenlijk niet,” aldus Naesen.
Met een koers die uiteenviel en gaten die openliepen, zou de komst van Pogacar van achteruit de dynamiek sowieso veranderen. Naesen vond die ommezwaai echter voorspelbaar. “Ik zei: ‘Lampi, Eurosport, France 2… ze rijden ons zo weer terug.’ En dat is exact wat er gebeurde.”

Meer dan alleen Pogacar

Naesens blik is gevormd door het feit dat hij bij meerdere sleutelpassages aanwezig was. “Ik maakte Wouts lekke band mee, ik zag Pogacars pech en comeback van dichtbij, en ik was er weer bij na Arenberg na Mathieus oponthoud,” zei hij, verwijzend naar de pech die ook Mathieu van der Poel trof.
Die bredere context doet ertoe. Paris-Roubaix is gebouwd op chaos, waarin pech voor iedereen deel van de rekening is. Maar Naesen stelt dat wat er na Pogacars lekke band gebeurde, verder ging dan die gebruikelijke onvoorspelbaarheid.

“Dat is vaak koersmanipulatie”

De rol van koersvoertuigen is al lang onderwerp van debat in de sport, maar Naesens uitspraken zetten dat gesprek op scherp. “Dat is vaak zo,” zei hij op de vraag of zulke situaties neerkomen op koersmanipulatie.
Voor hem beperkt het probleem zich niet tot Roubaix. “Als je naar de Poggio kijkt, wanneer Pogacar en de anderen beneden met vijf à zes seconden aankomen… dan denk ik terug aan dat beeld waarop tien motoren twintig meter voor hem reden. Dat maakt het verschil tussen winnen en verliezen.”
Het is een visie die niet één moment herkadert, maar een patroon.
Tadej Pogacar tijdens Paris-Roubaix 2026
Tadej Pogacar tijdens Paris-Roubaix 2026

Een prestatie én een vraag

Niets daarvan wist wat Pogacar deed uit. Terugkomen na een lek, door de chaos van fietswissels navigeren en toch strijden om de zege vergt een niveau dat weinig renners halen. Naesen erkende die inspanning op basis van wat hij van dichtbij zag. Maar zijn relaas voegt een tweede laag toe, een die naast de prestatie staat in plaats van die te vervangen.
In een koers die op details beslist wordt, draait de vraag niet alleen om hoe Pogacar terugkwam. Het is ook hoeveel de koers zélf hem daarbij hielp. En in Paris-Roubaix is die grens zelden zo duidelijk als ze van buitenaf lijkt.
Claps 0bezoekers 0
loading

Net Binnen

Meest Gelezen

Loading