De renners vatten de eerste kasseiklassieker van het seizoen aan. Voor velen het 'echte seizoensbegin', wanneer het peloton op 28 februari naar België trekt voor
Omloop Het Nieuwsblad. Met nog iets meer dan een maand tot de kasseimonumenten is dit voor veel renners de eerste echte test van het voorjaar.
We presenteren u onze voorbeschouwing op de wedstrijd.
De koers die vroeger als Het Volk bekendstond, was jarenlang een absolute referentie in de voorjaarsklassiekers. Hoewel de status in vergelijking met Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen wat is afgezwakt, blijft het de eerste kasseiklassieker op de kalender en de Europese opener van de World Tour.
De eerste editie vond plaats in 1945, met Jean Bogaerts als winnaar. Roger De Vlaeminck, Eddy Merckx, Eddy Planckaert, Jan Raas, Tom Steels, Peter Van Petegem, Johan Museeuw, Frank Vandenbroucke… De lijst met prestigieuze winnaars is schier eindeloos, en tegenwoordig is dit echt een koers voor toppers. Het is een wedstrijd voor pure specialisten, maar ook voor renners die de hellingen en kasseien overleven en hard kunnen sprinten, wat voor een interessante erelijst zorgt.
In de recentere decennia prijken ook Philippe Gilbert, Filippo Pozzato, Thor Hushovd, Greg Van Avermaet en Wout van Aert op de erelijst. In 2023 en 2024 boekte Visma aanvallende zeges met Dylan van Baarle en Jan Tratnik, terwijl 2025 verrassend Soren Waerenskjold opleverde, die een kleine groep naar de streep klopte.
Profiel: Gent - Ninove
Tussen 58 en 34 kilometer van de streep ligt de tweede set sectoren, waar aanvallen te verwachten zijn als opmaat naar Geraardsbergen. Daar komt ploegendiepte tot uiting: teams proberen druk te zetten, het initiatief bij de tegenstand te leggen en zich te onttrekken aan achtervolgingswerk. In snelle opeenvolging volgen vier kasseistroken, vier hellingen en één sector die zowel kassei als bergop is. Dit jaar voegen de organisatoren de Tenbosse (500 m aan 6%, op 26 km van de finish) en Parkeberg (800 m aan 5%, op 23 km) toe vóór de Muur, wat het zwaarder maakt en een georganiseerde achtervolging bemoeilijkt. Dat speelt vroege aanvallers in de kaart.
De beslissende passages komen met de Muur van Geraardsbergen, met de top op 15,5 kilometer van de finish. Introductie overbodig: hier verliezen vluchters vaak tijd omdat de aanloop naar de kasseien furieus is. De klim is 1,1 kilometer aan 7,3% gemiddeld, met pieken tot bijna 20% vlak onder de top en smalle wegen die het extra lastig maken.
Over de top kunnen scheuren ontstaan. De Bosberg (900 m aan 6,3%, met 10% maximum) volgt snel erna op 11,5 kilometer van de streep. Ook lastig, maar gaten slaan is er moeilijker, tenzij het over de top ontploft.
Tussen beide sectoren consolideert het vaak. De overgebleven kanshebbers zijn doorgaans aan elkaar gewaagd en worden op de steile stroken uit elkaar gereden. Daarna volgt een snelle, licht dalende aanloop naar Ninove, waar de renners op vertrouwde wegen finishen. De technische finale van vorig jaar ontbreekt, maar het blijft een vlakke aankomst net buiten het stadscentrum.
Het weer
Lichte regen is mogelijk. Dramatisch zal het vermoedelijk niet worden, maar wat neerslag kan de wegen wel gladder maken en de koers veeleisender.
Doorslaggevend is echter vooral de windrichting. De wind komt uit het zuidwesten, waait niet bijzonder hard, maar zorgt na de Bosberg voor duidelijke rugwind. Die houdt bijna tot aan de finish aan – een factor die aanvallen sterk kan bevoordelen en de koers extra dynamiek kan geven.
De favorieten
De naam van
Mathieu van der Poel dook pas laat op de startlijst op, maar echt verrassen deed dat niemand. De Nederlander rijdt al bijna drie seizoenen zonder noemenswaardige fysieke problemen en kan zijn programma vrijwel naar eigen inzicht invullen. Bij renners van zijn kaliber – denk ook aan Tadej Pogacar – draait het zelden om de vraag óf de vorm er is, maar vooral waar en wanneer ze toeslaan.
Van der Poel start als uitgesproken topfavoriet, tot genoegen van iedereen die rekent op koers en spektakel. Op een parcours waar het lastig is om grote verschillen te slaan, zullen de hellingen het strijdtoneel moeten vormen. Daar ligt zijn kans om het verschil te maken.
Tegelijk is het deelnemersveld uitzonderlijk sterk en wijst het profiel erop dat de grote namen zich richting Geraardsbergen wellicht nog koest houden. Bovendien beschikt Alpecin over twee topsprinters met Jasper Philipsen en Kaden Groves. Dat geeft Van der Poel speelruimte: hij kan risico's nemen in de wetenschap dat de ploeg in een sprintscenario altijd nog een alternatief achter de hand heeft.
Visma geldt niet automatisch als dé ploeg die Alpecin kan ontregelen, maar op papier nemen ze die rol wel degelijk op zich. Nuchter beschouwd ontlopen beide blokken elkaar weinig.
Matthew Brennan beschikt over de eindsnelheid om zich te meten met Philipsen en Groves, terwijl
Christophe Laporte in Andalusië zijn goede vorm etaleerde. Afhankelijk van het koersverloop kan hij aanvallen, zelf sprinten of de lead-out verzorgen.
De afwezigheid van Wout van Aert door ziekte vermindert echter de offensieve slagkracht van de ploeg. Daarmee verschuift het zwaartepunt logischerwijs meer richting een gecontroleerde finale en een sprintbenadering.
De overvloed aan sprinters maakt het tactisch bijzonder complex. Met uitzondering van Pogacar en de geblesseerde Mads Pedersen staat vrijwel elke grote naam aan het vertrek. Dat betekent automatisch dat veel ploegen belang hebben bij een gesloten koers.
Soudal - Quick-Step zal vermoedelijk mikken op een gecontroleerde finale voor
Paul Magnier en kan rekenen op de ervaring van
Dylan van Baarle en
Jasper Stuyven. INEOS schuift
Ben Turner naar voren, met steun van
Magnus Sheffield en
Sam Watson. Titelverdediger Uno-X kiest opnieuw voor
Soren Waerenskjold en brengt daarnaast
Jonas Abrahamsen en
Rasmus Tiller in stelling. Intermarché - Wanty vertrouwt op
Biniam Girmay, Decathlon op
Tobias Lund Andresen.
En dan is er nog Arnaud De Lie, die zich thuis voelt op korte, venijnige hellingen en bovendien beschikt over een stevige sprint. In uiteenlopende wedstrijdscenario's behoren al deze namen tot de realistische kanshebbers op de zege.
Daarachter volgt een brede laag uitdagers: Luke Lamperti, Jon Barrenetxea, Jordi Meeus, Anthony Turgis en Lukas Kubis. Tudor verschijnt met een bijzonder veelzijdige formatie aan het vertrek: Luca Mozzato, Marco Haller, Rick Pluimers, Matteo Trentin en Stefan Küng bieden de ploeg meerdere kaarten voor de finale.
Het aantal teams dat van meet af aan vol inzet op de aanval is beperkt, maar individuele vrijheid is er wel degelijk. UAE Team Emirates - XRG beschikt met Tim Wellens over een van de meest in-vorm zijnde renners in het peloton, iemand die op de hellingen een breuk kan forceren. Florian Vermeersch en Nils Politt staan klaar om hem bij te staan.
Tom Pidcock is op papier geen perfecte match met dit parcours, maar zijn huidige vorm zou hem zomaar tot de beste klimmer in koers kunnen maken.
Daarnaast beschikken ook Matej Mohoric, Kasper Asgreen, Valentin Madouas, Bastien Tronchon, Mathias Vacek, Toms Skujins, Roger Adria, Gianni Vermeersch, Dries De Bondt en verschillende renners van Astana – onder wie Davide Ballerini, Alberto Bettiol, Arjen Livyns en Aaron Gate – over het vermogen om de finale open te breken.
Zoveel kwaliteit en sprintbelang in één peloton verklaart waarom het voor individuele aanvallers bijzonder lastig wordt om de koers beslissend uiteen te slaan.
Voorspelling Omloop Het Nieuwsblad 2026:
*** Mathieu van der Poel, Matthew Brennan, Paul Magnier
** Ben Turner, Tobias Lund Andresen, Arnaud De Lie
* Kaden Groves, Jasper Philipsen, Christophe Laporte, Dylan van Baarle, Biniam Girmay, Soren Waerenskjold, Anthony Turgis, Lukas Kubis, Tim Wellens, Tom Pidcock, Florian Vermeersch, Mathias Vacek
Onze tip: Paul Magnier
Hoe? Sprint met een klein peloton.
Origineel: Rúben Silva