Tadej Pogacar krijgt eind september de kans om Peter Sagans iconische WK-hattrick te evenaren. En omdat de Sloveen het Mont Royal-circuit door en door kent (won GP Montreal in 2022 en 2024), wacht de Belgen met
Remco Evenepoel en
Wout van Aert aan het roer een stevige klus als ze hem willen afstoppen. Bondscoach
Serge Pauwels roept zijn kopmannen nu al op tot de wapens, ook al moeten velen hun seizoen 2026 nog openen. Maar het is nodig, want met minder dan het maximale zal Pogacar niet in gevaar komen.
Om te slagen moeten de twee pijlers van de Belgische ploeg tegen het einde van het jaar volledig op één lijn zitten. Die flow creëren is de opdracht van Pauwels: “Ik was drie dagen in Spanje, omdat het daar veel makkelijker is om met veel renners te spreken,” zegt hij tegen
Sporza. “En om een eerste beeld te krijgen van hun ambities voor dit seizoen, specifiek voor het WK in Montreal.”
Mocht een consensus moeilijk blijken, dan wordt een compromis onvermijdelijk. “In algemene zin probeer ik renners niet te overtuigen,” schetst Pauwels zijn aanpak. “Eerst is het belangrijk te luisteren naar wat zij willen. En ook om mee te geven wat andere renners willen. Als Wout van Aert en Remco Evenepoel allebei ambities hebben, is het belangrijk dat ze dat van elkaar weten.”
Elke hoek van de stad kennen
Anders dan in sommige jaren is het WK-parcours van 2026 vertrouwd terrein voor de meeste WorldTour-profs, omdat de GP Montreal al meer dan een decennium over hetzelfde circuit koerst. Dat geldt ook voor Serge Pauwels, die vier keer in Montreal reed, voor het laatst in 2019.
“Ik ken dat parcours; ik heb er zelf gekoerst,” herinnert Pauwels. De regenboogkoers wordt wel behoorlijk anders dan in zijn tijd: “Op het WK heb je ook een aanloop van zo’n 100 kilometer. En ik wil de tijdrit op voorhand zien.”
Remco Evenepoel mikt op een triomf zoals op de Olympische Spelen van Parijs 2024
De vele factoren in het spel
Hij werkt de checklist al af, inclusief waar de ploeg zal verblijven. “Het hotel ligt al vast,” zegt hij.
Maar Pauwels wil zien hoe het ter plekke uitpakt, niet alleen op papier. De factor tijd is cruciaal. “Als de renners die het WK op de weg rijden ook Québec en Montréal doen, moet je ter plaatse twee weken overbruggen. Dat is een belangrijke factor.”
Of die Canadese eendagskoersen noodzakelijk zijn om scherp aan de start te staan, daar is Pauwels niet van overtuigd. “Dat denk ik niet,” zegt hij. “Het kan net zo goed in de Vuelta. Misschien is dat zelfs beter.”
Op één uitzondering na hebben alle breed geselecteerde namen Canada-ervaring. “De meeste renners met wie ik sprak hebben die GP’s al gereden, alleen Victor Campenaerts niet.”
En dan is er het element dat je nooit helemaal kunt sturen. “Het kan er heel winderig zijn, dus dat wil ik op voorhand zien,” aldus Pauwels. “Het is en blijft Canada, waar alle weersomstandigheden mogelijk zijn. Het kan 4 graden en regen zijn, maar ook 25 graden en zonnig.”