Mathieu van der Poel is de enige renner die Tadej Pogačar op Paris-Roubaix vol zelfvertrouwen kan uitdagen, maar voor de grote meerderheid: hoe pak je dat aan? Tactiek komt ter sprake bij voormalig winnaar
Dylan van Baarle, die tegenwoordig als outsider start, terwijl enkele andere renners aangeven dat wedstrijdgewicht door de technologische vooruitgang anders wordt bekeken.
“Ik denk dat je vooral moet wachten op een moment waarop Mathieu en Tadej elkaar aanvallen,” vertelt Soudal - Quick-Step-renner Dylan van Baarle aan IDLProCycling. “Hopelijk zit ik er dan nog kort achter en kan ik mijn moment kiezen. Dat is de enige manier om die gasten te kloppen.”
De Nederlander is de laatste winnaar van de race buiten Mathieu van der Poel om, destijds op pure power. Nu is hij duidelijk niet de beste, en zijn er andere wapens nodig om in de Hel van het Noorden te slagen.
Het is een koers waarin geluk een rol speelt en opportunisten kunnen gedijen, en de routinier wil daar zeker gebruik van maken.
“Misschien raken ze me niet kwijt, maar als je niet in positie zit, gebeurt het alsnog. Ik heb alles gedaan om hier zo goed mogelijk te zijn, en dan zien we wel wat er gebeurt.”
Een koers als geen ander
“De eerste 95 procent moet je vooral een goede renner zijn, en Pogačar heeft daar natuurlijk een flinke voorsprong,” zegt hij, gevraagd naar de wereldkampioen. “Alle andere dingen, techniek en een hoog absoluut vermogen, helpen je.”
“Maar in de kern moet je gewoon een goede renner zijn, zeker nu het materiaal steeds beter wordt. Paris-Roubaix zal nooit een koers worden zoals alle andere, maar het is wel steeds minder een specialisme.”
"But fundamentally, you need to be a good rider, especially with the equipment getting better and better. Paris-Roubaix will never become a race like all the others, but it is less and less of a specialism".
Zware renners hebben niet langer een specifiek voordeel op Pogačar
Astana’s
Mike Teunissen stelt dat de moderne banden het voor lichte renners makkelijker maken om mee te doen: “Ik zie Pogačar morgen zo met 35 mm rijden. Het wordt eigenlijk steeds makkelijker. En de snelheden blijven oplopen.”
“Ik weet nog dat ik Roubaix in mijn eerste jaar bij de beloften reed, toen op een andere fiets. Dat was een totaal andere uitdaging dan nu,” legt hij uit.
“Het is geen makkelijke koers, maar hij wordt wel makkelijker. Vroeger zeiden ze: ‘Dit is een koers waarvoor je een groot achterste nodig hebt (hij doelt op een hoger gewicht, red.).’ Nou, dat klopt ook steeds minder.”